U bent hier

Roelandt Savery - Plundering van het dorp

Roelandt Savery - Plundering van het dorp
Roelandt Savery (1576-1639), Plundering van het dorp, Olieverf op hout, gedateerd 16(04?), Museum voor Schone Kunsten, Kortrijk

 

Roelandt Savery die het schilderij 'Plundering van het Dorp' uit het Kortrijks museum heeft gemaakt is te Kortrijk in 1574 geboren. Dat kan men lezen onderaan een portret geëtst door de Amsterdamse Geertruy Roghman, naar het origineel van de Utrechtse portretschilder Paulus Moreelse. Algemeen wordt aangenomen dat het schilderij in 1604 is ontstaan, maar de datum onderaan de handtekening op het wafelijzer in de linkerbenedenhoek is nu moeilijk te ontcijferen.

 

Tot 1604 is weinig over het leven van Savery bekend.

 

Karel Van Mander, zijn streek en tijdgenoot, die hetzelfde jaar dat het schilderij gemaakt werd het lijvig boek uitgeeft waarin hij over zoveel 'doorluchtige schilders' uitvoerig vertelt, wijdt aan Roelandt terloops een regel. Dan nog om te verklaren dat om een idee te hebben over de kunst van de pas overleden Jacob Savery, men best eens kijkt naar het werk van Roelandt, zijn broer en leerling, die 'in manier van werken en kunstvaardigheid sterk doet denken aan zijn meester'. Die Jacob schilderde naar de trant van Bruegel. Het was dus geen zware fout wanneer U kijkend naar de reproduktie, niet in de eerste plaats aan Savery maar aan Bruegel hebt gedacht. Zoals Jacob Savery schilderde Roelandt toen naar de trant van Bruegel.

 

Het onderwerp van het schilderij was eigentijds en populair. Sinds Bruegels 'Kindermoord' en 'Volkstelling' werd dergelijk thema meermaals hernomen want het sprak tot het gemoed van wie de bezetting door Alva van de zuidelijke Nederlanden had meegemaakt.

 

In de 16de eeuw vond men het niet verkeerd maar prijselijk een meester na te volgen en het is niet om de schilder te verkleinen dat Van Mander van een schilder getuigt dat hij aan een meester doet denken.

 

Onbetwist doet 'Plundering van het Dorp' denken aan Bruegels 'Kindermoord'. Het gebeuren grijpt in beide gevallen plaats in een ondergesneeuwd dorp met aan de linkerkant een huis met puntig dak en aan de overzijde een huis met trapgevel dat frontaal wordt gezien. Ook de bomen zijn nagenoeg gelijk geplaatst en niet alleen door het algemeen opzet met hoge horizonten, maar ook door details kan zonder kwaad vermoeden aan Bruegel worden gedacht.

 

'Plundering van het Dorp' is een in de traditie gegroeid schilderij dat echter Roelandt Savery's eigen visie laat aflezen. Hij vertelt a.h.w. langzaam en uitvoerig over een plotseling inrukken van soldaten in een dorp. Als uit een verstoord mierennest vluchten tot diep in de blauwe verte, wanhopige burgers. Op het voorplan is de rooftocht reeds gebeurd. Bij de boom links staan een drietal fijne ruiterspaarden uitgespannen. Een paar burgers worden opgeleid en een keffertje blaft nijdig naar een soldenier met snor en vuurvretersgezicht. In het midden hurkt een groepje dat een rode ruiter om erbarming smeekt. Deze zet hooghartig over hun hoofden heen zijn gesprek voort met een gevaarlijk dicht aandravend metgezel. In de rechterbenedenhoek, terwijl twee lallende soldaten bakkeleien, tellen twee anderen buitgemaakt geld en één ervan moffelt geld in zijn broekzak. Maar niet het geld is de grote buit, wel de veestapel. Achter de boom staat een door de soldaten afgespannen huifwagen. De paarden worden naar voren geleid, terwijl onder de kap van de wagen twee mensjes ontdaan toekijken.

 

Zij hoopten tevergeefs de dans te ontspringen. Een plasje bloed bleekt onder het wagenwiel. Het komt van een pasgekeelde kalkoen waarvan de hals bengelt over de wagenboord. Op het huis achter de huifwagen is de overval zopas met klaroengeschal ingezet. De bewoners zijn opgeschrikt en terwijl een haan in paniek de hoogte infladdert, maakt een kat een bange sprong over het dak. Binnenkijkend door het bovenvenster ziet men dat ook daar reeds de vijand is doorgedrongen. Savery was een fijnschilder die, zoals de primitieven, wat voor het oog niet meer onderscheidbaar was, niettemin secuur vastlegde.

 

Het centrum van het schilderij is ingenomen door een naar links oprukkende ruiter die voetstaps gevolgd wordt door een martiaal opstappend tamboer. Deze is zo suggestief, dat hij verdient de gezellige kornuiten uit Rembrandts 'Nachtwacht' tegemoet te treden.

 

Naast de algemene plunderingsstroming naar links is er één opmerkelijke tegenbeweging. In het tumult heeft een boffer de kans gevonden met volgeladen wagen te ontsnappen. De geleider jaagt de paarden op en achter de hoge pakken op de wagen glunderen opgelucht twee oudjes olijk naar elkaar. Al die drukte heeft niet tot een verwarde compositie geleid.

 

De witte grond laat toe het schilderij overzichtelijk te overschouwen. Het geweer dat horizontaal nevens de tellende soldaten ligt, duidt de uitbeelding van het geheel over twee taferelen aan en verschaft daardoor de sleutel die de geometrische opbouw van het kunstwerk verklaart. De heldere harmonie van blauw, rood en geel op de bagage van de opeengedrumde groep, die zich in het midden van het voorplan bevindt, verhoogt in niet geringe mate de levendigheid van dit vroegere werk van Roelandt Savery.

 

De faam van Roelandt Savery steunt echter niet op het hier besproken schilderij, maar wel op de nagenoeg honderd werken die na 1604 gemaakt werden en die niet meer aan Bruegel doen denken.

 

Na 1604 verandert zijn manier van schilderen. Is het een gevolg van zijn uitwijking naar Nederland geweest? Zoals veel Vlamingen uit die tijd heeft hij, hetzij om geloofsredenen, hetzij om zoals Van Mander het schrijft 'aan de wreedheden van de aan de Kunst vijandige Mars' te ontsnappen, Vlaanderen verlaten.

 

Reeds in 1605 is hij te Praag bij Keizer Rudolf II, en hier past het te wijzen op de niet geringe invloed die de voorkeur van de opdrachtgever kan spelen in de stijlontwikkeling van een kunstenaar. Deze kleinzoon van Keizer Karei was evenzeer belust op curiositeiten als op kunstwerken. Aan zijn hof verbleven niet alleen geleerden en kunstenaars maar ook fantasten en zo werd Roelandt naar Tirol gezonden om er de typerende landschappen na te tekenen. In Tirol heeft de man van het vlakke land verbaasd opgekeken naar het fascinerende beeld van bergen en bossen. Naar de wens van zijn op nieuwigheid gebrande meester heeft hij zijn fijnschilderskunst aangewend om nauwgezet het zonderlinge van boom, blad en dier te noteren. Deze notities zijn de elementen geworden om in de geest van het internationale maniërisme - fantasie parend aan documentaire werkelijkheid - fantastische met dieren bevolkte rots- en bospartijen te schilderen.

 

Wie heeft opgemerkt dat in 'Plundering van het Dorp' de dieren een grote bezetting hebben ingenomen, begrijpt dat het bestaan van een dierentuin naast het Keizerlijk Hof, voor Savery een buitenkans is geweest om aan die voorliefde toe te geven. In zijn oeuvre neemt het dier inderdaad een ruime plaats in. Naast jachttonelen schilderde hij onderwerpen als 'de Ark van Noach', 'het Paradijs der Vogels', die onverbeterlijke voorwendsels geweest zijn om zijn kennis terzake onbeperkt te etaleren.

 

Na 1604 gaat het meer om fiere toonstukken. De compositie van veel van deze toonstukken is bij nadere beschouwing, voorspeld in 'Plundering van het Dorp'.

 

Het kerkje met de besneeuwde spits, wordt later de ruïne die opduikt uit de apotheoseklaarte van menige bospartij. De compacte massa mensen en dieren onder de curve die van het spitse dak afdaalt en over de huifwagen, koe en schapen doorloopt, om op te klimmen langs de ruiter naar het wagenwiel rechts, zal na 1604 nog dichter ingenomen worden door welig getakte bomen en door dieren 'zowel viervoetige als vliegende' die elke plaats bezetten en aldus een zware halve krans vormen voor een mysterieuze verte.

 

De maatstaf van de eigen tijd aanleggend kan zijn kunstenaarsfaam niet stand houden omdat hij bijv. voor het nageslacht het beeld heeft vastgelegd van de uitgestorven Dodovogel. Hij bewees een visionair kunstenaar te zijn door de lichtbanen die hij boorde door het dichte gewas en door de droomwerelden die hij kon laten verzinken in verre klaarten achter het trotse défilé van poserende dieren. Door deze eigenschap is hij verwant aan onze eigentijdse fantastische kunst.

 

Toch rijst de vraag of de stijlafwijking na 1604, die hem roem heeft opgebracht, voor de artistieke gaafheid van zijn totaal oeuvre voordelig is geweest. Na 1604 is onder modieuze druk, de schone gaafheid die straalt uit de 'Plundering van het Dorp', (wellicht een overtuigend proefwerk om aangenomen te worden door de 'Modernen van Toen') gesplitst in een precieus documentair fijnschilderen aan de ene en het inschakelen van romantisch-magische waarden aan de andere zijde.

 

De man die na Praag naar Amsterdam ging en daarop naar Wenen om eindelijk te Utrecht na een niet onlustig vrijgezellenleven... arm en vereenzaamd 'door verstrooiing der zinnen' in 1639 te sterven, heeft niet zoals zijn land- en tijdgenoot Peter Pauwels Rubens (een jaar na hem geboren en een jaar na hem gestorven), de beheersing van leven en kunst gekend om op artistiek niveau de belofte van het Kortrijks schilderij consequent te honoreren.

 


Keuze uit te raadplegen Nederlandse boeken:

  • G. Knuttel, De Nederlandsche Schilderkunst van Van Eyck tot Van Gogh, Amsterdam, 1938
  • P. Eeckhout, Catalogus: Roelandt Saverytentoonstelling, Gent 1954
  • R. G. de Boer, Catalogus: Modernen van Toen, 1570·1630, Singer Museum Laren 1963
  • P. Debrabandere, Geschiedenis van de Schilderkunst te Kortrijk 1400·1900, Kortrijk, 1963