U bent hier

Tentoonstelling in twee episodes - Cinema Joostens? Jazeker!

Tentoonstelling in twee episodes - Cinema Joostens? Jazeker!
Paul Joostens, La sentence, 1947, olieverf en potlood op paneel, 152 x 122 cm, Privécollectie. Foto: Steven Decroos
 

Het werk van Paul Joostens is vaker veroordeeld dan objectief beoordeeld. Nu krijgt de oervader van de assemblagekunst en de fotomontage in ons land in Mu.ZEE een tentoonstelling met de geuzentitel ‘Cinema Joostens’.

 

 

JOOSTENS DE EINZELGÄNGER

 

Ontegensprekelijk, Paul Joostens (1889-1960) was geen gemakkelijk man. Zijn tegendraads karakter was spreekwoordelijk, zijn cynisme eveneens. Maar het was niet enkel de mens die voor controverse zorgde, zijn werk kende ook een aantal heroriënteringen die voor heel wat onbegrip zorgden. Critici konden ermee leven dat zijn impressionistisch debuut zou overgaan in expressionisme en futurisme. Ook de ontdekking van het kubisme en van ‘Der Blaue Reiter’ lag in de lijn der verwachtingen. Met zijn dadaïsme verbrandde hij zonder wroeging al wat hij aanbeden had en herbevestigde zijn individualisme. Geen gezaag aan zijn hoofd, ook al kwam dat van Paul van Ostaijen (1896-1928). Joostens stoort zich aan het gepreek van de ‘Paus van Halensee’ die hem prompt via een burlesk-plechtige bulla in de ban slaat van de ‘H. Kubistiese en Flamingantiese Kerk’. In internationale avant-gardekringen wordt dat dadaïstisch antioeuvre wél gesmaakt. In Antwerpen klinkt hoongelach, maar dat is het lot van elke avantgarde. Bij de volgende stijlwending is het weerom onbegrip troef. Joostens heeft een eigen variant van de neogotiek ontwikkeld, met uiteraard een godsdienstige ondertoon, maar ook filmische reminiscenties. De aansluiting bij de kunstbeweging van De Pelgrim maakt voor enige tijd van hem een religieus kunstenaar. Het duurt echter niet lang of ook die samenwerking loopt op de klippen. Joostens is nu eenmaal geen groepsspeler. Met de combinatie van gotiek en een Hollywoodiaanse sfeer, gekruid met een flinke dosis erotiek, oogst hij nog meer kritiek. Zijn werk wordt als ‘literair’ gebrandmerkt. Volks uitgedrukt: hij verkoopt te veel cinema. En toch loopt er een rode draad door die ogenschijnlijk tegenstrijdige interesses en film is daar niet vreemd aan. 

 

 

‘ASTRA ASTRA NIELSEN’

 

In zijn dichtbundel Bezette Stad draagt Paul van Ostaijen het gedicht Asta Nielsen op aan Paul Joostens. Beiden zijn verwoede cinefielen en uitgesproken bewonderaars van de Deense diva Asta Nielsen (1881-1972), een van de eerste actrices met een uitgesproken sexappeal. In de caleidoscopische stijl van het gedicht domineert de religieuze toon. Van Ostaijen bedient zich van de stijl van de godsdienstige verheerlijking, van jubelzang tot litanie. Van bij het begin zet hij de toon. Zij is de ‘Onze lieve Vrouw van Denemarken’, de hostie die wij (want iedereen bewondert haar) ronddragen onder baldakijnen. Ironie en hyperbool zijn ook aanwezig, maar de toon is dwingend bewonderend. En daar verschijnt Paul Joostens; in harmonieuze eendracht genieten ze samen verder: "Wij koffie en sigaret / En hebben voor ons geld nog / De sideriese slinger beweging van Asta’s benen (…) / niet Paul J? / ja Paul v O / zij is zoveel zo oneindig veel / zij is de veelvuldige éne / en de éne veelvuldige / zij is de gnostieker bij uitnemendheid / zij is / ASTA / astra / Voilà”

 

Film is een collectieve ervaring, net als een kerkelijke plechtigheid en daar horen vervoering en roes bij, maar ook een magische sfeer. De bewonderde figuur is niet langer menselijk, zij wordt onder het spotlicht gebracht, op een voetstuk verheven, uitvergroot. Het scherm is een altaar.

 

Hetgeen Paul van Ostaijen uitdrukt vinden wij terug bij Paul Joostens. Dat hij Greta Garbo als een sfinx uitbeeldt, is eerder uitzonderlijk. Hij houdt het liever bij het samenvoegen van indrukken, om een gehele sfeer op te roepen en die is niet minder uitgesproken dan bij de stralende en oplichtende figuren van de symbolisten. Soberheid zou hier misstaan. Op die wijze belicht, kun je Joostens in de voetsporen plaatsen van Jean Delville, Gustave Moreau, of Odilon Redon.

 

 

DIETRICH ALS NIEUWE MADONNA

 

Het is vooral tijdens het interbellum dat Joostens de sterkste filmische indrukken opdoet. De visuele trukendoos van Jozef von Sternberg (1894-1969) heeft hem ongetwijfeld geïnspireerd. Dan denk ik niet in de eerste plaats aan Der blaue Engel waarvan de decors het moeten afleggen tegen die van de Music Halls en bordelen die Joostens in Antwerpen frequenteert; daar bleven voldoende tekeningen van bewaard. Het is vooral de sfeerfotografie waarmee von Sternberg in zijn Hollywood films uitpakt: in Shanghai Express, Blond Venus of The Scarlett Empress. Het scherp contrast tussen een felverlichte figuur op de voorgrond en een onbestemde, maar toch rijk gestoffeerde achtergrond, het spelen met flou artistique, met het halfduister in nadrukkelijke close-ups. De sfeerschepping neigt naar magie door het beklemtonen van het onbestemde en het buitengewone, nog eens extra aangedikt door het acteertalent en de fysieke uitstraling van Marlene Dietrich (1901-1992). 

 

Bij bepaalde scènes uit The Scralett Empress, over het leven van Catharina de Grote van Rusland, is de identificatie met de visuele wereld van Paul Joostens bijzonder frappant. De jonge Catharina wordt door von Sternberg bij haar verschijning aan het Russische hof als een bang jong vogeltje uitgebeeld. In de byzantijnse sfeer van de kroningsceremonie metamorfoseert hij haar tot een soort madonna. Later krijgt ze de gestalte van een tedere minnares om te eindigen als een triomfantelijke alleenheerser. 

 

Voor Joostens is het de illustratie van de vrouwelijkheid die hij uit zijn vooroorlogse jeugdjaren opgebouwd heeft: de vrouw kan evengoed slachtoffer zijn, jong en onschuldig, als een meedogenloze tiran. 

 

 

NI ANGE, NI DÉMON

 

Hoe vertaalt Paul Joostens die filmische vrouwelijkheid in zijn schilderijen? De regelrechte portrettering probeert hij te vermijden. In een schilderij waarin hij Marlene Dietrich voorstelt werkt de nadrukkelijke uitbeelding niet. Joostens is overtuigender wanneer hij mengvormen hanteert. Vrouwen, ‘ni ange , ni démon’, - of juist wel - hebben een uiterlijk dat zowel naar Jeanette Macdonald (1903-1965), Louise Brooks (1906-1985) of Marlene Dietrich verwijst. In tegenstelling tot de dweper die hij vroeger was toen hij samen met Paul van Ostaijen zich door Asta Nielsen in vervoering liet brengen heeft hij de godinnen van het witte doek in zijn eigen visueel arsenaal opgenomen. Zij versmelten daar met de door hem zo bewonderde Memlingfiguren, even afstandelijk en onbereikbaar als de diva’s. De cinemanie van Joostens straalt uiteraard af op het geheel van zijn kunstwereld. De verwijzingen in zijn geschriften zijn veelvuldig, maar niet-systematisch. Typerend is ook dat zijn schilderij L’Ambitieuse in 1953 herdoopt werd tot Casque d’Or, waaruit blijkt dat de gelijknamige film met Simone Signoret (1921-1985) indruk op hem heeft gemaakt. 

 

 

DE KUNST VAN DE FOTOMONTAGE

 

Heel filmisch is Joostens uiteraard in zijn fotomontages. Hij beoefent die kunst als een volwaardig genre dat los staat van de papiers collés die hij rond 1920 vervardigt. Waardering hiervoor heeft hij tijdens zijn leven te weinig gekregen. In tegenstelling tot de pioniers van het genre, zoals John Heartfield (1891-1968) of Hanna Höch (1889-1978), wier werk hij gekend heeft, gebruikt hij de gekozen knipsels niet louter omwille van hetgeen zij voorstellen. Hij gaat ze als picturale bouwstenen inzetten, ze desnoods abstraheren om nieuwe beelden op te bouwen. Dat verleent aan fotomontages van Paul Joostens een origineel, onnavolgbaar accent. Dat deel van zijn productie kwam al aan bod tijdens een tentoonstelling in wijlen het PMMK en in de Verbeke Foundation. De systematische benadering ervan gebeurt nu voor het eerst naar aanleiding van deze dubbeltentoonstelling van MU.Zee. 

 

 

CINEMA JOOSTENS, EEN FILM IN 2 EPISODES

 

Om een evenwichtige benadering van het fenomeen Paul Joostens toe te laten hebben de samenstellers het moedige besluit genomen de tentoonstelling op te splitsen in twee opeenvolgende ensembles. Tot 15 juni staan schilderijen en tekeningen centraal, daarna zijn de collages en assemblages aan de beurt, tot 14 september. De begeleidende publicatie, een tweedelige catalogus, volgt niet de opdeling van de tentoonstelling. Deel één behandelt het plastisch oeuvre, deel twee focust op de relatie tot film, filosofie en psychoanalyse, met ook aandacht voor zijn eigen teksten. Joostens heeft inderdaad zijn leven lang geschreven. Zelden is hij tot werken van lange adem gekomen. Het is misschien het meest explosieve facet van zijn creativiteit. Joostens reageerde op de minste prikkel op een zeer emotieve wijze. Hij hanteerde daarbij een vorm van absurde humor of bijtende satire. Hij kon het werk van anderen genadeloos in de grond boren. De dadaïst in hem spaarde de eigen inspanningen evenmin. Hij was niet blind voor de tegenstrijdigheid van zijn persoonlijke situatie: een nihilist die maar blijft creëren. Met een wanhopige razernij die niet voor die van een Paul Léautaud moet onderdoen, of die van Thomas Bernhard, gaat hij tegen de hele wereld tekeer. Maar de ergernis over een te lauwe recensie van zijn werk kan hij bladzijden lang uitsmeren. De onverlaat zal hij keer op keer verdoemen, zijn grieven tot in het oneindige herkauwend. Een wereldverbeteraar heeft Paul Joostens zichzelf nooit beschouwd. 

 

Rik Sauwen

 


Info

 

Tentoonstelling

 

Cinema Joostens – Episode I

Nog tot 15 juni 2014

 

Cinema Joostens – Episode II

Van 28 juni tot 28 september 2014

 

Open: van dinsdag t.e.m. zondag van 10 tot 18 uur

Gesloten: maandag

 

Mu.ZEE

Romestraat 11

8400 Oostende

Tel. 059 50 81 18

www.muzee.be

 

 

Archief

 

Paul van Ostaijen en de beeldende kunsten: OKV 1981, p. 43-81

Het Provinciaal Museum voor Moderne Kunst in Oostende: OKV 1990 nr. 1

www.tento.be