U bent hier

"Je moet de aanwezigheid van auto's in die pittoreske dorpskern durven tonen" - interview Nick Hannes

 

Samen met de dienst Erfgoed van de provincie Limburg en met fotograaf Nick Hannes maakte Openbaar Kunstbezit Vlaanderen Limburg Ongefilterd, een fotoboek waarin niet minder dan 44 Limburgse erfgoedplekjes in beeld worden gebracht. Niet zomaar gefotografeerd, maar door de ongefilterde lens van fotograaf Nick Hannes. Tento.be-redacteur Bram Jef Vercauteren sprak met hem over dat boek, zijn werkwijze, en vooral over fotografie.

In 1993, toen ik 19 jaar was, begon ik mijn opleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. Wanneer ik in 1997 afstudeerde, ben ik quasi direct in de persfotografie gerold. Na enkele jaren heb ik de perswereld achter me gelaten om me op eigen werk te kunnen focussen. 

Eigenlijk was ik al voor mijn studies geïnteresseerd in fotografie. Mijn vader had een camera, die weinig tot nooit gebruikt werd. Daarmee heb ik aspecten zoals diafragma, sluitertijd en lichtgevoeligheid onder de knie gekregen. Natuurlijk was dat toen een andere beleving: foto's moesten analoog ontwikkeld worden in een donkere kamer. Jonge fotografen kunnen zich dat niet meer voorstellen, maar die basis van diafragma, sluitertijd en lichtgevoeligheid is nog steeds dezelfde.


Intussen geef je les aan het KASK en leer je een nieuwe generatie diezelfde basis aan.

Hoewel ik in het tweede jaar les geef, wanneer studenten hun stijl nog zoeken, zie je bij sommigen al de juiste inzet en visie. Dat heeft te maken met een drang naar perfectie, intuïtie, en eigenzinnigheid. Maar ook met toewijding en een frisse blik. Als er één ding is dat je als fotograaf nooit mag doen, is het op je lauweren rusten. In dat opzicht vind ik het dankbaar om les te kunnen geven: die wisselwerking tussen student en docent doet je vernieuwen en dwingt je je werkwijze en technieken te herbekijken.

 

(c) Nick Hannes - Stadhuis en de Onze-Lieve-Vrouwekerk, Sint-Truiden

 

Krijgt die nieuwe generatie meer kansen dan toen jij afstudeerde? 

Ergens wel, de tijd van met je portfolio naar de redacties in Brussel rijden en vervolgens tien keer bellen om ze terug te krijgen, is gelukkig voorbij. Internet, e-mail en sociale media brengen alles dichter. Mensen van over de hele wereld kunnen elkaars werk ontdekken en contacten leggen. Langs de andere kant is fotografie nu zo alomtegenwoordig dat het moeilijker lijkt je te onderscheiden. 

 

Wat vind je van de aandacht die fotografie krijgt? Kan die in onze streken op een breed draagvlak rekenen? 

Er is veel interesse in fotografie in Vlaanderen en België, mede dankzij het werk van het FoMu en Musee de la Photografie (Antwerpen en Charleroi, red.). Met AntwerpPhoto krijgen we voor het eerst een volwaardig festival, waar nood aan was. De Garage (Mechelen) en Botanique bieden een toffe sfeer waarin jonge kunstenaars en fotografen kunnen groeien.

Langs de andere kant zie ik in de grote media die ruimte voor de betere fotografie verkleinen. Kranten, met uitzondering van De Standaard, hebben er minder plaats voor; een trend die ik toch wel betreur.

 

Merk je daarin een verschil met het buitenland?

Iets wat me vooral opvalt: in Vlaanderen wordt te vaak een onderscheid gemaakt tussen de documentaire fotograaf en de kunstfotograaf. Die grens wordt in het buitenland minder getrokken. Ik sta positief ten opzichte van het erkennen van fotografie als kunstvorm, maar dat mag geen excuus zijn om documentaire fotografie stiefmoederlijk te behandelen. Fotografie draait voor mij rond een visie in een beeldentaal om te zetten.  Het heeft geen zin om daarin kunstmatige grenzen te trekken.

 

Dat is ook in je werk duidelijk. Door de verschillende taferelen die zich in één beeld afspelen lijkt het wel moderne landschapschilderkunst.

Die detaillering vind ik belangrijk, net omdat al die kleine elementen samen een tijdsdocument vormen. De betekenis die een leeg blikje of de bandensporen in zo'n natuuromgeving kan geven aan het beeld valt niet te onderschatten. Ik gebruik daarom geen Photoshop; zo'n details wegwerken zou afbraak doen aan de realiteit. Hetzelfde geldt voor de passanten: zonder dagjestoeristen, de vroege wandelaar of wielrenner op te nemen, zou ik geen eerlijk beeld kunnen vormen. Een objectieve catalogus van erfgoed in Limburg is het niet geworden. Ik wou een eigentijdse beleving bieden door te zoeken naar contrast en door bezoekers te betrekken. Een hedendaags tijdsdocument moet de aanwezigheid van auto's in die pittoreske dorpskern durven tonen.

 

(c) Nick Hannes - Recreatiepark De Plas, Houthalen-Helchteren

 

Daarvoor had je een specifieke werkwijze. Je trok er meer dan een jaar met een caravan op uit om de plekken te bezoeken, er te overnachten, ze te registreren op verschillende tijdstippen en in verschillende weersomstandigheden. Iets gelijkaardigs zagen we al in je vroegere werk.

Mijn werkwijze is een combinatie van research en improvisatie. Ik besteed veel tijd aan het uitzoeken welke combinatie van locaties, weersomstandigheden en periode ideaal zijn, welke beelden er al bestaan, en of er activiteiten plaatsvinden. Maar daarmee komt het beste werk niet altijd tot stand: uiteindelijk vult dat engagement van reizen, contact opzoeken en zich aan het toeval overgeven voor mij nog altijd het beste die research aan. Dat toeval zorgt ervoor dat je terugkeert, in de hoop toch een beter beeld vast te leggen.

 

Hoe definieer je je stijl? Wat hoor je anderen graag  over je werk zeggen?

Een eigen stijl heb ik wel, maar die is organisch gegroeid en bepaald door ervaringen, zoals mijn werk in de persfotografie. Ik ben gefascineerd door een goed verhaal en probeer dat in het beeld te laten overkomen. Wat humor en ironie mag niet ontbreken. Het verhaal dat ik probeer te vertellen, breng ik graag gelaagd; de kijker mag er meerdere betekenissen in zoeken. Qua inspiratie zie ik indirect soms de humor van Jacques Tati of de blik van Brueghel. Toch denk ik dat het moeilijk is om daar grote verbanden mee te leggen. Ik lees graag, luister verschillende genres muziek en kan enorm genieten van theater, en achteraf kan men daar wel overeenkomsten in zoeken, en die kloppen tot op een zekere hoogte wel. Maar het is niet zo dat ik die bewust bij elkaar puzzel. Ik voel er affiniteit mee, maar probeer gewoon mijn eigen ding te doen.

 

Tot slot: wat staat er nog op het programma?

Wat mij blijft fascineren is artificiële stadsontwikkeling en, met de woorden van Lieven De Cauter, de capsulaire beschaving, die nu enorm in opkomst is. Misschien werk ik iets uit rond de gated communities, zoals die nu overal ontstaan, waarbij de rijken zichzelf afzonderen en beschermen tegen de sociale realiteit rondom hen. Maar voorlopig concentreer ik me op het boek en de tentoonstelling Garden of Delight in Mechelen.

 

Geïnteresseerd in 'Limburg Ongefilterd' door Nick Hannes? Koop het boek via de webwinkel.