U bent hier

KMSKB Brussel - Spannend symbolisme

Félicien Rops, De verzoeking van de Heilige Antonius, 1878, kleurpotlood op papier, 73,8 x 54,3 cm, Koninklijke Bibliotheek van België, Prentenkabinet, Brussel.

 

De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België in Brussel brengen het inheemse symbolisme van kop tot teen. Weinig stromingen waren zo multidisciplinair. Brussel was ontmoetingsplaats: onder anderen Charles Baudelaire (1821-1867), richtinggevend dichter, verbleef er een tijdje.

 

 

DE SYMBOLISTISCHE ESTHETICA

 

Het symbolisme werd voortgestuwd door de dicht­kunst, maar manifesteerde zich ook in de beeldende kunsten, de muziek en het theater. Denk maar aan het theater van Maurice Maeterlinck (1862-1949), onze enige Nobelprijswinnaar literatuur, ook al is zijn oeu­vre goeddeels in de vergetelheid geraakt. Zijn Pelléas et Mélisande uit 1892 is nochtans een ijkpunt voor het symbolisme. We zouden de stroming kunnen opvatten als een vertakking van de robuuste stam van de uiterst invloedrijke romantiek. Belangrijke kenmerken van de romantiek betreffen de cultus van het genie, het ir­rationele en de smart. Tegenover de berekening en de voorgeschreven regels van het neoclassicisme plaatsten romantici de emotie als richtingaanwijzer. Dus: wegmarcherend van een realistische tendens.

 

Halverwege de negentiende eeuw ontwikkelde het symbolisme zich langzamerhand. Van een conventio­nele stijlperiode kunnen we eigenlijk niet gewagen, het was eerder een visie op de kunst. Vanzelfsprekend is het gebruik van symbolen, zowel literair als visueel, van primordiaal belang. Ook al is de stroming zeer verscheiden, een combinatie van symbooltaal en het hoogstpersoonlijke keert altijd terug. Symbolen houden verband met de innerlijke toestand van de kunstenaar: als Charles Baudelaire over lege straten dicht, dan dui­den die op eenzaamheid.

 

Daarbij komt nog dat de symbolist in metafysica, of een werkelijkheid boven de dagelijkse realiteit, gelooft. De realiteit achter de zintuiglijke werkelijkheid wordt via symbolen onthuld: zij zijn de neerslag van de subjec­tieve esthetische ervaring van de kunstenaar. Hij heeft dus toegang tot een hogere werkelijkheid, ook hier schemert het romantische genie door. Een citaat van de grote Franse symbolistische schilder Gustave Moreau (1826-1898) legt dit bevattelijk uit: "Gelooft u in God? Ik geloof alleen in hem. Ik geloof niet in wat ik aanraak, noch in wat ik zie. Ik geloof enkel in wat ik niet zie en in wat ik voel. Mijn hersenen, mijn verstand zijn vluchtig en van een twijfelachtige realiteit. Enkel mijn innerlijk gevoel lijkt me eeuwig en ontegensprekelijk zeker."

 

De gemakkelijkste kunststroming is het niet, maar het gaat evenmin om gratuite gekunsteldheid. Een uit­spraak van symbolistisch dichter Stéphane Mallarmé (1842-1898) legt de syntaxis helder uit: "Wanneer je een object benoemt, supprimeer je drie vierde van het genot van het gedicht, dat je beetje bij beetje moet kun­nen ontdekken. Suggereren, dat is de droom. Het sym­bool past perfect bij dit mysterie: stukje voor stukje een object evoceren om een geestesgesteldheid op te roepen of, omgekeerd, een object uitkiezen en een gees­tesgesteldheid onthullen via een serie codes." De sug­gestie is poëtisch en maakt nieuwsgierig. Die prikkeling ontbeert men vaak in realistische strekkingen.

 

 

DE LA MUSIQUE AVANT TOUTE CHOSE

 

Als we de majesteitelijk ogende centrale hal van het Brusselse museum aan de Koningstraat betreden, dan krijgen we een gemengde voorproef van wat de collecties herbergen. Schilderijen en sculpturen hangen en staan verspreid. Een van de grootste doeken is De bron der inspiratie, een zachtaardige reus van vier bij vijf meter van Gentenaar Constant Montald (1862-1944). Blauwe, grijze en gouden pastelkleuren waaien ons zachtjes toe als een symbolistische symfonie. "De la musique avant toute chose," declameerde Paul Verlaine in zijn gedicht Art poétique.

 

We zouden een associatie kunnen maken met Prélude à l'après midi d'un faune, het bekende muziekstuk van Claude Debussy (1862-1918), naar een gedicht van Sté­phane Mallarmé. Het is ingetogen en zorgvuldig gecom­poneerd, bijna zachtjes klaterend als een beek, een soort van spirituele bron. Montalds doek is een droomwereld die een afspiegeling van een ideaal bloeiende samenle­ving lijkt te zijn. Debussy gaf volgende uitleg ter veran­twoording van zijn opera Pelléas et Mélisande, naar het stuk van Maeterlinck: "Je voulais à la musique une li­berté qu'elle contient peut-être plus que n'importe quel art, n'étant pas bornée à une reproduction plus ou moins exacte de la nature, mais aux correspondances mysté­rieuses entre la Nature et l'Imagination."

 

Montalds verstilde figuren, schimmig en lijkwit, proeven van bet bronwater. Ze worden omgeven door een won­derlijke vegetatie. Het bevreemdt ons, die bedwelmende rust of roes zelfs. Die wereld onder een stolp lijkt slechts te deinen op een luie golfslag, net zoals de slaperige vio­len in de prelude. Ook stilte werd door de symbolisten als essentieel ervaren.

 

 

SPLEEN, SPANNING EN LUST

 

Naast poëtische, fantasierijke symboolbeelden loert innerlijke verscheurdheid steeds om de hoek. De lucht moet tijdens het fin de siècle onophoudelijk zwanger ge­weest zijn van ontij en verderf. Het is het mooie, het verderfelijke en het beangstigende gecombineerd. Les fleurs du mal van Baudelaire is daarvan de eloquentste evocatie. De titel vat het decadentisme beeldig samen. De belangrijkste vaststelling van het openlijk dan wel latent verglijden tussen estheticisme en het sublieme, is de spanning die erdoor veroorzaakt wordt. Er heerst spanning omwille van ambivalenties: sluimerend gevaar of het onbegrijpelijke van beelden. Eén van de meesters van de suspense en de shock — ook nog een eeuw na de creatie van zijn werk — is de voortreffelijke Félicien Rops (1833-1898). De Tijl Uilenspiegel onder de kunste­naars ontmoette Baudelaire in 1866. De Fransman was onder de indruk van Félicien Rops. Hij vervaardigde een frontispice voor Les Épavés, de verzamelde gedichten die niet waren opgenomen in een door de censuur ver­minkte Les fleurs du mal. De zeven hoofdzonden, in de gedaante van kwaadaardige bloemen, tieren welig onder een appelboom, waarvan de stam een vilein geraamte is. Eén van die zonden heeft natuurlijk betrekking op de lust.

 

Iets later in zijn carrière werd Rops "Handelsreiziger van de firma Satan en Co.". La tentation de Saint-An­toine is een tekening in kleurpotlood uit 1878. Hij werd op het idee gebracht door het gelijknamige prozagedicht van Gustave Flaubert en was niet de enige in dat tijdsge­wricht: ook Odilon Redon, Fernand Khnopff en James Ensor zouden het thema van de verzoeking aansnijden. Rops toont hoe de libidineuze verlangens van de heilige, ontsproten aan de onderdrukking van alle lustgevoelens, een eigen leven gaan leiden zijn. Eros, een beeld van een voluptueuze vrouw, is als gekruisigde verschenen, ter­wijl Jezus door een vuilbekkende satan ternauwernood bij de scène wordt betrokken. Seksualiteit en de dood: kernachtiger kan men het leven niet vatten. De duivel mag men interpreteren als een symbool van het verzet van individuen tegen de gevestigde orde. De vrouw als femme fatale was nog zo'n wijdverbreid thema tijdens het fin de siècle.

 

Het symbolisme bracht een rijk gefacetteerde kunstpro­ductie voort. Laat ons de humor en de moraalkritiek bij kunstenaars als Rops niet vergeten. De spanningsboog gaat van verstilde, spirituele uitingen naar een langou­reuze of zelfs openlijk libertijnse beeldtaal. Spanning ontstaat bij onbegrip en bij ambivalentie. Niet alles hoeft een uitleg te krijgen: voor de symbolist is er veel meer dan de grijze realiteit.

 

Matthias Depoorter

 


INFO

Tentoonstelling

Symbolisme in België

Nog tot 27 juni 2010

Open: dinsdag t.e.m. zondag van I 0 tot 17 uur

Gesloten: maandag

 

Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België

Regentschapstraat 3

1000 Brussel

Tel. 02 508 33 33

www.expo-symbolisme.be


ILLUSTRATIES

Félicien Rops, De verzoeking van de Heilige Antonius, 1878, kleurpotlood op papier, 73,8 x 54,3 cm, Koninklijke Bibliotheek van België, Prentenkabinet, Brussel

Constant Montald, De bron der inspiratie, 1907
olieverf op doek, 535 x 525 cm (originele afmetingen), 395 x 490 cm (zonder kader), Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel

Jean Delville, De dode Orpheus, 1893
olieverf op doek (herdoekt), 79,3 x 99,2 cm, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel

Xavier Mellery, De rondedans van de uren of De uren, 1890
olieverf op doek, 47 x 73 Cm, Brussels Gewest

Henry de Groux, De Walkurenrit, ca 1890
pastel op papier, gekleefd op dik karton, 79,4 x 112,2 cm

Fernand Khnopff, In Brugge. Het Minnewater, 1904-1905
zwart krijt, potlood en pastel op papier, 47 x 101 cm, Hearn Family Trust (cr392bis)