U bent hier

Museum Gust De Smet in Deurle - Zoals de kunstenaar het heeft verlaten

Een werk van Gust De Smet dat in het atelier is achtergelaten na de dood van de weduwe van de schilder.

 

Het huis van Gust De Smet is in 1935 gebouwd op een perceel dat uitgaf op weiden, velden en stukken bos, een uithoek in het kleine Deurle. Vandaag is het omringd door villa’s. Van de kleine boerenwoningen in de buurt, die de meester schilderde, blijft zo goed als niets over.

 

 

Vaak verhuisd

 

Gust De Smet heeft op acht verschillende adressen in de omgeving gewoond, in Deurle, Sint-Martens-Latem, Bachte-Maria-Leerne en Afsnee. Hij verhuisde in 1929 van Afsnee naar Deurle waar hij een mooie villa had laten bouwen, niet ver van het befaamde restaurant Le Pecheur in de Pontstraat. Zijn succes op de kunstmarkt tijdens de jaren 1920 was daar niet vreemd aan. Maar de instorting van de markt na de grote crash bracht mee dat de kunstenaar moest uitkijken naar een minder dure woonst. Hij kon zijn villa in 1935 verkopen aan de Nederlandse schrijver Jan Fabricius. Dat liet hem toe een stuk grond te kopen in de Koedreef, nu Gust De Smetlaan. Daar bouwde hij een eenvoudige, zij het niet zo kleine woning. De bovenverdieping was volledig in hout. Dat was toen weinig gebruikelijk, maar wel goedkoop. Lang heeft de kunstenaar er niet gewoond, al geldt dat ook voor zijn vorige residenties. Hij overleed er op 66-jarige leeftijd op 8 oktober 1943.

 

Het gebrek aan geneesmiddelen (penicilline) in de oorlog heeft zijn dood waarschijnlijk versneld. Gust De Smet werd op 12 oktober begraven op het kerkhof aan de kleine kerk van Deurle. Het eenvoudige graf is wat later versierd met een sculptuur (Liggende Christus) van Permeke. Dr. A. Broeckaert, zijn lijfarts, stelde het doodprentje op. Hugo Van den Abeele (zoon van de schilder Albijn Van den Abeele) publiceerde naderhand het rouwregister dat tijdens de begrafenisdienst in de kerk lag. Het was dan wel oorlog, maar zowat heel de Vlaamse en Brusselse kunstwereld was er aanwezig: Jef Cantré, Paul Haesaerts, Norine, Teirlinck,Van Gheluwe, De Sutter, Malfait, De Coene, Saverijs, Streuvels, Permeke, Schwarzenberg, De Ridder, Milo, Giron, Vermeylen, T. Herbert, O. Jespers, Opsomer, Servaes, collega’s, galerijhouders, schrijvers, critici, industriëlen, verzamelaars, van de jonge Emile Veranneman tot Paul Delvaux toe. De familie de Spoelberch die toen de helft van Deurle bezat was zelfs aanwezig met 6 leden. Mochten er al leden van de collaborerende Kunstkamers aanwezig zijn geweest, dan hebben ze het register alleszins niet getekend. De Smet liet zich (net als Permeke en Wolvens) niet voor die kar spannen. Nog geen twee maand later, einde november 1943, organiseerde Galerie Apollo in Brussel de tentoonstelling In Memoriam Gustave De Smet.

 

 

Mysterieuze verdwijning

 

Het huis van Gust De Smet is vrijwel volledig intact bewaard gebleven omdat de kunstenaar het, in overleg met zijn echtgenote Augusta Van Hoorbeke, en wellicht bij gebrek aan erfgenamen, wou schenken aan de gemeente, op voorwaarde het huis toegankelijk te maken voor het publiek en het de naam Museum Gust De Smet te verlenen. Toen mevrouw De Smet in 1948, vijf jaar na haar echtgenoot, overleed werd deze wilsbeschikking bekrachtigd en uitgevoerd. De volledig ingerichte huiskamer (beneden) en het atelier (boven) zijn in de oorspronkelijke toestand bewaard.

 

De werken die in het atelier overbleven na de dood van mevrouw De Smet zijn in het huis geëxposeerd. Het gaat om kleine en onverkochte werken uit de periode in Holland en latere kleinere landschapen geschilderd in de omgeving. Gust De Smet bezat een interessante bibliotheek en een grote hoeveelheid persoonlijke documenten, brieven en tekeningen. In mysterieus gebleven omstandigheden verdwenen die grotendeels in het voorjaar van 1950, een paar weken voor de opening van het museum. Het feit dat deze documenten, meer dan zestig jaar later, nog niet zijn opgedoken op de kunstmarkt, is zeer verontrustend. In een vitrine ziet u wel de pijp en de bril van de schilder, een brief van Ensor en wat foto’s. 

 

Het museum werd plechtig geopend op zondag 11 juni 1950, met een feestrede van Richard Minne en de onthulling van de gedenksteen door burgemeester Vaernewyck. Richard Minne sprak over het verband tussen de schilderkunst van Gust De Smet en de boeken van Cyriel Buysse. Dat lag in de lijn van de sociale belangstelling van Minne en ondersteunde het toen algemeen aanvaarde beeld van Latem en Deurle als ‘gezegend oord’ van de Vlaamse kunst. Maar het is ook waar dat Buysse en Gust De Smet in het begin van de jaren 1930 buren waren.

 

 

Authenticiteit

 

Het museum kende aanvankelijk veel succes. Dat verminderde met de jaren. Uitzonderlijk is dat niet. Het is nu eenmaal het lot van monografische musea. Het Wiertz museum in Brussel is generaties lang een mooie plek geweest om de stilte te ervaren. Het Constantin Meunier museum, een prachtige burgerwoning vol interessante stukken, is vandaag, wegens het gebrek aan belangstelling, maar beperkt toegankelijk. Was het meer zinvol geweest aan of in de buurt van het woonhuis van de kunstenaar een echt museum te bouwen? Denk aan wat men voor Felix De Boeck en Raveel heeft gedaan. Het is te vrezen dat ook die zware investeringen het lot zullen ondergaan van elke individuele kunstenaar: een rondje meedraaien op het ‘rad van fortuin’ dat aangedreven wordt door de opeenvolgende modes. Het mag dan al een middeleeuws beeld zijn, het is nog altijd actueel. Men gaat traag bergop, van jong en veelbelovend tot beroemd, en dan gaat het nog sneller naar beneden, naar opnieuw onbekend en erger nog, vergeten.

 

Welk belang of welke rol heeft het  huis van een kunstenaar voor zijn glorie? Hebben het Ensorhuis in Oostende, het Magrittehuis in Jette of het Vincent Van Gogh huis in Zundert een nieuwe dimensie toegevoegd aan hun roem? Het antwoord is misschien teleurstellend: helemaal niet. Hun faam en hun marktwaarde kwamen elders tot stand. Het belang van die huizen ligt op een ander vlak.

 

Men kan de grote meesterwerken bewonderen in musea en op tentoonstellingen. Maar om inzicht te krijgen of door te dringen in het werk, de omgeving en de manier van leven van de kunstenaar, is zijn woonhuis/atelier de aangewezen plaats. Het is een geluk, haast een privilegie die ruimte te kunnen betreden en ze te ontdekken zoals de kunstenaar ze heeft verlaten. Op dit gebied is de graad van authenticiteit van het De Smetmuseum haast niet te overtreffen. De twee belangrijkste ruimtes, woonkamer en atelier zijn immers volledig in de oude toestand bewaard. Het is fascinerend daar te beseffen dat een aantal van die late, delicate, verstilde werken van de meester in dit eenvoudige decor tot stand zijn gekomen.

 

Maar het huis ziet er misschien eenvoudiger uit van de buitenkant dan van binnen. De inrichting omvat heel wat objecten die niet echt passen bij wat een eenvoudige woning was. Zo zijn er verschillende zware ‘Hollandse’ of barokke kasten die, hoe onpraktisch ook, in die jaren statussymbolen waren, net als de vleugelpiano en de begijnenkast in het atelier. Een hoek van de leefkamer was bekleed met een behang in textiel. Dat was toen zeker niet de gewoonte. Men ziet ook heel wat stukken aardewerk, faience, porselein die de illusie gaven van een mooi, verzorgd  burgerlijk interieur.

 

In de garage stond een grote Oldsmobile, die de zoon van Léon De Smet later erfde. Opvallend is het gebrek aan werken van tijdgenoten. Waren die er niet? Dat is vrij onwaarschijnlijk. Het was immers de gewoonte dat kunstenaars enkele werken uitwisselden, zeker in het hechte kunstwereldje van Latem. Of zijn die ook verdwenen vooraleer het museum opende? Gelukkig is er nog de tekening met opdracht die Permeke meebracht voor zijn vriend op de avond van diens dood.

 

Het huis van Gust De Smet oogt vandaag nog veel bescheidener dan bij de dood van de kunstenaar. De hele omgeving (Deurle en Latem) is sterk veranderd. Maar het is een echte en zeldzame schat gebleven als getuigenis van een groot kunstenaar en van een belangrijke periode. Het museum staat voor een renovatie, die nodig is na driekwart eeuw. Het is te hopen dat men daarbij het uitzonderlijk authentieke karakter van de twee grote kamers volledig intact laat. Het is misschien de gelegenheid om het imago van De Smet als schilder van koetjes en kalfjes wat bij te stellen. 

 

Joost De Geest

 


Info

Gemeentelijk Museum Gust De Smet

Open: woensdag t.e.m. zaterdag van 14 tot 18 uur, zon- en feestdagen van 14 tot 17 uur

Gesloten: maandag, dinsdag, januari

Gustaaf De Smetlaan 1

9831 Deurle

Tel. 09 282 77 42

www.sint-martens-latem.be