U bent hier

Paters zijn mannen - Europalia toont foto’s van missionarissen in China

Portret van Altandji Barbari, een bekeerde christen vrouw, Archief van de paters Scheutisten.

 

Bij Kadoc in Leuven loopt een tentoonstelling met meer dan 200 foto's. Ze werden gemaakt in China door Belgische paters Scheutisten en Minderbroeders in de periode 1900- 1950. Het lijkt een kleine expositie. Dat komt omdat het kleine foto's zijn. Maar het zijn meestal de oorspronkelijke prints en ze vertolken grote verhalen.  

 

 

EEN VOLLE BAARD EN EEN VLECHT 

 

Paters zijn mannen. Dus ook, verzot op techniek, avontuurlijk, nieuwsgierig en zelfs ijdel. Dat is een goede attitude om foto's te maken. In China hadden ze een missie: het katholicisme uitdragen. Ze deden het door te prediken, missies te stichten, scholen, ziekenhuizen en kerken te bouwen, mannen en vrouwen te rekruteren om missionaris te worden en vooral ook door kinderen op te leiden en te soigneren. Bij hun werking waren kinderen belangrijk. Ze noemden het: 'het werk van de kindsheid'. Zo kwamen de paters op vele plaatsen, tot op de hoogste toppen, de meest afgelegen dorpen, in paleizen en tempels, maar ook in berookte hutten en daarbij was foto's maken zeker niet hun eerste doel. 

 

De kloosterordes waren goed georganiseerd. Steunend op de ervaringen van hun voorgangers en die uit andere missies werden de paters voorbereid op hun taak. Het was geen plezierreisje, het werd hun levenswerk. Voor 1911 besteedden ze bijvoorbeeld speciale aandacht aan hun uiterlijk. Een volle baard was standaard, en velen hadden een lange vlecht in hun haar en zeker ook aangepaste wijde kleren en typische schoeisels. Zo wilden ze waardig overkomen en geaccepteerd worden. Al bij al was het verblijf van de missionarissen ingrijpend, zowel voor de bevolking als voor henzelf. Wat ze bereikten was spectaculair, midden een dorp met lage huizen bouwden ze naarstig een kerk met een hoge toren. De architectuur ervan hield het midden tussen het Vlaamse en het Chinese, met een overwicht van het Vlaamse. Uit de reactie van de bevolking kon men besluiten dat die stenen gebouwen veel indruk maakten. De katholieke kerk bleek een kloeke, alom verspreide organisatie te zijn. Ze bracht veel mensen op de been. 

 

De paters waren trots op hun verwezenlijkingen. Ze fotografeerden de bouwwerken en zichzelf omgeven door tientallen, zelfs honderden 'gelovigen'. Ze fotografeerden vaak elkaar en elk bezoek van de bisschop was aanleiding voor weer vele portretten en groepsfoto's. De foto's werden naar België gestuurd. Ze waren daar de illustratie bij de brieven en mededelingen, zowel naar de oversten van de kloosterordes als naar de families. Het waren positieve boodschappen, om te tonen hoe groot de kerk wel was, hoeveel mensen erbij betrokken waren en hoe gezond ze er wel uitzagen. Bij deze foto's voelden ze zich zelfzeker. Het was werk met een duidelijk motief. Maar als vanzelfsprekend fotografeerden ze ook het China dat ze ontdekten, de straattaferelen, de mensen, de natuur, alles wat voor hun ogen kwam. Het mooie, het wrede en het onbegrijpelijke. En deze foto's zijn uiteindelijk, na al die jaren, de belangrijkste geworden. De paters zijn overleden, China evolueerde, het onbegrijpelijke bleef en ook de foto's. 

 

 

ÉÉN VAN DE VELEN

 

Het begin van de twintigste eeuw was de tijd van het exotisme. Mensen waren verzot op uitheemse voorwerpen, kunstwerken en afbeeldingen. Het was de tijd waarbij de rijke burgers in hun herenhuizen bijvoorbeeld Chinese kamers inrichtten. Zelfs het Belgische koningshuis verzamelde foto's van exotische taferelen. Weinig mensen hadden de middelen om verre reizen te maken, maar de drang naar het vreemde en bevreemdende werd bevredigd door fotografen-avonturiers die- geënsceneerd of naar de natuur - dit exotische taferelen in beeld brachten. Het werden vaak standaard beelden van bijvoorbeeld Chineesjes of Indiaantjes of Negertjes, dikwijls aangeduid met verkleinwoorden om het gebeuren minder angstaanjagend te maken en tegelijk deed men een beetje uit de hoogte. Het is opvallend dat de missionarissen daar nauwelijks aan mee werkten. Het was niet hun opdracht en ook niet hun ambitie om vertederende taferelen te tonen. Het China van deze paters was niet zo eenduidig of glorieus. 

 

De foto's zijn vaak ernstig. In westerse landen en zeker na de jaren vijftig was het gebruikelijk om te poseren met een lachend gezicht. Dat is dan een masker dat een zekere welstand moet insinueren, of in ieder geval een vrolijk humeur. In de andere landen poseerde men met een serieuze, soms zelfs angstige blik. Zichzelf laten fotograferen was een belangrijk gebeuren, vooral omdat niet vaak gebeurde en ook omdat het resultaat van dat fotograferen niet meteen zichtbaar was, men stelde zich ter beschikking van iets dat pas veel later zou te zien zijn, of misschien zelfs helemaal niet. 

 

De foto's van de missionarissen tonen niet alleen de mensen en dingen die ze fotograferen, ze reflecteren ook de houding van de fotografen zelf. We zien hoe ze naar die mensen kijken, vanuit een laag of hoog standpunt, oog in oog, of zijdelings. Vaak zien we dat er een vertrouwelijke relatie is tussen de missionaris en diegene die hij in beeld brengt. Een andere keer zien we angst of verwondering op de gezichten van de Chinese mensen. In ieder geval zijn de verschillen groot. Dat komt omdat de foto's niet gemaakt zijn door één fotograaf, maar door velen, in steeds andere omstandigheden en tijden, met andere ogen. Zelden lezen we de naam van de fotograaf. Het fotograaf-missanaris deed ook weinig om zijn eigen kunnen of om zijn artistieke gaven te promoten. De foto's werden gemaakt vanuit een gedienstige houding, in functie van het onderwerp. Zoals de middeleeuwse anonieme bouwvakker dat deed. Eén van de velen. 

 

 

IN DE PLOOIEN VAN HET BEELD

 

Tienduizenden foto's bleven bewaard. Ook dat is het gevolg van de goed georganiseerde kloosterordes. Uiteindelijk kwamen de foto's terecht bij Kadoc, het 'documentatie- en onderzoekscentrum voor religie, cultuur en samenleving' dat interfacultair verbonden is met de K.U.Leuven. Daar worden de foto's hoogst professioneel verzorgd, bewaard en gecatalogeerd. Het waren de mensen van dit centrum die het initiatief namen voor deze tentoonstelling in het kader van Europalia. Maar het aanbod van de tienduizenden foto's, dia's en negatiefplaatjes was chaotisch, ze zijn de neerslag van eindeloos veel situaties en verhalen. 

 

Om daar toch een zekere structuur in te krijgen werden de foto's geschikt naar elf onderwerpen: kinderen, groepen, portretten, landschappen, oorlog, straattaferelen, rampen, paters, cultuur, transport, beroepen. Bij de schikking in het historische pand aan de Vlamingenstraat verloopt het ene onderwerp als vanzelfsprekend in het andere. De foto's vormen geen aaneensluitend verhaal, ze bestaan elk op zich. 

 

Sommige opnamen werden vergroot, ze dienden dan bijvoorbeeld voor de missietentoonstellingen. Andere waren klein en verbleven jaren in doosjes of portefeuilles, nog andere hebben de gaatjes van duimspijkers in de hoeken, en veel foto's zijn aan de achterkant beschreven, vaak met Oud-Vlaamse woorden, vol dramatiek. Er zijn ook grote panoramische foto's bij, het zijn technische hoogstandjes waarbij de fotograaf met een speciale camera met bewegend objectief, weidse landschappen haarscherp en horizontaal in beeld bracht. Tenslotte zijn er ook dramatische beeldverhalen, zoals dat van een vermoorde pater, waarbij de fotograaf op zoek gaat naar de gebeurtenissen en de plekken van het onheil. 

 

Het is al bij al een spannende tentoonstelling, waarbij de toeschouwer uitgenodigd wordt om zich te buigen over de foto's, want hun schoonheid, wreedheid en onbegrijpelijkheid zitten verscholen in de plooien van het beeld.

 

Johan De Vos 

 


INFO

 

Tentoonstelling in het kader van Europalia China

Fotograferen in verwondering - Missionarissen in China

Van 29 oktober 2009 tot 16 januari 2010 

Open: van maandag tot vrijdag van 9 tot 17 uur, zaterdag van 9 tot 12.30 uur

Gesloten: zondag

Inkom gratis

 

Kadoc

VIamingenstraat 39

3000 Leuven

T. 016 32 35 00

www.kadoc.kuleuven.be