U bent hier

Nationaal Museum en Archief Douane en Accijnzen - De vindingrijkheid van smokkelaars en fraudeurs

Zoeken naar sporen van veesmokkel aan de Belgisch-Nederlandse grens, ca. 1950.

 

Dat het administratief gebouw van Douane en Accijnzen aan het Antwerpse Kattendijkdok een museum herbergt dat de geschiedenis van het beroep schetst, is niet zo verwonderlijk. Maar de collectie in beslag genomen goederen is ronduit verbijsterend.

 

 

BIJBELSE TOLLENAAR

 

De verzamelingen van het Nationaal Museum en Archief van Douane en Accijnzen onthullen hoe de douaniers niet louter in dienst staan van de fiscus, maar ook hun steentje bijdragen tot de economische stabiliteit, de veiligheid, de volksgezondheid en het natuurbehoud. Er zijn levensgrote historische taferelen van een bevriezende veldbrigadier die zich met zijn slaapzak in het riet heeft verborgen en van een overijverige grenswachter uit Essen die treinreizigers laat uitstappen voor een grondige controle van de koffers. Een reproductie van een schilderij, waarop Jezus, ondanks de kritiek van de schriftgeleerden en de farizeeërs, de tollenaar Levi-Mattheus tot zijn discipel maakt, zinspeelt niet alleen op de tolheffing bij de Romeinen, maar stelt het beroep ook in een gunstig bijbels daglicht. De evangelist Mattheus groeide trouwens uit tot de schutspatroon van de douaniers.

 

"Controles op het goederentransport en heffingen op de invoer of de doortocht van waren zijn er altijd geweest," zegt secretaris Francis Huijbrechts. Met penningmeester Ivo Machiels houdt hij onder leiding van voorzitter Michael Van Giel en conservator Cyriel Inghels het museum draaiende. "Er is niets nieuws onder de zon. Kasteelheren, hertogen, graven en vorsten wilden geld in het laatje. Er verrezen tolhuizen aan de domeinen, stadsgrenzen en strategische waterwegen. De gemeente Heffen zou haar naam zelfs te danken hebben aan het 'heffen van de kabel' over de Zenne (al zijn er ook andere etymologische verklaringen). Jan Put heeft van enkele bekende tolhuizen een gedetailleerde tekening gemaakt. Van het imponerende Antwerpse tolhuis, dat moest wijken voor een modern gebouwencomplex, bezit het museum een gerestaureerde maquette."

 

 

BOTER, KOEIEN EN KOFFIE

 

De Oostenrijkers en meer bepaald Maria Theresia probeerden het 'lappendeken' van begrensde gebieden te centraliseren. "We kunnen pas van een moderne douane-administratie spreken vanaf het moment dat er kantoren voor de reguliere aangiften kwamen en brigades te velde, die konden opereren in een tolkring," stelt Francis Huijbrechts. Het museum beschikt over een rist historische documenten uit de Oostenrijkse tijd. Opmerkelijk is een grote verzilverde penning die aangaf dat men voor de keizer werkte. De douaniers dragen dan nog geen uniform. Dat werd pas in 1800 ingevoerd onder Bonaparte, die toen nog consul was. "De kleur evolueerde van kaki naar grijs en later naar donkerblauw," licht Huijbrechts toe, terwijl hij me meetroont naar een verhoog met geüniformeerde mannequins uit alle Europese lidstaten. "In die kledij zien we er misschien een tikkeltje militaristisch uit, maar van mentaliteit zijn de douaniers dat zeker niet."

 

De botersmokkel vanuit Nederland kwam op gang in de jaren 1930. Aanvankelijk beperkte deze activiteit zich tot particulieren die het niet al te breed hadden en vaak te voet of met de fiets langs donkere binnenweggetjes hun waren naar huis brachten. Maar na de Tweede Wereldoorlog werden op grote schaal en met degelijke transportmiddelen tonnen boter over de grens getransporteerd. De douane achtervolgde met motorbrigades de rijkelijk gevulde - en in sommige gevallen zelfs gepantserde - vrachtwagens. Er werden niet alleen kraaienpoten gestrooid, maar er werd ook in beide richtingen geschoten. Daarbij vielen soms dodelijke slachtoffers. Het museum toont in een theatraal tafereel hoe een brigadier zich in een hinderlaag heeft gelegd. Ook zijn er gigantische kraaienpoten en een heel arsenaal wapens bewaard.

 

Francis Huijbrechts dist in deze afdeling verhalen op over smokkelaars van runderen, die enkel met een geleikaart hun vee mochten wegbrengen. "Dieren hadden hun eigen identiteitsbewijs. Wie ermee op stap ging moest daarvoor de toelating hebben. Ze mochten ook niet zomaar bij een andere landbouwer worden achtergelaten. Douaniers konden bij twijfel de stalboek opvragen. Om stiekem een kanaal over te steken duwden sommigen hun koeien in het water en trokken de dieren vervolgens met een dik touw naar de overkant. Opdat ze niet zouden loeien werd hun muil met groene zeep ingewreven."

 

Aan de Duitse grens werd op het einde van de jaren 1940 vanuit ons land vooral veel koffie naar onze Oosterburen gesmokkeld. En ook daar liep het bij vuurgevechten danig uit de hand. De uitrusting van 'de zwarte ridder', die in een toonkast prijkt, herinnert aan een schietgrage smokkelaar, die voor zichzelf een kogelwerend harnas had ontworpen zodat hij goed beschermd zijn slag kon slaan. Ook stokken werden vaak als wapen aangewend. Heel wat tabaksmokkelaars in de Westhoek, die hun manden op hun rug riemden, hadden hun handen vrij zodat ze de aanrukkende douaniershonden konden doodknuppelen. Hun stokken waren deels zwart geschilderd zodat de dieren misleid werden. Vaak schakelden ze ook zelf agressieve honden in.

 

 

NAMAAK EN STOKERIJEN

 

"In theorie moet de douanier en zeker de verificateur alle producten kennen die wereldwijd worden verhandeld," zegt Francis Huijbrechts. Hij wijst enkele potjes aan, die met witte korrels zijn gevuld. Bij de eerste aanblik lijkt het allemaal suiker en rijst, maar het kan uiteraard ook één of andere verboden drug zijn. Het blauwe goedje in de aanpalende fles was volgens de beweringen van de eigenaar een onschuldig antivriesmiddel. Uit laboratoriumonderzoek bleek het geconcentreerde, hoogwaardige alcohol te zijn met een onschatbare waarde. De toegevoegde kleur diende alleen als afleiding.

 

"Een ware plaag zijn de namaakproducten," vertelt Huijbrechts. "De in beslag genomen erectiepillen zouden de lichamelijke conditie van de gebruiker eerder hebben geschaad dan verholpen. Toch werden ze in doosjes van bekende merken aangeboden. Ook in een 'malariabestrijdend' geneesmiddel werden gevaarlijke stoffen aangetroffen. Een trendy aansteker met het embleem van de bekendste frisdrank is zo ontplofbaar dat men er zijn vingers bij zou kunnen verliezen. Ook de uitgestalde haardroger is niet van het gesuggereerde keurmerk, maar een te mijden apparaat omdat het de eventuele gebruiker meteen zou elektrocuteren. Zelfs het geëxposeerde babyzitje kunnen we de ouders alleen maar afraden omdat het zo onstabiel is dat de peuter er waarschijnlijk zou uitvallen. Douaniers komen steeds meer namaakproducten van een bedenkelijk allooi op het spoor. Door die uit de handel te nemen redden we niet enkel de economie, maar werpen we ook een dam op tegen de perverse uitwassen. Er worden zelfs onbetrouwbare hartkleppen op de zwarte markt verkocht!"

 

Ook de immense Kempense likeurstokerij is een blikvanger in het museum. Die kon in grote hoeveelheden produceren zodat miljoenen aan belastinggelden werd ontdoken. Toch worden douaniers steeds vaker ingeschakeld in de speurtocht naar illegale drugs als xtc, waarvan ons land één van de belangrijkste producenten is. Drugkoeriers nemen ook steeds grotere en zelfs lichamelijke risico's zoals te zien is op een radiografie. "Zij slikken in grote dosissen stevig verpakte drugs om ze op hun bestemming weer uit het lijf te persen," getuigt Francis Huijbrechts. "Er werd zelfs al een babylijkje ontdekt, dat met drugs was vol gestouwd."

 

Een poef, die is vervaardigd uit een olifantenpoot, bewijst hoe onkies soms ook met exotische dieren wordt omgesprongen. De Conventie van Washington stelt daar echter paal en perk aan. Een gigantische doopvontschelp, een paleissculptuur in ivoor, een wolvenkop en een luipaardhuid zijn de pronkstukken in deze afdeling. Maar smokkelaars en fraudeurs trachten de controle-instanties toch altijd te verschalken. Valse wanden en verborgen ruimtes zijn schering en inslag. De vindingrijkheid kent geen grenzen. Het museum bezit zelfs een paar klompen met een hak aan de voorkant zodat de voetsporen de achtervolgers de verkeerde richting zouden uitsturen.

 

Ludo Dosogne

 


ILLUSTRATIES

Zoeken naar sporen van Veesmokkel aan de Belgisch-Nederlandse grens, ca. 1950

Infoblad voor douaniers in opleiding (1952-1958): Voorblad van het tarief 'voor de rechten van zijne majesteit' uit 1668, Douanier met ceremoniedegen, ca. 1906

Helm en harnas van de chaffeur-smokkelaar uit de jaren 1930

Kaft van het boek van douanier-schrijver Jules Geens (1907-1995)

Opstelling: douanier onderzoekt bagage van treinreiziger in station van Essen, ca. 1930

In ivoor uitgewerkte jachthoorns, onderschept in 2004


INFO

Nationaal Museum en Archief van Douane en Accijnzen vzw

Kattendijkdok 

Oostkaai 22

2000 Antwerpen

Elke woensdagnamiddag van 14 tot 16 uur gratis te bezoeken.

Voor groepen en op afspraak ook op andere dagen.

Gids per 15 personen: 15 euro

Tel. 03 229 22 42

http://home.scarlet.be/douanemuseum