U bent hier

2010.1 - Openbaar Kunstbezit Vlaanderen

OKV2010.1
2010 - 48ste jaargang

Gerelateerde Artikels

Brugse bronnen

Brugge heeft als werelderfgoedstad een en ander te bieden. De stad pakt dan ook graag uit met haar schatten. Onlangs nog zette ze het Liber Trotula in de digitale etalage; een laatmiddeleeuws handschrift over vrouwengeneeskunde. Het boekje verschaft ons niet alleen inzicht in de middeleeuwse gynaecologie maar onthult ook de toenmalige opvattingen over onvruchtbaarheid, bevallingen en de zeven baarmoeders van de vrouw. Het Brugse handschrift dat nu op de webstek Historische Bronnen Brugge prijkt is echter geschreven in de volkstaal. Gelukkig wordt het daar vergezeld van een hedendaagse teksteditie, zodat de tekst leesbaar en de inhoud bevattelijker wordt.

Oeuvrecatalogus James Ensor

Al decennialang houdt het werk van James Ensor Oostendenaar Xavier Tricot bezig. Die studie is uitgegroeid tot een ware passie die hem gelukkig meer plezier dan hoofdbrekens bezorgt. De nieuwe bijgewerkte versie van Ensors oeuvrecatalogus waarmee hij net vóór het begin van het Ensorjaar uitpakte weerspiegelt zijn gedrevenheid, zonder te vervallen in storend gedweep.

‘James Ensor. Catalogue raisonné van de schilderijen’ : met deze publicatie van het Mercatorfonds kunnen wij stellen dat het Ensorjaar goed ingezet is.

Congo en Belgie

De grote ontdekkingsreizen in de vijftiende en zestiende eeuw, gevolgd door diverse fases van Europese expansie en kolonisatie in Amerika, Afri­ka en Azië gaven vorm aan een specifieke kunstvorm die men vaak 'ko­loniale kunst' noemt. Koloniale kunst beslaat uiteenlopende periodes en nam diverse vormen aan die allemaal te maken hebben met een specifieke esthetische opvatting en context. Toch vertonen deze kunstvorm en zijn kunstenaars enkele ge­meenschappelijke kenmerken. We hebben het dan over hun beschrijving van de natuur en cultuur, eigen aan maatschappijen waarin Europeanen zich onderdompelen of die ze naar hun eigen cultuur wilden plooien en veranderen. In dit themanummer verdiepen we ons in de verscheidenheid en de gemeenschappelijke kernmerken van de kunst in Congo en België.

De Young Ones Award van Lineart is een prijzenswaar­dig initiatief waarmee die beurs sedert 2005 jaarlijks uit­pakt en dat stilaan bestaansrecht heeft verworven. Nu was het een wat rommelige bedoening waar een aantal jongere kunstenaars een schraag ter beschikking kregen om er een 'work in progress' te presenteren. Als formule valt daarover te discussiëren, als presentatie viel het nogal minnetjes uit. De presentatie van Tinka Pittoors (°Brasschaat, 1977) was visueel inte­ressant en liet ook de minder ingewijde bezoeker ruimte tot interpreteren en beleven. Het is dus niet verwonderlijk dat zij door het publiek van de preview en de vernissage de prijs toegewezen kreeg.

Op 21 oktober 1489, feestdag van de heilige Ursula, vond een ceremonie plaats in het Brugse Sint-Janshospitaal. De zusters en broeders hadden de relieken van elfduizend maagden uit het oude Ursulaschrijntje naar het nieuwe, door Hans Memling beschilderde, Ursulaschrijn getransfereerd. Oud ingewisseld voor nieuw; ook op kunst staat een houdbaarheidsdatum.

Met enkele toptentoonstellingen in 2009 en een ambitieus festival dit najaar zet Manfred Sellink, Directeur Brugse Musea, de stad regelmatig op de culturele kaart. Een gesprek over zijn Brugse musea en over het museumbeleid in Vlaanderen. “Het Topstukkendecreet is prima maar kwam in Vlaande­ren wel rijkelijk laat.”

In het Frans Hals Museum loopt een kleine tentoonstelling over de zeventiende-eeuwse Haarlemse kuntenares Judith Leyster. Net voor de opening is in een Oostendse privéverzameling een tot nu toe onbekend werk van Leyster ontdekt.

Tot voor kort nam men aan dat ze na haar huwelijk nog maar één keer het penseel ter hand nam. Op de tentoonstelling in Haarlem wordt voor het eerst een schilderij getoond, afkomstig uit een Oostendse privéverzameling, dat door de schilderes iets meer dan twintig jaar na haar huwelijk werd gemaakt. Het paneel (69,7 x 50,4 cm) is voluit gesigneerd Juffrouw/ molenaers 1654 en laat een prachtig en rijk gevarieerd boeket zien in een Chinese vaas.

Een stevige rode draad, dat was een vernieuwd stadsmuseum in Sint-Niklaas, met nog een echt draaiend breiatelier, aan zichzelf verplicht. En kijk, kinderen kunnen na een bezoek aan het SteM Zwijgershoek een zelfgebreide - rode - muts mee naar huis nemen.

Een nieuw (Ste)delijk (M)useum in Sint-Niklaas was al dertig jaar lang gespreksstof en sinds vijf jaar ook een plan. Het was zeker niet gemakkelijk om erg uit­eenlopende deelcollecties met elkaar te verzoenen. Conservator Ward Bohé: "Sinds eind 2008 vertelt het SteM Zwijgershoek met Mens en materie/machine/lichaam' de geschiedenis van Sint-Niklaas en het Waasland."