U bent hier

Luc Dondeyne - Kijk op de vliedende werkelijkheid

Foto: Saskia Vanderstichele

 

De werken van Luc Dondeyne vertrekken van een triviaal beeld waarvan de schilder afstand neemt, om zo een voorspelbare anekdotiek te overstijgen. Dondeyne heeft een eigen picturaliteit en signatuur gevonden, een herkenbare stijl.

 

 

TIJD VAN TWIJFEL

 

Wie vertrouwd is met het werk van Luc Dondeyne zou de man eerder in de grootstad situeren en niet in het landelijke Ramsdonk waar hij een voormalige feestzaal op een intelligente wijze tot woonst en atelier heeft omgevormd. Van buiten uit eerder onopvallend in de zeer rustige dorpskern is het binnenin een ideale en fantasierijke plaats voor de schilder en zijn familie. Luc Dondeyne is geboren in Genk in 1963 maar heeft altijd in Brussel gewoond. Dus toch de grootstad. Brussel en Mechelen liggen op een flinke boogscheut van Ramsdonk. Hier kan hij geconcentreerd schilderen.

 

Hij is een oud-student van Sint-Lukas Brussel waar hij vrije grafiek heeft gevolgd. Zijn leraars in het secundair onderwijs hadden hem de raad gegeven om die richting te kiezen omdat hij een goed tekenaar was. Hij vond grafiek ook leuk om te doen. Grafiek is technisch gezien meer analytisch, dat sprak hem aan en gaf goede resultaten. 

 

Hij kreeg er les van Luc Verstraete (1928-2008), die later directeur werd van de academie in Eeklo. Ook Maurice Van Saene (1919-2000) gaf daar toen les en stimuleerde de studenten om te schilderen. En dat ging Luc Dondeyne ook doen. Hij schreef zich in aan de Hogere Rijksschool voor Beeldende Kunsten in Anderlecht, die onder het bewind van medeoprichter Frans Minnaert (1929- 2011) een hoge vlucht had genomen en in Vlaanderen bekend was om de aandacht voor het métier. Hij vond in zijn toenmalige leraar Guy Leclercq (1940) niet enkel een goede schilder maar ook een uitstekende mentor.

 

Luc Dondeyne huurde einde jaren 1980 een atelier boven een scoutslokaal ergens in de buurt van de Verbrande Brug, een gehucht van Grimbergen. Het was de periode van de Neue Wilde in Duitsland en de Italiaanse Transavanguardia. Daarenboven is Rik Wouters met zijn fauvistische schilderijen een van Lucs helden. Hij schilderde zeer direct en met fel koloriet. Ondertussen was er die studie van het métier van het schilderen die samengaat met een intensieve zoektocht naar de betekenis ervan. Het schilderen werd in die tijd immers meer en meer in vraag gesteld. Zo ontstond er in de jaren negentig meer conceptueel werk, veel schraler inzake verfgebruik en twijfelend tussen wat Raoul De Keyser (1930-2012) en Luc Tuymans (1958) ondertussen aan het doen waren. Dondeyne voelt zich gevangen in een soort virtuositeit zonder een echte aansluiting bij de tijd, zijn tijd. Dat werd heel concreet in een tentoonstelling in de kleine maar bijzondere galerie van de betreurde Herman Van Hove, Huize Jacobus in het voormalige Groot Begijnhof te Gent. De titel zegt alles: Tijd van Twijfel. Op de uitnodiging staat het werk Grens uit 1999. Een industrieel landschap wordt afgeblokt door letterlijk een grijze zone en bijna in het midden doorkliefd door een felle, gele streep die de illusie van het schilderij als venster op de wereld brutaal doorbreekt.

 

 

HERKENBARE STIJL

 

Luc Dondeyne heeft al heel vroeg het werk van Lucian Freud (1922-2011) en David Hockney (1937) leren kennen en waarderen. Zijn bewondering voor Freud benam hem de zin om puur atelierwerk te maken en Hockney stimuleert hem met zijn onuitputtelijke vitaliteit. Eind van die jaren negentig besloot Dondeyne om de buitenwereld binnen te brengen in het atelier door er met de camera op uit te trekken. Eerder had hij al geprobeerd om via krantenfoto’s zijn onderwerpen te bepalen, maar hij miste de affiniteit met dat gegeven. 

 

Ondertussen gaat hij opnieuw studeren om de meestergraad te verwerven en dat brengt hem bij een andere opmerkelijke en bijzonder verdienstelijke schilder: Fik van Gestel (1951) die op dat moment aan Sint-Lucas Brussel verbonden is. Het laat hem toe om verder te reflecteren en te groeien in zijn zoektocht.

 

“Het menselijk lichaam boeit me enorm”, zegt Dondeyne, “mijn onderwerp moet een emotieve resonantie oproepen. Het eigene van mijn werk situeert zich eerder in het schilderkunstige aspect, in het picturale.” Als we een aantal van zijn werken van de laatste jaren bekijken, valt het op hoe de schilder een eigen picturaliteit en signatuur heeft gevonden, een herkenbare stijl. Hij doet denken aan de figuren van Andrea Mantegna (1431-1506) die als gebeeldhouwd de ruimte bepalen en innemen, die sterk en onloochenbaar aanwezig zijn. Anderzijds kan men niet ontkennen dat het licht een immense rol speelt, er is een onmiskenbare impressionistische toets die evenwel geen enkele nostalgie in zich draagt. Zijn schilderijen zijn zo bij de tijd, zo van onze tijd en toch overstijgen ze het puur tijdelijke, ze spreken ons aan zoals ze dat wellicht bij velen na ons zullen doen. Er is een treffende afstandelijkheid die verhindert dat het mooie plaatjes worden en die de anekdotiek weet te weren.

 

 

BEELDUTOPIE

 

Luc Dondeyne houdt per jaar een logboek bij met schetsen, ideeën, citaten en gedachten. “Het is een soort artistieke waakvlam,” zegt hij. Hij leest veel fictie. “Literatuur is in feite abstract maar wat een beelden roept dat niet op. En hoe verschillend zijn die beelden niet met datgene wat anderen zien als ze hetzelfde lezen. In mijn werk zit ook iets narratiefs, maar het kan ook zeer verschillend geïnterpreteerd worden.” Hij geeft Engelse titels aan zijn werken juist omdat Engels niet zijn moedertaal is. “Mijn taal is de beeldende kunst,” zegt hij. 

 

Wat die taal inhoudt wordt duidelijk als je zijn werk bekijkt. Sven Vanderstichelen beschrijft het treffend in de catalogus van Dondeyne’s tentoonstelling We could be heroes (2011) in CC de Bogaard te Sint-Truiden. “Dondeyne maakt schilderijen die de gefragmenteerde realiteit vervreemdend uitbeelden in een doortastende kijk op de vliedende werkelijkheid. Passanten, zijn eigen vrouw en kinderen, transseksuelen, bevriende fotomodellen en acteurs staan allen model voor zijn alledaagse beeldutopie in straten, parken, de zee of zijn eigen atelier.” Het feit dat de schilder er met de camera op uit trekt of gewoon thuis zijn foto’s neemt en dus keuzes maakt in datgene wat hij fotografeert, is uiteraard zeer belangrijk. Hier maakt hij als het ware de eerste schetsen, bepaalt hij vanuit welk perspectief hij het onderwerp benadert. Hier legt hij het lichtspel vast, de houding, de beweging, de entourage. Maar vanuit de gegevenheid van het fotomateriaal wordt weerom heel vrijelijk gewerkt en gecreëerd. Dondeyne laat zaken weg of voegt bij zodat soms ook heel andere betekenissen kunnen ontstaan of nieuwe interpretaties mogelijk worden. Het is duidelijk: een schilderij is nooit de platvloerse of ongeïnspireerde weergave van een foto. Splendid Isolation is het resultaat van een reeks foto’s  die de kunstenaar van zijn model heeft genomen. De blauwe achtergrond geeft niet echt een bepaalde ruimte weer maar suggereert een eerder etherische leegte. De jongen zit er in zijn ondergoed. Hij is aan de ruimte ontheven. Zijn lichaam is door een lichte aura omgeven en toch is hij erg aanwezig, zeer lichamelijk, tastbaar en afstandelijk tegelijk. Er gaat een zekere erotiek van uit, mee veroorzaakt door de blik, die jongen is aanwezig voor de kijker maar niet voor hemzelf, hij is ver weg. Denk je nu ook aan een Sint-Sebastiaan? Zo zie je hoe een hedendaagse schilder zich helemaal kan inbedden in een eeuwenlange traditie en toch zeer actueel kan zijn.

 

Van een ander schilderij, Happy End, toonde Dondeyne me de opnamen die hij daarvoor maakte. Het zijn opnamen van zijn zoon, een sympathieke, sportieve en ongecomplexeerde tiener. Het is merkwaardig hoe die opnamen totaal anders zijn dan het schilderij. Daar waar het schilderij verder gaat en duidelijk erotische connotaties veronderstelt, ontbreken die op de foto’s quasi totaal. De zonnebril is er wel, hij creëert een grotere afstand tussen model en kijker. 

 

Je voelt dat alle foto’s van Dondeyne met liefde voor het onderwerp zijn genomen, hoe bizar ook, met liefde maar zeker ook met belangstelling, met zin voor compositie, met een duidelijke kennis van zaken en een alerte feeling voor de intrigerende kant van het leven. Hieruit ontstaan dan zijn schilderijen die allerlei interpretaties toelaten. Want, we mogen het nooit vergeten, een beeld vertelt nooit de waarheid, een beeld vertelt een waarheid, een waarheid die dan nog voor elke kijker anders is.

 

De beide werken maakten deel uit van zijn tentoonstelling The Transient Body die hij in 2009 had in Galerie Transit te Mechelen. Het is deze galerie die hem vanaf 2004 permanent in haar aanbod heeft en ondersteunt. Het werk van Luc Dondeyne was terecht opgenomen in de beklijvende tentoonstelling Fading, in 2009 in het museum van Elsene. De tentoonstelling schetste een stand van zaken omtrent de schilderkunst in ons land.  

 

 

 

Daar was het ook duidelijk dat vele schilders gelukkig hun eigen weg gaan en niet allemaal in de voetsporen van illustere collega’s lopen. Luc Dondeyne is zo iemand, een schilder die een beeld ophangt van onze tijd en ons met zijn heel persoonlijke schriftuur weet te raken. Hij is, samen met zovele anderen, het levende bewijs dat de schilderkunst echt van alle tijden is.

 

 

Daan Rau

 


Info

Eerstvolgende tentoonstelling:

‘Elsewhere’

van 3 februari tot 17 maart 2013

 

De tentoonstelling gaat gepaard met een nieuwe publicatie ‘Real Distance’ met teksten van Oscar van den Bogaard, Sven Vanderstichelen en Thibaut Verhoeven

www.transit.be/artists/Dondeyne/index.php