U bent hier

Restauratie topwerken Rubens - Schilderijen als patiënten

Restauratie van topwerken Rubens
Peter Paul Rubens, De Kroning van Maria, Olieverf op doek, 415 x 257 cm, Collectie Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Restaurateur aan het werk, Foto: Saskia Vanderstichele.

 

In de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België kunnen de bezoekers de restauratie van Rubens' meesterwerk De Kroning van Maria live meemaken.

 

 

EEN UNIEKE RUBENSCOLLECTIE

 

Musea conserveren onze kunstwerken zo goed als ze kunnen. Maar ondanks de beste bewaaromstandigheden knaagt de tand des tijds onmeedogenloos. Net zoals mensen hebben kunstwerken verzorging nodig en soms zijn pijnlijke ingrepen onvermijdelijk. De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België kon dankzij mecenaatgeld van het Fonds Inbev-Baillet-Latour een ziekenboeg openen in het museum zelf. Bezoekers mogen over de schouders van de heelmeesters kijken. Een boeiende ervaring. De Koninklijke- Musea voor Schone Kunsten van België bewaren een unieke groep van ongeveer vijftig werken van Rubens zelf en uit zijn atelier. De Rubensverzameling is van uitzonderlijke kwaliteit omdat ze stamt uit Rubens meest vruchtbare periode tussen 1614 en 1640. Het museum bezit olieverfschetsen, kleinere schilderijen en imposante altaarstukken. Naar aanleiding van de komende retrospectieve in 2007 onderzoeken verschillende wetenschapslui de Rubenswerken en worden ze grondig gerestaureerd. Vandaag zijn vijf topwerken aan de beurt en het publiek kan de restauratie van De Kroning van Maria live meemaken. De vijf schilderijen zijn bewust gekozen omdat ze elk een deel van het oeuvre van Rubens met een specifieke problematiek vertegenwoordigen.

 

 

DE BLIJDE INTREDE

 

De Kroning van Maria is een gigantisch doek van 415 x 257 cm dat Rubens schilderde voor de kerk van de Minderbroeders-Recoletten in Antwerpen, waar er meerdere schilderijen van Rubens hingen. Commissarissen van de Franse republiek pikten de schilderijen in en namen ze mee naar het Louvre. In 1802 kwamen de werken naar Brussel om het Museum van het Departement van de Dijle, dat één jaar tevoren door de Eerste Consul Bonaparte was opgericht, te verrijken. Hoe de reusachtige schilderijen toen zijn vervoerd is niet exact geweten, maar vermoedelijk werden ze gewoon opgerold. Andere Rubensschilderijen kwamen in 1815 terug naar Antwerpen en getuigenissen en afbeeldingen uit die tijd geven wel een beeld van hoe de kostbare werken werden vervoerd. Een tekening van Ferdinand De Braekeleer toont het "aenkoomen der konststukken aen het Museum tot Antwerpen 1815" . Het was zes maanden na de Slag van Waterloo toen vier zwaar beladen karren vanuit Parijs over de Antwerpse kasseien rolden. De stoet met de ingepakte schilderijen stopte driemaal tot groot jolijt van het talrijk opgekomen publiek: een eerste keer bij het binnenkomen van de stad, een tweede keer bij het stadhuis en tenslotte bij de aankomst aan de Academie voor Schone Kunsten waar de schilderijen hun eindbestemming kregen. Een toenmalige verslaggever van L'Oracle verhaalt met de nodige emotie hoe de klokken luidden en de kanonnen bulderden om de kostbare erfenis te verwelkomen. De burgemeester, de gouverneur, de autoriteiten van de Academie voor Schone Kunsten en de kerkelijke macht brachten hulde aan zo'n veertig schilderijen. De tekening toont de Griekse godin Minerva en een rechtstaande vrouwe Justitia illustreert dat gerechtigheid is geschied. De illustratie toont zwaar ingepakte schilderijen en op een ander beeld zien we hoe de paarden met grote kisten volgestouwde karren voorttrekken. Eén van de drie restaurateurs, Hélène Dubois, denkt dat de doeken ooit werden opgerold want er zijn verschillende horizontale lange craquelures terug te vinden.

 

 

PROBLEMEN MET VROEGERE RESTAURATIES

 

Het vierhonderd jaar oude schilderij De Kroning van Maria ziet niet voor het eerst een kunstdokter. Er gebeurden reeds ingrepen in 1838 en in 1960. Hierover bestaan gelukkig heel wat rapporten maar de vroegere restauraties zijn niet altijd onomkeerbaar wat vandaag een conditio sine qua non is. Wie als bezoeker met zijn neus op het doek staat, hoeft geen grote kenner te zijn om talloze problemen op te merken. De verflaag vertoont verschillende vlekken, veroorzaakt door vele retouches die met de tijd donkerder werden. Vroegere 'restaurateurs' vulden oude scheuren met mastiek maar dat leidt nu tot grote reliëfverschillen. "Waar de vroegere mastiek loskomt of begint te barsten halen we die weg en vullen de barst terug op," zegt Hélène Dubois. Ze heeft veel respect voor de vroegere restaurateurs, ondanks hun soms gebrekkige technische kennis.

 

Een ander probleem is de donker gekleurde vernis. Die is zeer geel en oneffen want het was vroeger zelfs mode om aan de vernis wat kleur toe te voegen. Over smaken valt niet te twisten maar vandaag kiezen de restaurateurs toch voor de originele kleuren of proberen ze de kleuren zo oorspronkelijk mogelijk te benaderen. Daarenboven is het hele doek met stof overdekt wat de leesbaarheid van de tekening bemoeilijkt en de frisheid van de tinten uitdooft.

 

 

DE HAND VAN DE MEESTER EVENAREN

 

Voor de restauratie in het museum bouwde men een enorme steiger van waarop de restauratrice heel het schilderij in alle uithoeken perfect kan bereiken. Ze werken met drie tegelijkertijd aan het schilderij: Hélène Dubois, Phan Thanh Ngi en Lies De Maeyer. Ieder heeft een strook zodat ze elkaar "in het oog kunnen houden" want met een doek van meer dan vier meter hoog is het niet eenvoudig om te zien waar de andere mee bezig is. Het publiek lust er wel pap van maar blijft discreet. "Een enkeling durft wel eens vragen of ik zelf het volledige werk heb geschilderd maar meestal kijkt het publiek stil en vol bewondering." Nadat de mastiek is verdwenen en de grote barsten terug zijn opgevuld beginnen de restaurateurs aan de retouches. Ook hier evolueerden de smaken en opvattingen in de loop der eeuwen. Zo was het zeer gebruikelijk in de jaren zestig in Italië om geen echte retouches te plaatsen maar wel een 'tratteggio'. Een techniek waarbij men fijne streepjes schildert, waardoor de retouche voor iedereen zichtbaar is en zich niet volledig integreert in het kunstwerk. "De techniek komt eigenlijk uit de restauratie van temperaschilderijen en Italiaanse restaurateurs pasten ze veel toe bij Italiaanse Primitieven. De idee erachter is dat een restaurateur neutraal moet blijven en de meester niet mag proberen te imiteren," vertelt Hélène Dubois. Vandaag kiezen musea in noordelijk Europa vooral voor 'imitatieve' retouches die zich perfect integreren in het werk maar wel volledig omkeerbaar zijn. Het komt er dus op aan de hand van de meester te evenaren wat niet altijd even gemakkelijk is.

 

Tot slot komt er een dunne vernis over het schilderij op basis van natuurlijke hars en damast maar zover is het lang nog niet. De restauratieploeg schat nog tenminste zes à twaalf maanden nodig te hebben alvorens het schilderij volledig klaar is. Tegelijkertijd volgt er nog een radiografisch onderzoek en bestuderen de schilderijartsen het werk ook met infrarood-fotografie. Het eerste leert veel over de opbouw van de schilderslaag en het gebruik van loodverf, het andere over onder andere de ondertekening. Alle onderzoeksresultaten kunnen ook vergeleken worden met onderzoek op andere schilderijen van Rubens uit de Alte Pinakothek in München. Nu al bevestigt de restauratie wat meerdere kunsthistorici sinds lang vermoeden. Er zijn verschillende handen te herkennen in De Kroning van Maria. Zo schilderde iemand anders de hoofden van de putti rechts en bevat het werk heel wat correcties van Rubens zelf.

 

 

VREUGDE EN VRAGEN

 

Wie vandaag de werken van Rubens bewondert kan de vreugde van de verslaggever van L'Oracle in 1815 alleen maar delen. Nadat de schilderijen in de Academie waren afgeleverd volgde een groot bal en zelfs vuurwerk, dat pas een dag later werd afgestoken wegens het slechte weer. De terugkeer van het kunstbezit betekende een belangrijke opsteker voor de waardering van het grote publiek en van vele kunstenaars voor de oude meesters. Dankzij zijn diplomatieke talenten wierp de Hollandse koning Willem I zich op als de beschermer van de 'Vlaamse schildersschool'. Maar hoe zouden onze musea eruit zien indien we alle werken terugbrengen vanwaar ze oorspronkelijk kwamen? Een actueel debat.

 

Peter Wouters

 


ILLUSTRATIES:

(U kan de illustraties bekijken in het PDF-formaat)

A.G. Van Prooyen, naar G. Verellen,
Zegepraal der Wapenen of de plechtige terugkomst der ontvoerde voorwerpen van Kunst en Wetenschappen
Collectie Koninklijke Bibliotheek, Brussel

Peter Paul Rubens, De Kroning van Maria
Olieverf op doek, 415 x 257 cm - Foto Saskia Vanderstichele
Collectie Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België

Portret van Helena Fourment voor en tijdens de restauratie
Collectie Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België

Details uit De Kroning van Maria tijdens de restauratie
Collectie Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België

Restaurateur aan het werk
Foto Saskia Vanderstichele


INFO

De restauratie van de Rubensschilderijen is elke dag te bewonderen in de Rubenszaal van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België. Wie zeker wil zijn dat de restaurateurs aan het werk zijn tijdens het bezoek informeert zich best eerst of vraagt een geleid bezoek aan.

www.rubensonline.be

www.rubenianium.be

www.fine-arts-museum.be