U bent hier

Marthe Donas – Stilleven met koffiemolen

 

Marthe Donas bracht baanbrekende kunst in het internationale avant-gardisme. Sinds de jaren zestig wordt ze erkend als één van de pioniers van het Belgisch modernisme. Momenteel loopt de eerste overzichtstentoonstelling over de kunstenares in het MSK in Gent. De nadruk ligt op Donas' meest creatieve jaren tussen eind 1916-  toen ze zich in Parijs vestigde - en 1927, het jaar waarin ze voor lange tijd stopte met schilderen.

 

Een belangrijke moment in Donas’ ontwikkeling als kunstenaar was haar reis naar Parijs in 1916. Daar ontdekte ze het kubisme en moderne kunst. Al snel zette ze zich in voor een nieuwe kunst: geometrisch gedestilleerd en universeel. Ze werkte nauw samen met de progressieve en befaamde beeldhouwer Alexander Archipenko. Samen maakten ze deel uit van de groep Section d’Or. Via Archipenko kon Donas contacten leggen met de internationale kunstwereld. Dat resulteerde in een blitzcarrière. Snel volgden tentoonstellingen in Europa en de Verenigde Staten onder het pseudoniem ‘Tour d’Onasky’, wat ze gauw veranderde in ‘Tour Donas’. Zelfs in het progressieve milieu van kubistische en abstracte kunst hadden vrouwelijke kunstenaars het moeilijk om gewaardeerd te worden. De mysterieuze en androgyne schuilnaam moest daarbij helpen. Ze stelde tentoon naast gerenommeerde kunstenaars als Piet Mondriaan, Fernand Léger en Amadeo Modigliani. Belangrijke impresario’s als Theo van Doesburg en Herwarth Walden schreven lovende artikels over haar werk in tijdschriften De Stijl en Der Sturm

 

 

“Je cherche le sublime, en tâchant de m’élever au-dessus de la matière tout en cherchant du rythme dans les compositions, aussi bien dans la couleur, que dans la ligne et les plans.”: Marthe Donas maakt steeds abstracter werk.

 

Liggende vrouw (1915), potlood op papier (links boven) - Liggende vrouw (1920), Oost-Indische inkt op papier (links onder) -  Liggende vrouw (1917), potlood op papier (rechts boven) - Liggende vrouw (1920), Oost-Indische inkt op papier (rechts onder), Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van België, Brussel.

 

 

Donas’ werk uit haar vroege periode gaat in interactie met dat van Archipenko. De kunstwerken zijn heel sculpturaal. Door reliëf en collage wil ze de beweging van vormen vatten. Vanaf 1919 streefde Donas naar vereenvoudiging en radicale abstractie, waarschijnlijk onder invloed van haar ontmoetingen met Piet Mondriaan en Theo van Doesburg in Parijs. Toch liet Donas de band met de werkelijkheid nooit volledig los. Ze speelde met volumes en leegtes via vloeiende en dynamische gebogen vormen. Donas kwam tot een eigen vormentaal die vooral op kleurvlakken focust.

 

Ook Stilleven met Koffiemolen is hier een voorbeeld van. Wat opvalt, is het heldere kleurgebruik. De kleuren zijn genuanceerd en op elkaar afgestemd. Ook de verschillende geometrische vlakken lopen vlekkeloos in elkaar over. Het schilderij is één geheel en bevat één algemene sfeer. Daarbij is het figuratieve zeker niet uitgesloten: de koffiemolen is herkenbaar, vooral dankzij het handvat-detail.

 

Vanaf 1927 woonde Donas permanent in Brussel. Ze sloot zich aan bij de kunstkring L’Assaut. Teruggekeerd naar België dwongen familiale omstandigheden en de algemene desinteresse voor de abstracte kunst haar ontmoedigd te stoppen met schilderen tussen 1927 en 1947. Na een onderbreking van twintig jaar begon ze een tweede carrière, waarin ze abstracte met figuratieve schilderkunst afwisselde.

 

 

Elke maand bespreekt een tento.be-redacteur een kunstwerk uit een actuele tentoonstelling. In april is Laura Arens aan de beurt.

Marthe Donas (1885-1967)

Stilleven met koffiemolen

olieverf op doek, 1927

Privéverzameling

Uit: Donas. De Belgische Avant-Gardiste