U bent hier

Oriëntalisme in Europa - Van Delacroix tot Kadinsky

Wassily Kandinsky, Improvisatie III, 1909, Olieverf op doek, 94 X 30 cm, Centre Georges Pompidou, Musée National d'Art Moderne, Legs Nina Kandinksy ©ADAGP © Collection Centre Pompidou, Dist. RMN/Adam Rzepka.

 

De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België pakken uit met de tentoonstelling 'Oriëntalisme in Europa', die volgend jaar ook naar München en Marseille reist.

 

 

LICHT EN GEHEIMEN VAN HET OOSTEN

 

Tijdens de negentiende eeuw leeft in de artistieke wereld de belangstelling voor het Oosten hoog op. Op het ogenblik dat sommige kunstenaars eenzame plekjes op de buiten opzoeken om er natuurimpressies te schilderen, vertrekken anderen - soms zijn het dezelfden - naar Egypte en het Midden-Oosten om er de vreemde architectuur, gebruiken en haremdames te schilderen.

 

In Frankrijk laat men die beweging graag samenvallen met de mislukte poging van Napoleon om Egypte te ontfutselen aan de Turken en de Engelsen. Opmerkelijk aan die onderneming was het grote gevolg voor wetenschappers en kunstenaars. Daaruit ontstond een mode, Egyptomanie, die nauw aansloot bij het heersende, keizerlijke neoclassicisme en die een eeuw lang veel succes zou kennen. Men geraakte in die rijd ook gefascineerd door het islamitisch verleden van een Westers land, Spanje en schilders en schrijvers trokken naar Granada en andere plaatsen in Andalusië. Daarbij Constantin Meunier en de jonge Theo Van Rysselberghe. Een uitstap naar het nog meer authentieke Marokko of Algerië (zoals Evenepoel deed) lag dan voor de hand.

 

Die belangstelling voor het Oosten was niet echt nieuw. Men vindt in de kunst van de zeventiende en achttiende eeuw al uitvoerig de weerslag van contacten met het Ottomaanse hof, toen nog centrum van een wereldrijk. In de Venetiaanse en Franse schilderkunst komen heel wat Turqueries voor, bijvoorbeeld bij Guardi die inspiratie zoekt in het werk van een lang vergeten Vlaams schilder uit Valenciennes, Jean-Baptiste van Mour. Deze schilderde in de genretraditie van de Nederlanden aan het hof in Istanboel vooral de ontvangsten en de feesten, voor een cliënteel van westerse diplomaten.

 

 

GOED LOPEND GENRE

 

De commissaris van het project, Davy Delpechin, heeft niet gekozen voor een chronologische, maar duidelijk voor een thematische aanpak vooral binnen de negentiende eeuw. Hij is van mening dat die eeuw in de meeste musea, de Belgische musea niet uitgezonderd, verwaarloosd wordt. En juist in de negentiende eeuw was het oriëntalisme een groot succes.

 

Men kan deze werken vandaag niet meer bekijken als in hun tijd. De sociale, etnische, religieuze en politieke aspecten ervan zijn intussen veel duidelijker geworden voor het grote publiek. Vele kunstenaars verbleven lang genoeg ter plaatse om met de werkelijkheid achter hun stereotiep beeld in contact te komen. Er waren er zelfs die van geloof veranderden (zoals de Franse schilder Etienne Dinet, in Algerië). Maar voor veel meer schilders was het oriëntalisme een goed lopend genre. In de residenties van de hogere klasse was er immers altijd plaats voor een paar oriëntalistische werken, bijvoorbeeld in de wintertuinen met exotische planten. Deze laatste schilders werkten gewoonlijk met behulp van allerlei rekwisieten als tapijten, klederen, wapens, meubels en andere souvenirs en meer en meer naar foto's en verhalen. Er zijn heel wat leuke anek­doten bewaard van schilders die een portret van een collega maakten, verkleed als oude Arabier of bedelaar. Ter plaatse, in de Arabische wereld moest een schilder zich wegstoppen om een ets te tekenen want portretten waren alleen mogelijk voor de heersers. Modellen waren er helemaal niet, tenzij in de kleine Joodse gemeenschappen en dan nog.

 

Men kon ook inspiratie putten uit de romantische literatuur, waarin motieven uit het Oosten een grote rol spelen (bijvoorbeeld de Engelse schrijver en dichter Lord Byron) en uit min of meer fictieve reisverhalen. Op het einde van de negentiende eeuw is, met de komst van de spoorwegen, reizen veel eenvoudiger. Dan ontstaat het interessante fenomeen van de diplomaten-archeologen, die onder het mom van de wetenschap grote antieke monumenten naar het Westen laten brengen (British Museum, Louvre, Berlijn) en tegelijk de protectoraten of kolonies uitbreiden (Lawrence of Arabia).

 

 

SPANNENDE ONTDEKKINGEN

 

Davy Delpechin legt in zijn evenwichtige en zeer internationale selectie (45 bruikleengevers, van de Verenigde Staten tot het Midden-Oosten) de nadruk op ter plaatse gemaakte werken of tenminste daar begonnen. Hij wijst erop dat de tentoonstellingen van oriëntalisten tot nog toe hoofdzakelijk nationaal samengesteld waren. Deze dus niet: er zijn maar tien werken uit de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België op een totaal van ca 160. Zo komt het dat er hier zoveel te ontdekken valt. Er zijn heel wat nauwelijks bekende namen. Wie kent Gustav Bauernfeind (met een spectaculair gezicht op de ruïnes van Baalbeck) of Leopold Carl Müller (met een lagere school in Hoog-Egypte)?

 

Van Delacroix is er dan een topwerk, De dood van Sardanapoulus, een zeer romantisch tafereel, met bloed en een overvloed aan slavinnen. De slavinnen of haremdames bleven de Westerse verbeelding prikkelen. Een mooi voorbeeld daarvan is De blanke slavin van de weinig bekende Jean Lecomte de Nouÿ. Deze bevallige verschijning die zich blijkbaar zit te vervelen, rookt bovendien. Dat maakte het werk alleen maar spannender.

 

In de grote tentoonstelling in het KMSKB komt de plaats van het oriëntalisme in particuliere verzamelingen nauwelijks aan bod. Dat kan ook niet. Het is dan ook een gelukkig initiatief dat het Charliermuseum (het huis in Sint-Joost-ten-Node van de verzamelaars Henri Van Cutsem en Guillaume Charlier) in situ de oriëntalistische werken uit die twee collecties toont. De deelver­zameling omspant bijna een eeuw, van Bossuet en Eeckhout (ca. 1840) tot Anto Carte (1925). Opmerkelijk is het aantal schetsen van Emile Wauters, die dienden voor het Panorama van Cairo (1880) in het Jubelpark (nu moskee). Wauters, een leerling van Portaels en Gérôme, was aanwezig bij de opening van het Suezkanaal, een van de mythische momenten van de eeuw.

 

Men ziet het orientalisme als een transfert van het Oosten naar het Westen. Op de kunstmarkt is dat al lang niet meer waar. Niet alleen de landen in het Midden-Oosten kopen regelmatig werken van 'onze' schilders terug. De koning van Marokko liet recentelijk op de kunstmarkt (Tefaf) een werk van de Brusselse schilder Charles Lefebvre (1846-1894), De terugkeer van de Prins kopen, omdat een deel van het koninklijk paleis erop afgebeeld is.

 

Joost De Geest


ILLUSTRATIES

Eugène Delacroix, De dood van Sardanapalus, 1844
Olieverf op doek, 73,7 x 82,4 cm, The Henry P. Mcilhenny Collection in memory of Frances P. Mcilhenny, Philadelphia Museum of Art

Wassily Kandinsky, Improvisatie III, 1909
Olieverf op doek, 94 x 30 cm, Centre Georges Pompidou, Musée National d'Art Moderne, Legs Nina Kandinsky, ADAGP, Collection Centre Pompidou, Dist RMN/Adam Rzepka

Gustav Bauernfeind, De ruines van de tempel van Baalbek, 1882
Olieverf op doek, 85 x 53 cm, Bauernfeind, Bayer. Staatsgemäldesammlungen, Blauel / Gnamm - Artothek

François Antoine Bossuet, Landschap in Zuid-Spanje (met ruines van een Moors aquaduct aan de Adra bij Ugijar), 1850
Olieverf op doek, 58,5 x 49 cm, Museum voor Schone Kunsten, Gent, Lukas - Art in Flanders vzw.

Leopold Carl Müller, Lagere school in Hoog-Egypte, 1881
Olieverf op doek, 77,5x 127 cm, Belvedere, Wenen


INFO

Tentoonstellingen

 

Oriëntalisme in Europa.

Van Delacroix tot Kandinsky.

Van  15 oktober 2010 tot 9 januari 2011

Open: dinsdag t.e.m. zondag van 10 tot 17 uur

Gesloten: maandag

Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België

Regentschapsstraat 3

1000 Brussel

Tel. 02 508 32 11

www.expo-orientalisme.be

 

Reis naar het Oosten

Impressies uit het Oosten uit de collectie Van Cutsem en Charlier

Van 20 oktober 2010 tot 7 januari 2011

Open: maandag t.e.m. donderdag van 12 tot 17 uur, vrijdag van 10 tot 13 uur

Gesloten: zaterdag en zondag Charliermuseum

Kunstlaan 16

1210 Brussel

tel. 02 220 26 91

www.charliermuseum.be