U bent hier

Pol Bury - Altijd in beweging

Pol Bury - Plans Mobiles 1953 - Privécollectie.

 

Voor het eerst in twintig jaar wordt bij ons een grote tentoonstelling gewijd aan Pol Bury en zijn schilderijen, beeldhouwwerken, installaties, fonteinen, juwelen, grafische werken en teksten.

 

Van surrealisme naar abstracte kunst

 

Pol Bury is geboren in Haine-Saint-Pierre, in de omgeving van La Louvière. Hij volgde lessen aan de Academie van Mons (bij Navez en Buisseret) maar stak meer op van een lokale advocaat en dichter, Achille Chavée. Die bracht hem in contact met de surrealistische groep in Henegouwen. En zo werd René Magritte zijn voorbeeld. Dat was tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog ging de belangstelling van Bury uit naar de abstracte kunst, wat tot een breuk met de surrealisten leidde.

 

Men treft Bury in die periode aan in groepen als Jonge Belgische Schilderkunst (1947-48), CoBrA (1948-51) en Art Abstrait, waarvan hij in 1952 een stichtend lid is. Net in die periode wou Bury tekenleraar worden. Hij slaagde voor de theoretische proeven, maar geraakte niet door de praktische proef- hoewel hij toch al een paar boeken geïllustreerd had- en borg die plannen dan maar op. Hij opende in 1951 een boekhandel in La Louvière. Dat zegt wel iets over de toekomstperspectieven van jonge kunstenaars net na de oorlog. Op de meeste tentoonstellingen in die jaren- die nu overal als historische evenementen beschreven zijn - werd doorgaans helemaal niets verkocht. En dat die tentoonstellingen soms maar een week duurden, had alles te maken met de armoede waarin veel jonge kunstenaars leefden. Het liep anders als een mecenas zich over zo een initiatief ontfermde. Maar zo is er slechts één bekend in die jaren, namelijk advocaat René Lust, mecenas vanJonge Belgische Schilderkunst. Na zijn overlijden in 1948 was het onmiddellijkuit met Jonge Belgische Schilderkunst. Niemand stond klaar om het initiatief over te nemen.

 

Als kunstenaar evolueerde Bury in die periode van surrealistische en figuratieve afbeeldingen naar geometrische vormen die steeds abstracter werden. Hij stelde ook vast dat de drager, het schilderdoek, niet echt past bij wat hij op het oog heeft. Er verschijnen wel ronde kleurvakken. Maar die in een bewegend ritme brengen, dat was nog een ander paar mouwen. En zo kwam hij met de tijd op het idee om daarvoor een elektrisch motortje te gebruiken. Heeft hij dat zelf bedacht? Het zou best kunnen. Of klopt het dat hij in 1950 in Parijs bij Galerie Maeght een goed voorbeeld aantrof, in de tentoonstelling van Alexander Calder met mechanisch aangedreven, bewegende oppervlakten? Calder was daar al langer mee bezig, al rekende hij aanvankelijk enkel op wat luchtverplaatsing om zijn hangende beelden te doen bewegen.

 

Beheersbare beweging

 

Het is een kenmerkvan Bury, dat openstaan voor variatie en varianten. Hij verliet de wereld van het surrealisme op het moment waarop die internationaal indruk maakte. Commercieel niet slim dus. Wel bleef Bury, die toen nog een boekhandel had, met zijn kompaan uit La Louvière, André Balthazar, boekjes uitgeven waarin de surrealistische humor nog lang nazindert. Vanaf 1953 gebeurde dat door de zogenaamde Academie van Monbliart, in feite een vakantiehuisje nabij Rancy, een dorp dat vooral bekend is bij de kenners van het Belgisch marmer. De opvolger van de 'academie' werd in 1957 uitgeverij Daily-Bul. De boekjes zijn doorgaans amusante lectuur. De expo in Bozar toont er een aantal van.

 

Bury bleef in de loop van de jaren '50 voortdurend zoeken naar bruikbare technieken aangaande beweging. Zo is hij betrokken bij het manifest Le Spatialisme (1953) waarvoor hij een bijdrage leverde, naast de Antwerpse galeriehouder Karel Elno, kunstenaar Jo Delahaut en de criticus Jean Séaux. Bury en Delahaut bepalen daarin hun eigen positie in de 'abstracte' kunst, die in alle richtingen aan het uitdeinen was. Einde 1953 exposeerde Bury in de Brusselse galerie Apollo, waar tijdens de oorlog al vele latere leden van de Jonge Belgische Schilderkunst debuteerden, een reeks Plans mobiles. Hij nam in 1955 deel aan de tentoonstelling Le Mouvement bij Denise René in Parijs, met onder anderen Agam, Calder, Duchamp, Soto, Tinguely en Vasarely. Hij toonde er Girouettes (windwijzers) die zowel met de hand als in de wind kunnen bewegen.

 

In die jaren besefte Bury dat het publiek er een spelletje van maakte om op tentoonstellingen bewegende delen zo snel mogelijk te laten draaien. Hij schakelde over op stukken en projecten met een elektrische aandrijving, waarvan de snelheid beheersbaar is. De 'traagheid' is daarin een grote kwaliteit. Zo kan men ruimte scheppen voor het suggestieve van het wachten en zelfs een mysterieuze dimensie creëren.

 

De tijd nemen

 

In het begin van de jaren '60 kreeg de carrière van Bury een nieuwe dimensie. Hij kreeg twee tentoonstellingen bij Iris Clert in Parijs en exposeerde in New York, waar het MOMA in 1964 twee werken kocht. De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België zouden pas een jaar later een beeld kopen. Bury verbleef in die periode vaak in de Verenigde Staten, maar behaalde ook veel succes op de Biënnale van Venetië in 1964, waar al zijn werken werden verkocht. In 1970 vond een eerste retrospectieve plaats in vier Amerikaanse musea.

 

Vanaf de jaren '70 volgen tentoonstellingen, bestellingen en prijzen uit heel de westerse wereld en Japan. Zo kwam de Fontein voor het Provinciehuis in Antwerpen en het beeld Capteurs de ciels ( 7 m hoog) voor het Gemeentekrediet in Brussel (Pacheco). Hij kreeg een retrospectieve in de Botanique in Brussel in 1986. Bij de retrospectieve Pol Bury 1939-1994 in het Museum am Ostwall in Dortmund en het Museum voor Moderne Kunst in Oostende verscheen de oeuvrecatalogus, uitgegeven door het Gemeentekrediet. Het initiatief daarvoor kwam van het Dortmundse museum. Pol Bury is één van de zeldzame Belgische kunstenaars die hun oeuvrecatalogus (in drie talen) zag verschijnen bij leven.

 

Op het einde van zijn carrière werd hij haast overstelpt door bestellingen van monumentale en bewegende werken in metaal, vooral fonteinen. Die zijn uiteraard niet allemaal te zien in de tentoonstelling, ze staan verspreid in heel de wereld. Opmerkelijk in die werken is dat het water de drijfkracht is voor de beweging van de stukken of buizen. De kunstenaar regelde het zo dat de buizen bewegen wegens het stromende water, en zo tegelijk een andere weerspiegeling van het licht op het metalen oppervlak van de buizen veroorzaken. Curator Kurt De Boodt stelt terecht: "Net als bij Capteurs de ciel speelt Bury met de reflecterende eigenschappen van het metaal. Hij weet hier een harmonieus geheel te creëren door de combinatie van het ruisende water, de gracieuze bewegingen van de buizen en de spiegelende materialen"

 

Het gaat in de tentoonstelling soms om nogal monumentale werken. Maar Bury werkte ook op miniformaat voor Galerie Maeght. Het gaat om juwelen, ringen die bestaan uit elementen die hij voortdurend gebruikt: bollen en staafjes. De draagster zorgt zelf voor de beweging van de elementen die kunnen bewegen en wordt zo een deel van de creatieve intentie van Bury.

 

Over de zin van het oeuvre van Bury citeert men in Bozar een tekst van Pierre Descargues, geschreven voor galerij Adrien Maeght in Parijs in 1985: "Pol Bury voerde het begrip tijd in bij de sculptuur. Men presenteerde hem als een kinetisch kunstenaar, omdat er beweging zit in zijn werken. Maar dat langzame bewegen, dat soms moeilijk te zien is, kon twijfel veroorzaken in de geest van de toeschouwer. Om 'zijn ogen te geloven' moest die stil en aandachtig blijven voor de bewegingen die het werk in rust, veranderden. Het gaat hier eigenlijk niet om de beweging in een werk dat geen tekens uitstuurt en geen grote gebaren maakt. De beweging brengt een plus: een opeenvolgingvan vele beelden die men alleen kan zien als men er de tijd voor neemt."

 

Als men de loopbaan van Bury volgt, ziet men dat de kunstenaar steeds maar interessanter wordt en zich weet aan te passen aan de veranderende tijden en marktomstandigheden.


Archief:

Pol Bury - Trillend - OKV1971 / 15

Surrealisme in Belgische Collecties - OKV 1997 nr. 1

www.tento.be