U bent hier

Het Vlot meert aan in Oostende

De internationale tentoonstelling Het vlot. Kunst is (niet) eenzaam in Oostende is de opvolger van De Zee – salut d’honneur Jan Hoet (2015). Daarvoor selecteerden curator Jan Fabre en co-curator Joanna De Vos drieënzeventig (inter)nationale kunstenaars waaronder Marina Abramovic, Bill Viola en Berlinde De Bruyckere. Elke creatie kreeg een plaatsje in een van de  tweeëntwintig locaties, verspreid over de volledige stad.

 

Het Vlot van de Medusa (1818) van Théodore Géricault en het utopisch vlot Kunst is (niet) eenzaam (1986) van Fabre dienden als uitgangspunt voor de tentoonstelling. Het vlot, met een rijk aantal symbolische referenties, speelden de curatoren voornamelijk uit als een metafoor op de vervoering van kunst en de positie van de kunstenaar in de samenleving. Het thema inspireerde verschillende gevestigde en opkomende kunstenaars om tweeënvijftig nieuwe kunstwerken te maken. De kunstwandeling start in Mu.ZEE en laat de bezoeker vervolgens kennis maken met atypische locaties als de Peperbusse, het twintigste verdiep van de Europatoren en de Dominicanenkerk met het aanpalend Poverellogebouw.  

 

Theodore Géricault, Etude pour le Radeau de la Méduse © Palais des Beaux-Arts de Lille - cliché Jean-Marie Dautel

Theodore Géricault, Etude pour le Radeau de la Méduse © Palais des Beaux-Arts de Lille - cliché Jean-Marie Dautel

 

Naast beeldende kunst programmeerde het duo eveneens achttien verschillende performances. Zo opende Fabre de expo met zijn performance A beautiful match between artists and curators op de grasmat van KV Oostende. Na een bloedstollende voetbalwedstrijd van tweemaal tien minuten versloegen de kunstenaars de curators met een 3-2 score. Voor de kunstenaars scoorden Piet Mondriaan, James Ensor en Pieter Paul Rubens. Seth Siegelaub en Arnold Bode hebben op hun beurt de eer van de curators hoog gehouden. De verkleedde figuranten speelden op een ludieke wijze in op de karakteristieken van de kunstenaars en de curators. Tijdens het duel kaartte de commentatrice de praktijk van het cureren aan. De overwinning van de kunstenaars verwijst naar de hedendaagse tendens om de kunstenaar in het middelpunt te plaatsen tijdens de curatoriële praktijk.      

 

 

Hoewel het vlot centraal staat in heel wat kunstwerken, inspireerden enkele kunstenaars zich op andere vervoersmiddelen tijdens hun creatieproces. De video Centro di Permanenza Temporanea (2007) van Adrian Paci, geprojecteerd in de kelders van de Sint-Jozefkerk, toont een rij wachtende mensen op een vliegtuigtrap. Stillaan dringt het feit door dat er voor deze groep vluchtelingen geen vliegtuig is voorzien. De titel verwijst naar de Italiaanse benaming voor uitzet- of detentiecentra. Een ervaring die de kunstenaar met vele vluchtelingen deelt aangezien hij in de jaren 1990 zelf zijn geboorteland Albanië ontvluchtte. 

 

Adrian Paci, Centro di Permanenza Temporanea, 2007 © courtesy dell’ artista e di Kaufmann repetti, Milano

Adrian Paci, Centro di Permanenza Temporanea, 2007 © courtesy dell’ artista e di Kaufmann repetti, Milano

 

Met het kunstwerk Molare (2017), geïnstalleerd in de stallen van de hippodroom, snijdt Linda Molenaar het thema kannibalisme aan. Op het rode tandwiel dat bestaat uit leer, staal, polyester en vilt, bracht de kunstenares meer dan 1750 menselijke tanden aan. De tanden zijn een van de lichaamsdelen waar de signalen van psychologische stress het snelst merkbaar worden. Tijdens de tentoonstelling zal Molenaar ook een performance doen met haar tandwiel lang de Koninklijke Gaanderijen.   

 

Linda Molenaar, Molare, 2017 © Steven Decroos

Linda Molenaar, Molare, 2017 © Steven Decroos

 

Artikelfoto: Fabien Mérelle, Radeau de Fortune, 2016 © courtesy Art Bärtschi & Cie Gallery, Geneva