U bent hier

Rik Wouters - Het zotte geweld

Rik Wouters - Het zotte geweld

Op een winteravond woonde Rik Wouters in de Muntschouwburg te Brussel, samen met zijn vrouw Nel, een balletvoorstelling bij. Danseres was de grote Amerikaanse ballerina Isadora Duncan, Tlsadorable' zals Parijse kunstenaars haar noemden. Rodin, Bourdelle, Dunoyer de Segonzac, om er enkele van te vermelden, lieten zich door haar begeesteren. Haar geïnspireerde vrije expressies, haar magische persoonlijkheid in de beroemde Skythendans, hadden ook Wouters getroffen.

Thuisgekomen in Bosvoorde ging hij dadelijk aan het werk. De idee om een dansende figuur te creëren waar hij sinds meerdere jaren mee rondgelopen had, zou nu een vaste vorm krijgen. Op de kleine zolderkamer, zijn atelier, gaat hij in aanwezigheid van zijn vrouw die hem steeds tot model dient koortsachtig aan het werk. Hij zoekt al schetsend terug naar de extatische beweging van de danseres totdat hij de houding gevonden heeft die hij in klei - later gegoten in brons - zal bestendigen. Het kunstwerk wordt een ware explosie van levensgenot.

In haar biografie van Rik beschrijft Nel Wouters die rusteloze, langdurige arbeid als volgt: 'De grote kunstenares Isadora had nieuwe perspectieven voor hem geopend. Hij begreep dat het naakt wel degelijk voor hem nog aanleiding kon zijn tot een pathetisch werk en dat hij er nog wat anders van kon maken dan een banaal postuur... Met het mes tekende hij in de klei, sneed er door in één trek van boven naar beneden, verdiepte deze tekening met een vaste hand... Het leven werd geboren, warm en lachend, uit de kleimassa en, terwijl de laatste herinnering aan Isadora Duncan verzwond, kwam 'De dwaze maagd' uit hare hulsels te voorschijn... Zij was geworden uiting van de geestdrift en de levensvreugde welke Rik bij zijn werk bezielde...' Vitaal, spontaan, direct jubelt de bacchante de volheid van het leven uit. leven dat voor haar schepper amper 33 jaar duurde, leven dat vol kleur en felheid is geweest. Nauwelijks op één voet steunend, beweegt de danseres in een intens gebaar lichaam en ledematen door de lucht, terwijl de schaterlach van het gelaat de uitbundigheid van de figuur nog onderstreept.

Merkwaardig in deze realisatie is de plotse doorbraak van het dynamische in Riks' oeuvre. Voordien vormde ieder beeld een rustige en in zich gesloten compositie. Een directe impressie is de aanleiding tot het werk geweest. En ook dat is typisch voor de kunstenaar. De naar ruimtelijkheid strevende beweging zal slechts tientallen jaren later in de moderne beeldhouwkunst bewust en definitief doorbreken. Bij Wouters is het een uniek moment gebleven, een dionysische vreugde en een hoogtepunt in een leven waarin een jaar later, in 1913, de eerste verschijnselen zouden optreden van een kwaal waaraan hij drie jaar later zou overlijden.

Onverpoosd heeft Wouters geschilderd, getekend, geëtst en geboetseerd. Kleur, ritme, vreugde en licht stralen uit zijn werken. Naar Franse voorbeelden keek hij op, vooral Cézanne en Rodin, en in eigen land naar James Ensor. Intellectueel experimenteren of metaphysische problematiek hield hem niet bezig. Uit de volheid van het leven, het dagelijkse leven dat hem omringde, met de presentie van Nel, is zijn œuvre ontstaan. Lichtvibraties die hem bij het schilderen zo lief waren, plaatste hij over in de plastiek door het bewerken van klei met mes en duim. Andere grondstoffen heeft hij in zijn beeldhouwwerk niet aangewend.

Reeds van huis uit was hij als beeldhouwer gevormd : als houtsnijder in het Mechelse meubelbedrijf was hij van zijn twaalf jaar bij zijn vader werkzaam geweest. Toch voelde Wouters zich niet aangetrokken door harde materialen. De spontaneïteit van zijn kunst kon zich hiermee niet verzoenen. Plotse indrukken, een houding, een gebaar, een beweging uit zijn omgeving moest hij kunnen weergeven.

Zijn schilderijen zijn met brede en losse toets aangezet, de kleurvlakken vrij naast elkaar geplaatst. Zij ook zingen de lof van de meest eenvoudige dingen en vooral van zijn huiselijk geluk. In elke techniek die hij aanwendt, weet hij intuïtief de mogelijkheden van het gebruikte materiaal toe te passen, Zo is zijn boetseerwerk van werkelijk rondplastische aard, en met een rechtstreeks vormgevoel weet hij de psychologie van het verbeelde weer te geven.

Een vergelijking met Rodin, voor wie hij grote verering had, wordt wel eens getrokken. Nochtans heeft Wouters niet een uitgesproken vergeestelijking nagestreefd. Hoe monumentaal zijn oeuvre ook mag zijn, het staat dichter bij de mens. Op 11 juli 1916 is de kunstenaar te Amsterdam, na een langdurige strijd met een ongenadige ziekte, overleden. Het œuvre dat hij naliet, en dat in amper zeven jaar tijd tot stand kwam, is zo overweldigend rijk naar inhoud en hoeveelheid dat sommige biografen de vergelijking maken met de verschijning van een meteoor : vluchtig maar stralend van doordringende betekenis.