U bent hier

Prins-bisschop Ernst van Beieren in Grand Curtius - Herfsttij der renaissance

Stereoscopische astrolabe, toegeschreven aan Lambert Damery, Musée de la vie Walonne, Luik.

 

Het Palais Curtius in Luik geeft, tot ver in het voorjaar van 2012, onderdak aan twee tentoonstellingen gewijd aan oude kunst. Een eerste luik schetst de wereld van prins-bisschop Ernst van Beieren, een tweede deel spitst zich toe op Spaans glaswerk.

 

 

Curtius

 

In 2009 beëindigde men de renovatie van het Curtiuscomplex. Vijf zelfstandige museale collecties bracht men onder één dak samen: wapens, glaswerk, archeologische vondsten, kunstnijverheid en Maaslandse kunst. Het Grand Curtius, genoemd naar de Luikse wapenhandelaar en industrieel Jean Curtius, ligt vlakbij de Maas en werd in de eerste helft van de zeventiende eeuw opgetrokken. Het markante en machtige huis met aristocratische, ossenrode baksteengevel in Maaslandse renaissancestijl is een van de pronkstukken van het historische Luik. 

 

Vlakbij staat de romaanse Sint-Bartholomeuskerk. In Vlaanderen zijn getuigen van intacte romaanse architectuur een heuse zeldzaamheid; Wallonië is merkelijk beter bedeeld. Romaanse kerken moesten doorgaans wijken voor de nieuwe gotiek, en werden vaak tot de funderingen herleid. Net zoals bij het Grand Curtius valt het kleurige silhouet op. De witte en ossenrode kleurstelling van het exterieur trekt de aandacht. De tweelingtorens met ruitdaken prijken bovenop een stevig koffermassief: de invloed van de architectuur van het niet zo verre Rijnland. Dit is een uniek historisch plaatsje in de ‘vurige stede’. De successen van industrieel Curtius werden overigens voorbereid door de Habsburger Ernst van Beieren.

 

 

Van Beieren en zijn tijd

 

Ernst van Beieren (1554-1612) werd in 1581 prins-bisschop van Luik, een tijd waarin het moderne Europa in zicht kwam. Hij was een kleinzoon van Ferdinand I (1503-1564), keizer van het Heilig Roomse Rijk. In 2012 is het vier eeuwen geleden dat van Beieren, ook prins-aartsbisschop van Keulen, het leven liet.

 

Het prinsbisdom Luik was een betrekkelijk overzichtelijk rijkje tussen de Samber en de middenloop van de Maas. De facto onafhankelijk, maar volgens de letter wel vallend onder het Heilig Roomse Rijk en bestaand uit steden en stadjes zoals Luik, Thuin, Dinant, Hoei, Maastricht, Tongeren, Visé en Sint-Truiden. Deze agglomeraties waren nagenoeg zelfstandig, vergelijkbaar met de fiere Vlaamse steden, die ten tijde van de hertogen van Bourgondië eveneens een zekere autonomie verworven of behouden hadden.

 

Van Beieren was een beetje een visionair, die geloofde in de maakbaarheid van het leven en de wereld: het moderne geloof in de dop. Vooruitgang was het credo. Als humanistische prins hield van Beieren het toezicht over een geletterde en geleerde hofhouding. Hij was gepassioneerd door sterrenkunde, wiskunde, geneeskunde, filosofie, alchemie en kunst. Het cumuleren van verschillende ambten leek een van zijn geliefkoosde bezigheden. Als rooms-katholieke prins hees hij zogenaamde heksen op brandstapels, maar verkeerde tezelfdertijd als aartsbisschop met meerdere vrouwen, wier kinderen hij erkende. Hij was verlicht, maar niet zo verlicht dat hij als prelaat vergevingsgezind tegenover protestanten was. Wel integendeel: protestanten kregen op het terrein van zijn jurisdictie met klopjachten te maken, een onvervalste pilaarbijter tijdens het hoogtepunt van de contrareformatie.

 

Bij een humanistisch geleerdenhof denken we aan de Medici’s in Firenze, de Gonzaga’s in Ferrara, of het magische hof van Rudolf II in Praag. Heersers omringden zich al sinds de klassieke Oudheid met wijze mannen van allerlei slag: met dokters die over hun gezondheid waakten (investeringen in het kuuroord van Spa), astrologen die hun toekomst voorspelden, of architecten die hun indrukwekkende paleizen ontwierpen. Van Beieren volgde in dat spoor, maar was eveneens een praktisch ingesteld persoon. Hij was een mecenas van de wetenschap, die de mens moest vooruit helpen. Van zijn kennis Galileo Galilei (1564-1642) kreeg hij een verrekijker, niet dat Galilei dit instrument had ontworpen, maar hij keek er wel als eerste mee naar de sterrenhemel. Toen van Beieren in 1610 te gast was aan het Praagse keizerlijke hof kon Johannes Kepler (1571-1630) met diezelfde verrekijker de hemellichamen eindelijk afdoende bestuderen om zich akkoord te verklaren met Galilei’s theorie van het heliocentrisme.

 

Met de wapenfeiten van Ernst van Beieren gaan we overigens terug naar het startpunt van de industriële opgang van het ‘land van Luik’. Ook al was de prins-bisschop een gecultiveerd man die de kunsten apprecieerde, toch lag zijn hart bij de pragmatische kant van het leven, gekenmerkt door een vroeg ontluikend gevoel voor kapitalisme, maar ook door de stimulatie van moderne medische praktijken, waarvan een ziekenhuis in Luik een resultaat was.

 

 

Vergeten generatie

 

Kunst uit de zestiende eeuw, een lappendeken van stijlen, genres en kunstenaars die tussen Van Eyck en Rubens laveerden, is vaak een moeilijke zaak; overzichtelijk is deze epoche allerminst. Daarbij komt nog dat van Beierens regeertijd de coupure tussen zestiende en zeventiende eeuw overbrugde en op die manier tussen twee bloeiperiodes van de Luikse schilderkunst in belandde. Enerzijds vinden we de grote Lambert Lombard (1506-1566), anderzijds is er de heropleving vanaf 1620 met als kopman Gérard Douffet, een caravaggistische schilder. Nog iets later in de zeventiende eeuw was het Jean del Cour die als uitstekend vakman mooie variaties op Bernini’s lyrische stijl maakte.

 

Al te lang is de periode tussen 1570 en 1620 een blinde vlek geweest. Maar ook Lombard, vader van de Luikse renaissancistische schilderkunst, is een mysterieuze figuur van wie geen enkel schilderij vandaag met absolute zekerheid van diens hand is. Pictor doctus Lombard, beïnvloed door Jan Gossart, Jan van Scorel en de schilderschatten in Rome, had vele volgelingen. Men spreekt zelfs over een school waarin vele kunstenaars uit de Nederlanden gevormd werden. Lombard was net zoals van Beieren bevriend met de beau monde uit de kunst en de wetenschap: Ortelius, Vasari, Plantijn.

 

Enkele van zijn discipelen zijn kunstenaars die richting gaven aan de kunst in de Nederlanden: Frans Floris, Willem Key en Hendrik Goltzius. Dominicus Lampsonius (1532-1599) was een diplomaat, humanistisch dichter en schilder die eveneens bij Lombard in de leer ging. Hij schreef diens vroegste biografie en was later secretaris van Ernst van Beieren. Er heerste weelde in die dagen. Tussen 1570 en 1620 figureren talloze kunstenaarsnamen die jammer genoeg volstrekt obscuur zijn, en aan wie niet zelden amper werken kunnen toegeschreven worden. Daarenboven mag men hen zeker niet allen in het licht van de academie van Lombard zien.

 

Pierre Furnius is een van die mannen die onderricht kregen van Lombard, maar die evenzeer profiteerden van de vooruitstrevende, italianiserende kunst van Frans Floris (1519/20-1570) en diens atelier in Antwerpen. Maar de roemrijke Antwerpse schilderstraditie werd mede gestuurd door het Luikse milieu, want Floris en Key waren er in de leer geweest. Ook Rubens zou indirect beïnvloed worden. Zijn leermeester was de Leidenaar Otto van Veen (1556-1629), die een tijdje als valet de chambre aan het hof van Ernst van Beieren verbleef, en die bij Lampsonius van 1573 tot 1575 een humanistische opleiding had genoten. Van Veen zou Lampsonius geassisteerd hebben bij de Kruisiging in de Sint-Kwintenskathedraal in Hasselt – het enige bekende werk van de meester. In 1592 werd van Veens Altaarstuk van de broederschap van het Allerheiligste Sacrament (Het Laatste Avondmaal) in de Antwerpse Onze-Liev-Vrouwekathedraal geïnstalleerd, waar het zich nog steeds bevindt. Het toont de volwassen meester, een voorbeeld voor Rubens en consorten. De eucharistie als symbolisch verzet tegen het protestantisme en het sfumato als unificerende factor binnen het schilderij. Het zijn maar enkele voorbeelden van wat zich op kunstvlak in de wereld van van Beieren afspeelde.

 

Ernst van Beieren was een epochale figuur: moeilijk te vatten en vol tegenstrijdigheden. In een staatsieportret van Hans Werl is hij vereeuwigd. Niet het sympathiekste heerschap: arrogantie ten voeten uit, grimas op het gelaat. Maar eveneens een pleitbezorger van de vooruitgang, en liefhebber van kunst en muziek.

 

Matthias Depoorter

 


Spaans glaswerk

 

Vuur uit Ventië, Spaans glaswerk op Venetiaanse wijze is het tweede tentoonstellingsluik in het Grand Curtius. Dat het Grand Curtius een expo met precieuze kunstvoorwerpen uit glas presenteert is niet vreemd, de collectie heeft immers op dat vlak veel te bieden. De expo herbergt meer dan 200 werken uit de gouden eeuw van de Europese glaskunst, die dialogeren met de vaste collectie.

 

Bruiklenen uit privécollecties, uit drie Catalaanse musea (het museum Cau Ferra in Sitges, het museum van het Kasteel van Peralada en het bisschoppelijke museum in Vic), uit het glasmuseum van Dusseldorf en uit het Cité de la Céramique in Sèvres zetten de arbeid van Spaanse glasblazers uit de zestiende tot de achttiende eeuw op een voetstuk. Zij pasten innoverende technieken toe en haalden voor hun verfijnde, veelkleurige kunstobjecten inspiratie uit het rijk der planten. De expo wordt georganiseerd in samenwerking met het Knaufmuseum van Iphofen in Beieren, en heeft de steun van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK).



Info

Tentoonstellingen

Ernst van Beieren, een Luikse prins in het moderne Europa

Vuur uit Ventië, Spaans glaswerk op Venetiaanse wijze

Nog tot 20 mei 2012

Open: maandag t.e.m. zondag van 10 tot 18 uur

Gesloten: dinsdag

Grand Curtius

Féronstrée 136

4000 Luik

Tel. 04 221 93 30

www.lesmuseesdeliege.be