U bent hier

Manfred Sellink, Directeur Musea Brugge - Nederlander tussen Vlaamse primitieven

Jan van Eyck, Madonna met kanunnik Joris van der Paele, 1436, olieverf op paneel, 122,1 x 157,8 cm, Groeningemuseum, Brugge.

 

Met enkele toptentoonstellingen in 2009 en een ambitieus festival dit najaar zet Manfred Sellink, Directeur Brugse Musea, de stad regelmatig op de culturele kaart. Een gesprek over zijn Brugse musea en over het museumbeleid in Vlaanderen. 

 

 

HET TOPSTUKKENDECREET IS PRIMA MAAR KWAM IN VLAANDEREN WEL RIJKELIJK LAAT

 

De Brugse musea krijgen van de Vlaamse Gemeenschap, naast de structurele werkingssubsidies, een subsidie van ca. 300.000 euro voor een periode van vijf jaar voor de uitbouw van een Erfgoedforum. (Het STAM in Gent en het MAS in Antwerpen kregen hiervoor ook subsidies). Wat is een erfgoedforum? Voor het STAM en het MAS lijkt het logisch om in het nieuwe gebouw zo'n forum te installeren maar de Brugse musea zijn verspreid over de hele stad?

 

De subsidies zijn bedoeld voor de uitbouw van een geïn­tegreerd erfgoedbeleid, inclusief de budgetten voor de erfgoedcel, waarbij dus niet enkel musea meespelen maar ook archieven, bibliotheken, heemkundige kringen en andere kleinere instellingen. Iedere stad kiest een eigen invalshoek. De opdracht aan de drie steden is gelijk maar de invulling is anders. Een voorbeeld van een geïntegreerd erfgoedproject? Hier bestuderen we hoe we in 2014 de Eerste Wereldoorlog vanuit Brugs perspectief in het daglicht kunnen zetten. We gaan met alle musea en alle spelers, zoals artsen die gespecialiseerd zijn in de geschiedenis van de geneeskunde tijdens die Eerste Wereldoorlog, een verhaal brengen. Het is een project dat niet louter museaal gaat maar wordt gedragen vanuit het erfgoedforum.

 

 

Zijn er buitenlandse voorbeelden waar men ook zo geïn­tegreerd probeert te werken?

 

In Nederland heb je Erfgoedhuizen die een soortgelijke werking nastreven maar ik ken geen andere buitenlandse voorbeelden. Vlaanderen is wat dat betreft zeer innova­tief. Ook met de aandacht voor het immateriële erfgoed en de rol van verhalen en tradities neemt Vlaanderen het voortouw. Het is allemaal nog wat zoeken maar het is een innoverende manier om met erfgoed om te gaan.

 

 

Hoe is de verhouding met de verschil­lende privé-initiatieven in Brugge, zoals de musea rond chocolade en diamant en het plan voor een multi-mediaal bezoekerscentrum?

 

Met het bezoekerscentrum hebben we goede contacten en we zijn ook gemachtigd door het stadsbestuur om er onderhandelingen mee aan te gaan. Het bezoekerscentrum wil een inleiding geven tot het erfgoedverhaal van de stad. We kunnen complementair zijn aan elkaar. De bezoeker kan in vogelvlucht een overzicht krijgen van de geschiedenis van de stad met technieken en fondsen die wij niet hebben. Wij staan daar zeker niet weigerachtig tegenover.

 

Die andere specifieke musea zijn niet onze natuurlijke partners, we hebben bijvoorbeeld geen combi-tickets. We moeten eerlijk zijn, het zijn concurrenten. Mensen moeten keuzes maken zowel in middelen als in tijd. Het moet voor ons een stimulans zijn om het publiek naar onze musea te brengen. Het zijn in elk geval geen musea in de ware betekenis van het woord. Ze hebben geen topstukken of collecties van intrinsiek belang.

 

 

Wat vind je van het Topstukkendecreet?

 

Het Topstukkendecreet is prima maar kwam in Vlaande­ren wel rijkelijk laat. Er zijn waardevolle werken verdwe­nen naar het buitenland, zoals die van Joachim Beuckelaer, James Ensor en de Merodetriptiek. Het is ook goed dat het decreet niet alleen over kunst gaat maar over erfgoed in de brede zin van het woord. Juist omdat er ook Top­stukken zitten in gebieden zoals muziek kan je gemakke­lijk een breed publiek bereiken. Sensibiliserend werken is belangrijk maar we hebben hier nog niet zo'n traditie als in Engeland of Nederland waar allerhande private fondsen kunnen bijspringen of waar men soms zelf stukken terug­haalt die ooit het land hebben verlaten.

 

 

BIJ VEEL VLAAMSE MUSEA ZIJN BEHOUD EN BEHEER PROBLEEMGEBIEDEN OOK DEPOT EN INFRASTRUCTUUR LOPEN ACHTER

 

Hebben de Brugse musea specifieke problemen inzake conservatie en restauratie? Jullie beheren toch de oudste Vlaamse paneelschilderkunst.

 

Het is verkeerd te denken dat hoe ouder de werken zijn hoe meer problemen ze opleveren. De bewaring van sommige hedendaagse kunst is heel wat problematischer dan een goed geconserveerd paneel uit de vijftiende eeuw. We heb­ben uiteraard zelf een afdeling restauratie en beheer maar de grote restauraties besteden we uit. Ons portret van Mar­gareta van Eyck dat we hadden uitgeleend voor de expo rond het Renaissanceportret in de National Gallery bleef terplekke voor een restauratie. Ze hebben daar expertise die wij niet in huis hebben. We zijn ook in gesprek met Berlijn in verband met de mogelijke restauratiue van onze Hugo van der Goes want ze hebben daar in het verleden al een Van der Goes gerestaureerd We zoeken dus naar partners die expertise hebben over specifieke schilders en werken.

 

 

Heeft Vlaanderen behoefte aan een eigen expertisecen­trum naast het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatri­monium in Brussel dat een federale instelling is? 

 

Ik denk dat het onzin zou zijn dat te ontdubbelen. Waarom zou Vlaanderen ook niet kunnen samenwerken met het Instituut Collectie Nederland?. We moeten niet altijd zelf nieuwe instellingen oprichten.

 

 

Onlangs was er een studiedag over collectievorming in de Vlaamse musea. De mensen van het tijdschrift De Witte Raaf stelden de Vlaamse musea voor als bijzonder onpro­fessioneel? Is het zo erg met onze musea gesteld?

 

Ik word daar zeer boos over. Er is een groot verschil tussen gezonde zelfkritiek en de kritiek die op die studiedag werd gespuid. Wat me opvalt bij de critici is dat ze de Vlaamse musea meteen gaan vergelijken met de grootste internatio­nale musea in het buitenland. Ik daag iedereen uit om eens te gaan kijken naar musea buiten Londen, zoals Manches­ter of Edinburgh bijvoorbeeld, of in Frankrijk buiten Parijs, zoals in Lyon of Rijsel. Vlaanderen hoeft zich zeker niet te schamen, wat niet wegneemt dat er nog achterstand is. Waar het duidelijk aan schort zijn middelen en inzet voor het werk achter de schermen van de Vlaamse musea. Bij veel musea zijn registratie en behoud en beheer probleem­gebieden. Ook depot en infrastructuur lopen achter. Als ik dat vergelijk met het Nederlandse Deltaplan uit de eerste helft van de jaren 1990 voor de musea dan is er in Vlaande­ren nog werk aan de winkel. Wat volgens mij ook beter kan is het aanwinstenbeleid. Daar heeft minister Anciaux met het Topstukkendecreet en de sleutelwerkenlijst een goede aanzet gegeven maar in vergelijking met andere landen is hier nog wel structurele verbetering mogelijk.

 

 

Een tiental jaren geleden rezen de musea in Nederland als paddestoelen uit de grond maar dan kwam de verzelf­standiging, soms zelfs privatisering. Maakt Vlaanderen nu hetzelfde mee? Er opent wel elke maand ergens een nieuw museum. Kunnen we die exploitatiekosten blijven betalen?

 

Ik heb lang in de beoordelingscommissie musea gezeten en soms hou ik inderdaad mijn hart vast. Niet alleen voor al die nieuwe musea maar ook voor andere erfgoedinstel­lingen. Kan dat allemaal op een verantwoorde wijze blijven functioneren? Hoe moeilijk het ook is maar we moeten ons durven afvragen of we liever het budget beperken voor een kleinere groep musea of verdelen we de relatieve schaarste over vele kleinere spelers? Ook de toenemende exploita­tiekosten kunnen problematisch worden maar anderzijds kunnen nieuwe musea ook een nieuw publiek genereren. Ondanks de vele nieuwe initiatieven stijgt het bezoekers­aantal voor onze musea.

 

Ik ben tegen de verzelfstandigingspolitiek zoals die in Ne­derland in de jaren negentig werd gevoerd vanuit neo-liberale hoek. Erfgoed is van de gemeenschap en in die zin is het ook een taak van de overheid om daar voor te zorgen. Ik heb er geen enkele moeite mee dat musea goed zakelijk geleid worden maar het is en blijft erfgoed van ons alle­maal. Ik hecht er aan dat die financiering transparant is. De regelgeving van de lokale overheid is echter niet altijd de makkelijkste om mee te werken. Een zo efficiënt moge­lijke benadering waarbij we ten dienste staan van de bevol­king lijkt me de goede balans.

 

 

WE MOETEN WERKEN AAN DE VERHOOGDE ZICHTBAARHEID VAN DE VLAAMSE KUNSTCOLLECTIE IN HET BUITENLAND

 

Wat is de Vlaamse Kunstcollectie en hoe ziet de toekomst van die vzw eruit?

 

Dit is een samenwerkingsverband tussen het Museum Scho­ne Kunsten van Gent, de Brugse musea en het KMSKA in Antwerpen. Bedoeling is om expertise te delen en om de Vlaamse kunst in het buitenland bekender te maken. De Vlaamse Kunstcollectie heeft veel te weinig getoond wat ze gedaan heeft en doet. Er is veel gewerkt rond veiligheid, behoud en beheer en ander werk achter de schermen, maar dat kan niet het enige doel zijn. We investeren in de toe­komst nog meer in de site en in een gezamelijke database. Verder moeten we werken aan de verhoogde zichtbaarheid van de Vlaamse Kunstcollectie in het buitenland. We zijn nu bijvoorbeeld in gesprek met Turijn om een expo te ma­ken van Hollandse en Vlaamse meesters. Ik vind het daar­entegen jammer dat de Vlaamse Gemeenschap CODArt (de vereniging van conservators die zich verdiepen in Vlaamse en Hollandse kunst) niet meer structureel ondersteunt. Het Rubenianium zou een rol kunnen spelen in de uitstraling van de Vlaamse kunst maar het is ondergefinancierd. Ook buitenlandse studenten en promovendi die willen werken op Vlaamse kunst zouden steun moeten krijgen maar dat kan niet met de huidige middelen van de Vlaamse Kunst­collectie. Ik heb wel mijn twijfels over de ad-hoc steun aan buitenlandse musea die tentoonstellingen met Vlaamse kunst organiseren. De middelen voor de internationale werking zijn versnipperd en er is geen coherent beleid. Had men bijvoorbeeld de 150.000 euro die men aan het Me­tropolitan Museum heeft toegestopt voor de Rubensexpo of een soortgelijk bedrag aan het Moma voor de Ensor-tentoonstelling aan de Vlaamse Kunstcollectie of CODArt gegeven, dan had Vlaanderen er veel meer aan gehad.

 

Een van de lange termijnambities van de Vlaamse Kunst­collectie is om tot een kunsthistorisch documentatiecen­trum uit te groeien. Je komt dan weer tot de vaststelling dat de achterstand in de musea te maken heeft met wat er zich afspeelt achter de schermen. Er is eveneens te weinig structuur in de samenwerking tussen musea en universiteiten. Dat is echt een belangrijk aandachtspunt en we hebben er in verschillende commissies al op aangedrongen. Ik geef als voorbeeld de sta­giaires die we in de Brugse musea tewerkstellen. We krijgen stagiaires uit heel Europa maar amper uit ons land omdat hun stageperiode maar enkele weken duurt.

 

 

Het gros van het kunstbezit in onze musea komt van schenkin­gen en legaten. Dat gebeurt nu minder. Enige evolutie?

 

Die traditie van schenkingen en legaten is na de Tweede Wereld­oorlog quasi verdwenen. Bij ons zijn er weinig of geen fiscale stimuli om je verzameling te schenken aan een museum. We hebben twee jaar geleden een legaat gekregen van een voor ons volstrekt onbekend iemand uit Oxford. Die persoon gaf bijna 180.000 euro, uitsluitend te gebruiken voor het Sint-Janshospî­taal. Ik denk dat er veel meer in zit maar het publiek moet de verschillende mogelijkheden wel kennen. We moedigen mensen aan om in hun testament aan ons te denken. En we hebben in­tensieve contacten met verzamelaars die we onze expertise aan­bieden in de hoop dat ze ooit onze collectie kunnen verrijken. Dat is iets wat je met discretie en diplomatie moet doen.

 

 

Brugse musea leiden lijkt gemakkelijk: je zet de deuren open en de toeristen stromen binnen.

 

Er komen drie tot vier miljoen toeristen naar Brugge maar de tijd dat je de deuren maar diende te openen om bezoekers te laten binnenstromen is al lang voorbij. De concurrentie met de privémusea en de andere kunststeden in Vlaanderen en daar buiten is heel groot. De Brugse musea hebben jaarlijks onge­veer 850.000 à 900.000 bezoekers. Maar vergeet niet dat we een groot nadeel hebben: we beschikken niet over een echte tentoonstellingshal en het Groeningemuseum is bijvoorbeeld gedurende vier maanden voor op- en afbouw gesloten voor bezoekers die voor de vaste collectie komen. Het stadsbestuur begrijpt de problematiek en we zoeken naar een oplossing.

 

Musea Brugge kende in 2009 met 898.463 bezoekers een topjaar. Het betekent een stijging van 18 % ten opzicht van 2008. Enkel in 2002 (Culturele Hoofdstad van Europa en tentoonstelling Jan van Eyck, de Vlaamse Primitieven en het Zuiden) en in 1994 (Memlingtentoonstelling) ontvingen de Brugse musea nog meer bezoekers. Het Belfort blijft met 237.730 bezoekers de eeuwige trekpleister. Deden het ook bijzonder goed: het Groeningemuseum en de Onthaalkerk Onze-Lieve-Vrouw, de twee locaties waar de succesvolle tentoonstelling over Karel de Stoute liep. Ook Memling in Sint-Jan en het stadhuis kregen opmerkelijk meer bezoekers over de vloer.

 

 

Dit najaar is er het festival 'Brugge Centraal'. Wat mogen we verwachten?

 

We maken onder andere een vervolg op de tentoonstelling Jan Van Eyck en het Zuiden. Met Van Eyck tot Dürer illustereren we de artistieke wisselwerking tussen — kunstenaars uit — onze regio en Centraal Europa, vandaar de titel Brugge Centraal. We eindigen met Dürer die in 1520 en 1521 in de Lage Landen rondreisde. Luc Tuymans wordt curator van een expo over de kunst uit Midden Europa van de laatste vijftig jaar. We denken ook na over een herinrichting van het Sint-Janshospitaal. Het is een plek waarin de geschiedenis van de zorg samengaat met kunst gemaakt voor die locatie. De bezoeker moet weten dat het een plek is met zorg voor lichaam en ziel.

 

Peter Wouters

 


TOPJAAR VOOR MUSEA BRUGGE

 

Musea Brugge kende in 2009 met 898.463 bezoekers een topjaar. Het betekent een stijging van 18 %ten opzicht van 2008. Enkel in 2002 (Culturle Hoofdstad van Europa en tentoonstellingfan van Eyck, de Vlaamse Primitieven en het Zuiden) en in 1994 (Memlingtentoonstelling) ontvingen de Brugse musea nog meer bezoekers. Het Belfort blijft met 237.730 bezoekers de eeuwige trekpleister. Deden het ook bijzonder goed: het Groeningemuseum en de Onthaalkerk OnzeLieve-Vrouw, de twee locaties waar de succesvolle tentoonstelling over Karel de Stoute liep. Ook Memling in Sint-Jan en het stadhuis kregen opmerkelijk meer bezoekers over de vloer.  


ILLUSTRATIES

Het Bruggemuseum-Gezelle met sfeervolle tuin

Jan van Eyck, Madonna met kanunnik Joris van der Paele, 1436
olieverf op paneel, 122,1 x 157,8 cm, Groeningemuseum, Brugge

Hans Memling, Linkerluik van de diptiek van Maarten van Nieuwenhove, 1487
olieverf op paneel, 44,7 x 33,5, Memling in Sint-Jan, Brugge