U bent hier

Volkstuintjes

Volkstuintjes

De vrijheid van de burger om zijn omgeving naar eigen wensen in te richten, wordt op een aantal manieren beperkt. Op de ruimtelijke organisatie van zijn stad, zijn wijk, zijn straat, kan hij vrijwel geen directe invloed uitoefenen; die wordt geregeld door de overheid. Soms organiseren burgers zich in actiecomité's om zich teweer te stellen tegen programma's en maatregelen die doorgaans, om 'technische redenen', nog maar nauwelijks veranderd kunnen worden. In zijn eigen huis is hij vrij, - maar toch weer niet helemaal. Als hij het huis niet zelf, naar eigen inzichten, heeft laten bouwen, is hij gebonden aan een ruimtelijke indeling van een sterk gestandaardiseerd soort. Heeft hij het huis in bezit, dan kan hij enige verandering in de indeling aanbrengen; wanneer het gehuurd is, moet hij zich houden aan velerlei verbodsbepalingen in het huurcontract.

 

Dan rest hem nog de vrijheid om zijn huis 'in te richten' zoals hij wil, - maar ook daarin kan hij niet volledig zichzelf zijn. Zijn bestaan als individu in een geregelde maatschappij met allerlei collectieve normen, maakt hem in niet geringe mate ondergeschikt aan maatschappelijke codes. Zogoed als hij geacht wordt om in nette kleding op zijn werk te verschijnen, zo gelden er ook allerlei ongeschreven regels over hoe hij zijn huis moet inrichten.

 

Voor het merendeel zal hij zich er instinctief aan houden. Want behalve een plek om in te leven, is zijn huis en zijn interieur ook een 'teken': van zijn welstand, zijn netheid, zijn soliede burgerschap, enzovoort. De normen voor welstand, beschaving en zo meer worden niet door hemzelf vastgesteld, maar door de maatschappij waarin hij leeft. Op alle niveau's (in het onderwijs, in het leger, op het werk, in de pers en op de televisie) wordt hem voorgehouden dat hij zich het beste aan die maatschappelijke normen kan onderwerpen. De meeste mensen doen het dan ook. Die onderwerping toont zich in een sterke uniformiteit van kleding, woninginrichting, tuinaanleg. Juist op zulke punten, kleding en woongedrag, wijken die groepen die zich niet aan de maatschappij wensen te onderwerpen, zoals hippies, het eerst en het duidelijkst van de norm af.

 

Vrijheid wordt de burger gelaten in zijn vrije tijd, - die overigens als vastgestelde speeltijd ook weer maatschappelijk genormeerd is: als de tijd waarin men mag doen wat men wil. Daarom kunnen er in de vrije tijd unieke vormen van individualistisch gedrag ontstaan.

 

Het volkstuintje-met-huisje is een duidelijke vorm waarin dat individualistische gedrag zich uitdrukt. Niet gehinderd door allerlei bepalingen, mag iedereen zijn huisje bouwen zoals hij vindt dat het mooi en behaaglijk is.

 

Bovendien is het volkstuintje de plek waar iemand ook in zijn verdere gedrag los kan zijn van de normen van de maatschappij. Het volkstuintje is daarom niet het teken van iemands maatschappelijkheid, zoals zijn normale huis dat is, maar een teken van zijn 'individualiteit'. Plotseling blijkt dan wat door de week veel moeilijker zichtbaar is: dat ieder mens een persoonlijke opvatting heeft over behaaglijk wonen. Huisjes in volkstuintjes zijn, zowel wat betreft bouwvorm als interieur, onderling vaak zeer verschillend, - zo verschillend als mensen 'werkelijk' zijn.

 

R.H.Fuchs

Wetenschappelijk medewerker

Prentenkabinet der Rijksuniversiteit Leiden