U bent hier

Limburgs atelier - Het apostelenretabel uit de voormalige begijnhofkerk van Tongeren

Het apostelenretabel uit de voormalige begijnhofkerk van Tongeren

Een retabel is een devotiestuk dat achteraan op de altaarmensa of altaartafel (Lat. retro = achter, tabula = plank) geplaatst is. Alhoewel volgens de oorspronkelijke liturgische voorschriften (dezelfde welke na Vaticanum II terug van toepassing werden) geen enkel voorwerp de eigenlijke altaarmensa mocht sieren, ontstond stilaan de gewoonte een metalen, stenen of houten retabel op het altaar te plaatsen. Een van de twee types van retabels, dat sinds de 13e eeuw gekend was, is het reliekenretabel. Het was een kast of bak waarin uiteraard een reliekschrijn of meerdere reliekhouders van metaal of hout ter devotie opgesteld stonden. Het meest verspreide type hiervan is dat van een rechthoekige bak met deuren die horizontaal ingedeeld zijn in registers met nissen. Een of twee horizontale nissenregisters werden voorbehouden voor het uitstallen van de reliekhouders, elk afzonderlijk in een nis. Over heel de breedte van de bak en van de deuren waren bovendien heiligenbeeldjes, eveneens elk afzonderlijk onder een baldakijntje en in veel gevallen in twee rijen boven elkaar geplaatst. Dit type van reliekenretabels kende vooral in Duitsland heel veel bijval. De heiligenbeeldjes die dergelijke retabels sieren beelden meestal de twaalf apostelen uit, in collegium (voltallig) geschaard rondom een beeldengroep die de 'Verheerlijking van de H. Maagd' voorstelt, hetzij als een 'Kroning van Maria', hetzij als een reeds gekroonde heilige Maagd - 'Middelares aller Genaden' - naast God de Vader en God de Zoon. Dit iconografische thema met de 'Verheerlijking van de H. Maagd' is weerom veelvuldig in Duitsland en dan vooral in het Rijnland uitgewerkt geweest. Het retabel herkomstig uit de voormalige begijnhofkerk van Tongeren, dat sinds 1888 aan de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis toebehoort, is omwille van de aanwezigheid van een reliekenregister aan zijn basis en anderzijds door de voorstelling van het voltallige collegium der apostelen rondom de Verheerlijking van de H. Maagd, verwant met relieken- en apostelenretabels uit het Rijnland. Structureel bestaat het uit een rechthoekige houten bak met verhoogde middenpartij. Bovendien is hij ingedeeld in nissen, waarvan die uit het onderste horizontale register thans leeg staan. Welnu, dank zij een bewaard gebleven tekst uit 1738 is bekend dat oorspronkelijk in het apostelenretabel relieken bewaard werden van de elfduizend maagden. Alhoewel haar naam niet uitdrukkelijk in dit document vermeld wordt, mag toch verondersteld worden dat in het retabel eveneens een reliek geborgen was van de aanvoerster van deze elfduizend maagden, nl. de H. Ursula die, omdat zij met haar gevolg te Keulen laf vermoord werd door de Hunnen, ook weerom in het Rijnland een bijzondere verering gekend heeft. Heel waarschijnlijk waren de relieken geborgen in kleine reliekhouders, die elk afzonderlijk in de nissen aan de benedenkant van de bak geplaatst waren. De vraag omtrent de inhoud van de grote reliekhouder die eertijds in de hoge centrale nis van het 2e horizontale register stond, blijft evenwel nog steeds onbeantwoord. Aangezien aan weerszijden van deze nis de gekroonde H. Maagd en de Almachtige God beiden neerzitten, mag verondersteld worden dat het een zeer belangrijke reliek was. Thans staat er in deze centrale nis een gepolychromeerd en verguld houten kruisbeeldje van het type van de laatgotische Mechelse kruisbeeldjes uit het einde van de 15e eeuw. Het behoorde oorspronkelijk niet tot het retabel maar werd er pas later in gezet, waarschijnlijk nadat al de metalen reliekhouders uit het retabel weggenomen waren. Ter beveiliging van de waardevolle reliekhouder van de hoge middelnis, was deze aan de voorkant afgesloten met houten vensterwerk. Maar aan de achterkant van de retabelbak is een deurtje voorzien met een ijzeren slot, zodat bij gelegenheden, zoals bv. een processie, de reliekhouder uit het retabel kon weggenomen worden om hem dan stoetsgewijs ter devotie rond te dragen. De aanwezigheid van dit deurtje aan de achterkant van het retabel toont duidelijk aan dat het retabel niet op een zijaltaar tegen een wand of een zuil geplaatst was, maar wel dat het apostelenretabel de versiering uitmaakte van het hoofdaltaar in het koor waarachter een doorgang vrijgelaten bleef. Zoals gezegd zijn de centrale figuren van de Verheerlijking van de H. Maagd omringd door het voltallige collegium der apostelen. De twaalf stoere discipelen van de Kerk hebben individueel plaats genomen in afzonderlijke nissen, in twee boven elkaar geplaatste rijen van drie aan weerszijden van Maria en de Almachtige God. Alhoewel de apostelen meestal in de retabels rechtopstaande zijn voorgesteld, zijn ze hier neergezeten op een bankje. Sommigen onder hen kunnen gemakkelijk geïdentificeerd worden omdat zij van hun attribuut of herkenningsteken voorzien zijn: zo is Petrus uitgebeeld met zijn grote sleutel; Joannes de Evangelist met een kelk in de hand, waarin een opkronkelende slang; Jacobus de Meerdere met de traditionele schelp op de grote boord van zijn hoed en de pelgrimstaf in de hand; Simon Zelotes of de IJveraar met de zaag, enz. Tenslotte zijn in het verhoogde deel van de verticale middentravee van de bak nog drie grote beelden geplaatst, weerom elk afzonderlijk onder een baldakijntje. In het midden prijkt de H. Maagd met het Kindje als patrones van de stad Tongeren. Aan haar rechterzijde staat Sint-Jan de Doper rechtop met het lam, als patroon van de bijkerk van de Tongerse collegiale kerk. Aan haar linkerzijde vertrapt de H. Catharina van Alexandrie, patrones van de voormalige begijnhofkerk van Tongeren, met haar linkervoet haar belager keizer Maxentius die haar liet martelen. Al de beelden van het retabel zijn van noteboomhout en behoudens de incarnaten (vleespartijen) zijn ze alle volledig verguld. De eikehouten retabelbak en de versierende 'metselrie' van de nisbekroningen met drie- en vierpasornamenten - versieringsmotieven gevormd uit drie of vier elkaar rakende cirkels - (die zo kenmerkend zijn in de Duitse retabelproduktie) zijn rood en groen geschilderd, terwijl de binnenkant van de retabelbak een grijsgroene verflaag vertoont met hier en daar nog sporen van gouden sterren. Op de verschillende stijlen van de retabelbak zijn thans nog de ijzeren hechtplaten vastgenageld van de scharnieren waarmede oorspronkelijk de luiken of deuren aan het retabel vastgehecht waren. Heel waarschijnlijk waren het geschilderde luiken. Gelet op de grote breedte van de bak waren de onderste luiken vermoedelijk samengesteld als plooideuren die dan elk op hun beurt ingedeeld waren in vier geschilderde panelen. Welk iconografisch thema of welke voorstellingen er op de binnen- en buitenkant van deze luiken geschilderd waren, kon niet worden achterhaald. Evenmin is geweten wanneer de geschilderde luiken van het retabel weggenomen werden. Dat het apostelenretabel in zijn algehele conceptie een duidelijke verwantschap vertoont met de apostelen- en reliekenretabels uit het Rijnland, is niet te verwonderen, vermits het bisdom Tongeren destijds afhankelijk was van het aartsbisdom Keulen, zodat een zekere beïnvloeding door de kunst- en cultuuruitingen van het Rijnland in dit gebied voor de hand lag. Nochtans laat de stijl van de beelden niet toe dit retabel als een produkt van de Duitse retabelindustrie te beschouwen. Aan de ene kant zijn de apostelbeeldjes verwant met de Brabantse sculptuur uit het midden van de 15e eeuw en anderzijds vertonen de rechtopstaande beelden en dan de figuren van de H. Maagd met het Kind en de H. Catharina in het bijzonder opvallende analogieën met een aantal Limburgse beelden van omstreeks 1470-1490. Deze beelden onderscheiden zich alle door zeer bijzondere kenmerken: het vrouwentype vertoont een gezonde, een beetje zwaarlijvige vrouw met mollige handen en een zware boezem, gewoonlijk gehuld in een nauwpassend bovenlijfje, een korte gerimpelde hals, een liefelijk rond aangezicht met dubbele kin, kleine amandelvormige ogen, een korte neus en fijne mond, tenslotte het over de slapen in brede golven gekamde haar dat een groot voorhoofd onbedekt laat en dicht tegen de nek over de schouders heenvalt. Ze zijn steeds puntig geschoeid, dragen geen hoofdsluier en het kindje dat de Moeder-Godsfiguren in de armen dragen is steeds gehuld in een lange tunica. Welnu de rechtopstaande beelden van het apostelenretabel uit Tongeren verstrekken de gegevens voor het dagtekenen van het ganse kunstwerk en het bepalen van de streek waar het gesneden werd. Blijkbaar is hier een kunstenaar bedrijvig geweest die de conceptie en de iconografie van de Duitse retabels kende en meteen Brabantse, Gelderse en Rijnlandse stijlkenmerken toegepast heeft in een eigentijdse stijl, autochtoon in de streek waar hij werkte, namelijk het Limburg van omstreeks 1470-1490. Het apostelenretabel uit de voormalige begijnhofkerk van Tongeren moet beschouwd worden als een unicum in de bewaard gebleven retabelproduktie van ons land.