U bent hier

Michael Sweerts - Mooier dan de Mona Lisa

Mooier dan de Mona Lisa
Michael Sweerts, Een jong dienstmeisje, ca. 1660, olie op doek, 57,1 x 50,8 cm, Fondation Aetas Aurea, in langdurige bruikleen aan het Mauritshuis, Den Haag.

 

Hij werd voor een Nederlander gehouden, maar was een Brusselaar. Hij maakte carrière in Rome, stichtte een academie in Brussel, werkte korte tijd in Amsterdam, sloot zich aan bij de missie en stierf op de jezuïetenstatie in Goa (India). Hij is Michael Sweerts, een kunstenaar voor kenners en fijnproevers. Om van hem dit portret uit te kiezen is pikant: het is particulier bezit en maar tijdelijk in het openbaar te zien, in het Mauritshuis in Den Haag.

 

 

SERIEUS EN KATHOLIEK

 

 
De kleine Michael werd in de Sint-Nicolaaskerk van Brussel gedoopt op 29 september 1618. Zijn oudere zusjes heetten Maria en Catharina, de kans is dus groot dat het kind is genoemd naar de schutspatroon van de stad, de aartsengel Michael. In de naamgeving van hun kinderen volgden de ouders niet de volkse uitspraak (Katelijne en Michiel), maar zijn vader was dan ook een koopman in zijde. Alleen rijkere families konden het zich veroorloven een kind af te staan aan de kunst, want het leerproces bij een meester met soms een aanvullend 'curriculum' aan gespecialiseerde tekenacademies was een kostbare aangelegenheid. 
 
 
Over Michaels opleiding weten we niets, maar waarschijnlijk ter afronding ervan is hij naar Rome gereisd. In 1640 staat hij ingeschreven in de parochie van de Santa Maria del Popolo. Hij woonde met een kompaan die als louter 'Gerard' te boek staat in de Strada Margutta, in een buurt waar de meeste buitenlandse schilders hun onderdak hadden. De Nederlandse en Vlaamse schilders hadden er hun eigen vereniging, de Schildersbent, maar daarvan wordt Sweerts niet als lid vermeld. Niet iedereen kon zich de hoge contributie (die vooral opging aan eten en drinken) veroorloven, en sommigen wilden niet.
 
 
Onder deze laatsten waarschijnlijk Sweerts, die een serieus en katholiek leven heeft geleid. Wel staat hij te boek als collectant van de Accademia di San Luca, maar daar was hij evenmin lid van. In geval van conflicten bemiddelde hij wel tussen beide groepen (die ook in artistiek opzicht tegenpolen waren), hetgeen hem geen buitenstaander maakte, maar evenmin partij, zoals ook zijn Romeinse oeuvre verraadt. Hij bleef vijftien jaar in Rome, maakte er zijn werk voor opdrachtgevers en afnemers. Veel feiten zijn er niet over hem bekend, en er zijn maar drie gesigneerde werken van de zeventig die aan hem worden toegeschreven.
 
 
Het merendeel van zijn oeuvre wordt als verloren beschouwd, misschien zijn er nog werken niet aan hem toegeschreven, dat kan, want zijn werk is over de hele wereld verspreid geraakt. Dat maakt het zicht erop niet gemakkelijker. Door geen of gebrekkige identificatie duurde het lang voordat er enig zicht ontstond op het oeuvre: het eerste samenhangende essay over Michael Sweerts dateert pas van 1907. Sindsdien is er veel kennis over het werk en de man toegevoegd, maar nog steeds zijn er grote hiaten. Het is opvallend dat juist van zijn religieuze werk (op de reeks met de Zeven Werken van Barmhartigheid na) niets bewaard zou zijn.
 
 
Alleen uit documenten zijn ons daarvan de titels overgeleverd: Jozef en Maria, Christus' Geboorte, Aanbidding der herders, Vlucht naar Egypte, Maria in gebed en Gestorven Christus met engelen. Voorts schilderde hij scènes uit het straatleven, en in die genretaferelen uit Rome lijkt hij een zwak te hebben voor valavond. Ze zijn uiteraard geënsceneerd (alleen de topografie is soms herleidbaar), de levendigheid van de voorstelling is het doel.
 
 

 

CAVALlERE

 

 
Sweerts moet een grote begaanheid hebben gehad met het kunstonderwijs: als thema keert het regelmatig terug, in de vorm van tekenscholen, bestudering van klassieke beelden (in dit geval gipsen afgietsels) en individuele zwoegers. Eens terug uit Rome in 1655 sticht hij in Brussel een tekenacademie, blijkbaar om de verloren gegane kunst van het maken van 'cartons' voor wandtapijten nieuw leven in te blazen en zo de ingeslapen tapijtindustrie wakker te kussen. In die jaren stelde hij een reeks van éénentwintig etsen samen met eigen werk van halffiguren, die ter navolging konden dienen voor zijn leerlingen. Etsen van voor die tijd zijn niet bekend, tekeningen in het geheel niet.
 
 
Veel gestalten in zijn werk zijn gemodelleerd naar antieke voorbeelden, maar Sweerts zou deze niet enkel incorporeren maar ook overtreffen. In zijn meest uitzonderlijke werk, De pest treft een antieke stad (sinds 1997 in het Los Angeles County Museum of Art), stak hij Nicolas Poussin naar de kroon. Hij deed het zo goed dat het lang heeft geduurd voor dit werk als een Sweerts werd herkend. In zijn oeuvre, voorzover we dat nu kennen, is het een buitenbeentje en stilistisch is Sweerts moeilijk te plaatsen. Hij is geen bambocciant en ook geen academist, hij combineerde een klassieke vorm met een naturalistische benadering, een diagonale compositie met een goede uitlichting. Hij bevond zich tussen Caravaggio en Carraci, beide goed gezelschap. 
 
 
In Rome moeten zijn afnemers en opdrachtgevers gezocht worden onder de Nederlandse 'grand tour'-gangers, onder wie de Amsterdamse gebroeders Deutz, die zich door hem lieten portretteren, tenminste van drie van de vijf broers zijn portretten bewaard. Sweerts genoot de bescherming van prins Camillo Pamphili, de neef van paus Innocentius X. Voor diverse partijen verrichtte Sweerts hand- en spandiensten: de gebroeders Deutz was hij behulpzaam bij hun handel, de prins bij het opbouwen van diens kunstcollectie. Wat hij voor de paus heeft betekend weten we niet, wel dat die hem de titel cavaliere verleende, in de ogen van tijdgenoten niet meer dan slavenadel.
 
 

 

INTROVERT

 

Vermoedelijk in opdracht van de gebroeders Deutz is zijn integraal bewaard gebleven reeks met de Zeven Werken van Barmhartigheid, die wel verspreid is geraakt. Ze zijn in Rome gemaakt omtrent 1647 en refereren aan Mattheus 25: 31-46, waarin Christus uitlegt dat de mens ook door goede werken de hemel kan verdienen. Het zevende Werk (het begraven van de doden) werd er tijdens het vierde Concilie van Lateranen in 1215 aan toegevoegd, al schijnt dat in het Vlaamse uitvaartwezen nog niet te zijn doorgedrongen. Het is een imposante reeks met een uitgekiende belichting. 
 
 
In zijn oeuvre zijn meer werken die in die richting wijzen: mensen die compassie met elkaar hebben, als Jongen past op in slaap gevallen oude man en Vrouw vlooit een meisje. Dat zijn geen stereotypes, evenmin als schilderijen van afzonderlijke personen, zoals De spinster in Gouda. De grens tussen allegorie en portret vervaagt. Want Sweerts is volstrekt eigen, ongeëvenaard en nimmer nagevolgd in zijn gezichten van jongens en meisjes, die portret noch tronie zijn en daardoor buiten elke categorisering vallen. Van Caravaggio weten we dat hij een zwak voor jongens bezat, van Sweerts hebben we geen gereed vermoeden, want hij heeft sensuele jongens geschilderd, het doek uitkijkend, maar evengoed meisjes.
 
 
Als het al jeugdportretten zijn dan zijn ze voor hun tijd volstrekt onconventioneel. Nog tot diep in de negentiende eeuw werden kinderen als kleine volwassenen afgebeeld, bij Sweerts lijken het kleine revolutionairen en op zijn ergst straatschoffies. Deze schilderijen zijn een genre op zich en behoren tot het mooiste wat hij heeft geschilderd. Op één bellen blazend knaapje na (symbool voor de vergankelijk van deze jeugdige schoonheid) in Groningen zijn al zijn mooie knapen in Amerika te zoeken, maar het mooiste meisje hangt in het Mauritshuis, in Den Haag, als langdurig bruikleen van de Fondation Aetas Aurea in Vaduz. De kans op verwerving acht het museum vreemd genoeg klein: ik zou nu maar vast gaan sparen, de eigenaar kan het toch niet meenemen naar de hemel.
 
 
Het werk hangt op zaal, dicht bij het Meisje met de parel van Vermeer. De vergelijking dringt zich op, maar Sweerts' Portret van een jonge vrouw uit circa 1660 wint het met glans van Johannes Vermeer, omdat hij haar sober gekleed en zonder versieringen weergeeft. En met een introverte blik die ongekend is in de portretschilderkunst. Wie dit schilderij ziet zal de opwinding over de Mona Lisa van Leonardo da Vinci niet meer begrijpen. Nog nooit is een meisje zo mooi afgebeeld of is er een mooier schilderij van een meisje gemaakt. Ze kijkt zo lief en bedremmeld het doek uit, ze bloost niet, want ze ziet ons niet haar bekijken. Het is één van de laatste schilderijen van Sweerts die we kennen en vormt het orgelpunt van een uitzonderlijk oeuvre.
 
 
Bart Makken
 

AFBEELDINGEN:

  • Michael Sweerts, een jong dienstmeisje, ca. 1660, olie op doek, 57,1 x 50,8 cm, Fondation Aetas Aurea, in langdurig bruikleen Mauritshuis, Den Haag.
  • Michael Sweerts, Boerenfamilie met een man die zich vlooit, ca. 1565-1660, olie op doek, 66,5 x 50 cm, Mauritshuis, Den Haag.
  • Michael Sweerts, Een man die zich vlooit en een slapende jongen, ca. 1650-1654, olie op doek, 78,5 x 71 cm, Mauritshuis, Den Haag.
  • Michael Sweerts, Jongenshoofdje, olieverf op doek, 24,5 x 18 cm, Groninger Museum.

INFO

Mauritshuis

Open: dinsdag tot en met zaterdag van 10 tot I 7 uur. zon- en feestdagen van 11I tot 17 uur

Gesloten: maandag (behalve tussen 1 april en 1 september. open van 10 tot 17 uur)

 

Korte Vijverberg 8

2513 AB Den Haag

Tel. 70 302 34 56

www.mauritshuis.nl