U bent hier

Rubens en Brueghel - Twee vrienden in de kunst

Jan Brueghel en Peter Paul Rubens, Het aardse paradijs met de zondeval van Adam en Eva, ca. 1617, paneel, 74,3 x 114,7 cm Den Haag, Mauritshuis.

 

Twee handen voor één meesterstuk: zo schilderden Peter Paul Rubens en Jan Brueghel het Aards paradijs. Aan de samenwerking tussen de twee meesters wijdt het Mauritshuis in Den Haag een oogstrelende en leerrijke tentoonstelling.

 

 

HERKEN DE HAND

 

Soms denk je dat over Rubens werkelijk alles gezegd en getoond is. Dat is een misvatting. De studie van de Antwerpse 'prins der schilders', meer bepaald het onderzoek van zijn werken met de middelen van het moderne laboratorium, is nog volop bezig. Maar ook onze kennis van zijn oeuvre vertoont lacunes en blijft al te vaak steken in clichés over weelderig naakt en barokke overdaad.

 

Dat merk je af en toe wanneer een tentoonstelling de schijnwerpers richt op een deelaspect van Rubens' kunst dat nauwelijks bekend of schromelijk onderschat blijkt te zijn. Zo vestigde de National Gallery in Londen in 1996 de aandacht op zijn landschappen. Het zijn schilderijen en tekeningen die hij voor zijn plezier maakte, waaronder echte juweeltjes die tot het minst gedateerde deel van zijn productie behoren. Op een groot overzicht van Rubens' tekeningen in de Albertina in Wenen in 2004 vielen vooral de meesterlijke portretten van zijn kinderen en familieleden op, nog een deel van het oeuvre dat de tand des tijd moeiteloos weerstaat. En nu is er Rubens en Brueghel samen in het Mauritshuis, een tentoonstelling die voor het eerst de samenwerking tussen Rubens en zijn vriend Jan Brueghel belicht.

 

De aanpak is zonder meer exemplarisch. Aan de hand van slechts een 25-tal stukken wordt het fenomeen van de 'tweehandigheid' in de zeventiende-eeuwse schilderkunst aanschouwelijk gemaakt. Voortdurend wordt de bezoeker uitgenodigd tot vergelijken. Naast de schilderijen die Rubens en Brueghel samen maakten, waarbij het een plezier is de handen te onderscheiden, hangen er ook andere voorbeelden van samenwerking uit dezelfde periode, zoals die tussen Rubens en Frans Snijders of tussen Jan Brueghel en Hendrick van Balen. De gelijkenissen en verschillen tussen deze werken laten het unieke karakter van de ontmoeting tussen de twee 'sterschilders' Rubens en Brueghel op een treffende manier uitkomen.

 

 

KAMERAADSCHAPPELIJKE WEDIJVER

 

Samenwerking was in de oude schilderkunst niet ongewoon. Meestal kwam het erop neer dat een meester de leiding had, maar bepaalde onderdelen van het werk overliet aan zijn assistenten of leerlingen, of aan een gespecialiseerde collega. Zo is het tussen Rubens en Jan Brueghel, de tweede en meest begaafde zoon van de grote Pieter Bruegel, niet gegaan. Beiden waren in hun tijd beroemde kunstenaars met een uitgesproken en sterk verschillende stijl. Maar ze waren ook goed bevriend. Dat valt bijvoorbeeld af te leiden uit het feit dat Rubens de peter was van twee van Brueghels kinderen. Er zijn ook zakenbrieven in het Italiaans bewaard die Rubens schreef aan een opdrachtgever van Brueghel, een klusje dat je alleen maar als een vriendendienst kunt begrijpen. Na Brueghels dood in 1625 trad Rubens bovendien op als voogd en executeur-testamentair. Tussen de twee mannen moet een hechte band bestaan hebben. Het idee om samen te werken, is waarschijnlijk spontaan bij hen gegroeid. Misschien - geschreven bronnen hierover hebben we niet - werden ze ook aangemoedigd door het hof. Beide schilders werkten immers voor de aartshertogen Albrecht en Isabella en stonden in hoog aanzien bij belangrijke verzamelaars.

 

De expressieve, sensuele figuren van Rubens in de fijne landschappen en bloemenkransen van Jan Brueghel verenigen het beste van twee meesters. Uit alle producten van hun samenwerking spreekt een aanstekelijke kameraadschappelijke wedijver, maar ook een duidelijke wil om attent op elkaar in te spelen. Dat ze daarin slaagden, blijkt uit de waardering van hun tijdgenoten. Vroege biografen zoals Arnold Houbraken en Jacob Campo Weyerman zongen in alle toonaarden de lof van het Aards paradijs dat Rubens en Brueghel samen schilderden. Ze noemden het een "overheerlijk Konststuk".

 

Het Aards paradijs, dat in 1766 door stadhouder Willem V werd aangekocht, is een van de topstukken en publiekslievelingen in de collectie van het Mauritshuis. Het verklaart meteen waarom de tentoonstelling in Den Haag gehouden wordt en niet in pak weg Antwerpen of Brussel. Het Mauritshuis werkte samen met het Getty Museum in Los Angeles, dat met De terugkeer van de oorlog: Mars wordt ontwapend door Venus eveneens een topstuk ter beschikking kon stellen. In een 'joint venture' namen Amerikaanse en Nederlandse kunsthistorici de gezamenlijke productie van Rubens en Brueghel onder de loep, in nauwe samenspraak met de restaurateurs die de werken behandelden. Ann Woollett, een curator van het Getty Museum, kan honderduit vertellen over haar wandelingen door de straatjes van de Antwerpse binnenstad, waar ze de huizen (of wat ervan rest) opzocht waar de zeventiende-eeuwse schilders woonden en werkten. De belangstelling van de Amerikaanse museumlui voor onze oude kunst, en het enthousiasme en de grondigheid waarmee ze die bestuderen, zijn hartverwarmend.

 

 

DE SCHEVE SCHAATSEN VAN PAN

 

Natuurlijk is het Aards paradijs met de zondeval van Adam en Eva (ca. l617) een van de blikvangers op de tentoonstelling. Paradijsvoorstellingen waren een favoriet genre van Jan Brueghel. Zij gaven hem de kans zijn virtuositeit in het schilderen van landschappen en dieren voluit te demonstreren. Vooral de kleurenweelde in de huiden en de veren van de dieren was een kolfje naar zijn hand: kijk maar eens hoe hij de staart van de pauw of de gevlekte vacht van de tijger afbeeldde. Maar ook Rubens gaf in dit schilderij het volle pond met de warme en vloeiend gemodelleerde figuren van Adam en Eva en met het schitterende paard dat achter hen staat. Het is het enige schilderij dat door beide meesters voluit is gesigneerd en waarop zelfs de taakverdeling gepreciseerd wordt: Jan Brueghel heeft de voorstelling gemaakt (IBRUEGHEL FEC.) en Rubens heeft er de figuren in geschilderd (PETRI PAULI RUBENS FIGR).

 

Schilderijen zoals het Aards paradijs zijn een lust voor het oog en moeten voor elke kapitaalkrachtige verzamelaar een begerenswaardige trofee geweest zijn. Maar ook in kleinere en minder ambitieuze stukken kon de samenwerking tussen de twee Antwerpse meesters tot heerlijke resultaten leiden. Een goed voorbeeld daarvan is Pan en Syrinx (ca. 1617) uit de Gemäldegalerie van Kassel. Het schilderij, gebaseerd op een verhaal uit de Metamorfosen van Ovidius, laat zien hoe de wellustige god Pan de nimf Syrinx achternazit. Op het moment dat hij haar wil vastgrijpen, verandert zij echter in riet. Uit dat riet zou Pan later een fluit snijden om troost te zoeken in de muziek. Het accent in dit tafereel ligt duidelijk op Rubens' monumentale figuren, maar ook Brueghels voorstelling van het riet, de opvliegende vogel en de bloemen aan de waterkant is van een zeldzaam raffinement. Samen kwamen de twee meesters hier tot een resultaat dat ze op eigen kracht nooit hadden kunnen bereiken.

 

Hoe de samenwerking precies verliep, valt moeilijk te reconstrueren. Volgens de onderzoekers schilderden Rubens en Brueghel elk hun aandeel in hun eigen atelier, met hun eigen materiaal, en werden de werken daarbij van het ene naar het andere atelier gedragen. Dat was niet zo moeilijk, omdat ze in elkaars buurt woonden, Rubens op de Wapper en Jan Brueghel in de Lange Nieuwstraat. Op alle schilderijen die ze samen maakten, is te zien dat Rubens en Brueghel hun aandeel op elkaar probeerden af te stemmen. In het Aards paradijs bijvoorbeeld vlijt een katje (Brueghel) zich aan tegen een been van Eva (Rubens). Maar soms ging het mis, en ook daarvan bleef een voorbeeld bewaard. Bij het onderzoek van De terugkeer van de oorlog: Mars wordt ontwapend door Venus (ca. 1610-12) merkten de onderzoekers dat Rubens zijn figuren veel groter schilderde dan Brueghel had voorzien. Rubens schrok er niet voor terug om een deel van het werk van zijn collega met grijze verf te bedekken en te overschilderen. Brueghel moet de ingreep later goedgekeurd hebben, want in een volgend stadium paste hijzelf zijn decor aan. Toch blijft er iets wringen in de verhouding tussen Mars en Venus en de smidse van Vulcanus waarin ze op dit schilderij ten tonele worden gevoerd. Voor de liefhebbers: de pacifistische voorstelling van de oorlogsgod Mars die door Venus van zijn helm en zijn wapens wordt ontdaan, was een verwijzing naar het Twaalfjarig Bestand waarmee Albrecht en Isabella een periode van vrede voor onze gewesten bezegelden. Zo stelde men toen aan de hand van de Oudheid de brandende actualiteit voor.

 

Jan Van Hove

 


ILLUSTRATIES

Jan Brueghel en Peter Paul Rubens, Het aardse paradijs met de zondeval van Adam en Eva, ca. 1617
paneel, 74,3 x 114,7 cm, Den Haag, Mauritshuis

Jan Brueghel en Peter Paul Rubens, Allegorie op de smaak, 1618
paneel, 64 x 108 cm, Madrid, Museo del Prado

Jan Brueghel en Peter Paul Rubens, Pan en Syrinx, ca. 1617
paneel, 39 x 59,9 cm, Kassel, Staatliche Museen, Gemäldegalerie Alte Meister

Peter Paul Rubens en Jan Brueghel de Oude, De terugkeer van de oorlog: Mars wordt ontwapend door Venus, ca.1610-12
paneel, 127,3 x 163,5 cm, Los Angeles, J. Paul Getty Museum, verworven ter ere van John Walsh


INFO

 

Rubens en Brueghel samen

Nog tot 28 januari 2007

Open: dinsdag tot en met zaterdag van 10 tot 17 uur, zon- en feestdagen van 11 tot 17 uur

Gesloten: maandag, 25 december en 1 januari

 

Interessante catalogus, uitgegeven door Waanders: 29,95 euro (soft cover) en 39,95 euro (hard cover)

 

Mauritshuis

Korte Vijverberg 8

2513 AB Den Haag

Tel. (0)70 302 3456

www.mauritshuis.nl