U bent hier

Keramiekkunstenaar Frank Steyaert - De breekbaarheid van het bestaan

Foto: Saskia Vanderstichele

 

‘Waarheen de wind ook waait’ is de tentoonstelling met werk van Frank Steyaert. Ze opent begin november, de dagen rond Allerheiligen. Dat is niet toevallig. Dood en leven is een thema dat niet meer weg te denken is uit zijn oeuvre.

 

 

SPELING VAN HET LOT

 

In de Tinnenpotstraat in Gent kan je moeilijk het huis van Frank Steyaert (°1953) voorbijlopen zonder het te hebben opgemerkt. Hoewel het helemaal past in de gevelrijen van de straat valt het op door zijn gevelversiering en algemene vormgeving. Eigenlijk zijn het twee huisjes uit de vijftiende eeuw die Frank en zijn broer, architect Dirk Steyaert, op een voorbeeldige en tegelijk ook creatieve manier hebben gerestaureerd en uitgebreid. Een bezoek aan deze bijzondere creatie laat u zien wat een verrassende mogelijkheden het geheel in zich draagt, wat een verrijking dit is voor deze historische buurt van het vroegere Prinsenhof. De gevels van beide huisjes zijn op grond van historisch onderzoek in hun oorspronkelijke staat hersteld en beschilderd.

 

Het bovendeel van de rechtse gevel was in de loop der tijden zodanig vaak verbouwd dat hier is gekozen voor een originele en kunstzinnige inbreng in plaats van een historiserend verzinsel. Dat bovengedeelte is opgevat als één grote keramische sculptuur die zowel de raamlijsten, de erker en de decoratieve panelen omvat. 

 

Frank Steyaert heeft naam gemaakt als keramiekkunstenaar alhoewel dat enigszins door de speling van het lot is gekomen. Hij studeerde bouwkundig tekenaar aan de Aalsterse academie om later zijn vader bij te staan in zijn bedrijf van bouwmaterialen. Net toen hij afgestudeerd was, werd het bedrijf onteigend. Hij besloot dan maar keramiek te gaan studeren, eerst in Aalst en later in Antwerpen. Hij kreeg er les van Achiel Pauwels, een van die éminences grises in de Vlaamse keramiekwereld. Nadien mocht hij zich nog verder bekwamen aan het Nationaal Hoger Instituut, toen nog te Antwerpen. Vanaf 1975 heeft hij leeropdrachten vervuld aan de academies van Deinze, Liedekerke en Dendermonde. 

 

Hij heeft ruim dertig jaar nieuwe generaties keramisten opgeleid. In 1972 kreeg hij als debuterend kunstenaar de prijs Pro Civitate van het toenmalige Gemeentekrediet en dat was het begin van een steile carrière in de keramiekkunst en van een palmares dat bewondering afdwingt. Tal van musea in binnen- en vooral buitenland hebben werk van Steyaert in hun collecties om van de grote privéverzamelingen nog te zwijgen. 

 

 

DE ARCHITECTUUR VAN HET SCHIP

 

In 1985 kreeg Frank Steyaert zijn eerste grote tentoonstelling in het Museum voor Sierkunst (nu het Designmuseum) te Gent. Naast zijn vaatwerk toonde hij ook juwelen. Hij intrigeerde de vele bezoekers met zijn grote ‘containers’. Dat was een reeks van potsculpturen in redelijk grote formaten met tal van dekseltjes en al dan niet ‘geheime’ vakjes. Ze nodigen uit tot manipulatie en het zal voor menig bezoeker frustrerend geweest zijn dat aankomen niet mocht. De onderkant van de sculpturen was gewelfd, terwijl de bovenzijde eerder geometrisch gestructureerd was. Ze deden spontaan denken aan altaren of aan plattegronden van tempelachtige structuren. In elk geval droegen ze een zeker mysterie met zich. 

 

In dezelfde tentoonstelling was ook een deel van zijn op schepen geïnspireerde sculpturen te zien. Water en boten zijn elementen die in het werk van deze kunstenaar veelvuldig naar voor komen. Hij is geboren in 1953, een rampjaar met heel wat overstromingen die een groot deel van Nederland overspoelden, maar ook ons land niet hebben gespaard. Zijn ouderlijk huis lag aan de samenvloeiing van Dender en Schelde. Op het moment van zijn geboorte stond de stad onder water, vader Steyaert had nog net, dank zij de voorraden in zijn bedrijf, met zandzakjes deuren en ramen kunnen beveiligen, maar voor dokter of vroedvrouw was er geen doorkomen aan.

 

Later verhuisde de familie naar het voormalige veerhuis van Denderbelle aan de oever van de Dender. Vanuit het raam van zijn kamer heeft hij heel zijn jeugd de boten kunnen zien voorbijvaren en dat heeft zijn sporen nagelaten. 

 

De scheepsvorm is hem bovenmate lief. Het is de architectuur van het schip die hem intrigeert. Hij bouwt geduldig en gedetailleerd en met grote gevoeligheid voor de materie de structuur van het schip op en zet die rompen dan rechtop. Ze doen aan spitsbogen denken maar laten evengoed onze gedachten afdwalen naar wonderlijke, traditionele architectuur van verre volkeren. In de tekst voor zijn tentoonstelling Het teruggevonden verhaal (2009) in het Caermersklooster, het cultuurcentrum van de provincie Oost-Vlaanderen, schrijft Carine Verleye: “De logica van architectuur speelt een belangrijke rol: de ribbenconstructie van een boot is dezelfde als het gebinte van een romaanse kerk, de nerven van een blad, het rugschild van een insect, en de ribben van een menselijk lichaam.” 

 

 

URNEN

 

In 1996 wordt Frank Steyaert getroffen door een persoonlijke tragedie: zijn vriend komt om bij een autoongeval. De kunstenaar trekt zich terug en tracht het verlies te verwerken, hij komt langzamerhand weer op verhaal. Schepen maakt hij nog steeds, maar het zijn wel scheepswrakken die ontroeren door hun schoonheid, de schoonheid van het verval. Het zijn eigentijdse vanitassculpturen geworden. Ze zijn beladen met symboliek, tonen ons langs de talloze compartimenten, vakjes, luikjes en verscholen toegangen, de complexiteit en de breekbaarheid van ons bestaan. Het zijn sculpturen die heel veel mensen raken, diep en confronterend. Dood en leven is ondertussen een thematiek die niet meer weg te denken is uit zijn oeuvre. Frank Steyaert gelooft in het leven en kent zowel de kracht als de kwetsbaarheid daarvan. En het is wellicht juist daarom dat hij zich ook toelegt op het ontwerpen van asurnen. In een brief schreef hij me het volgende: “Een aantal jaren geleden vond ik op een kunstveiling een 2.000 jaar oude Romeinse kruik. Ze was eenvoudig en mooi van verhoudingen en ik besloot ze aan te kopen. Wanneer ik bij de afhaling de kruik voor het eerst in handen kreeg, zag ik dat ze gevuld was met stukjes van menselijke beenderen. Dit was niet te zien toen de kruik in de tentoonstelling in de vitrinekast stond. ‘Wat moet ik als keramiekverzamelaar met die beenderen?’ vroeg ik me af. Ik heb de kruik geledigd in een plastic zak en deze op een rek in de garage gelegd. Daar heeft die jarenlang gelegen. 

 

De kruik bleef me intrigeren. Ze was mooi omdat ze met liefde gemaakt was. En wel om een heel speciale reden: het bewaren van stoffelijke resten van iemand die men liefhad. Wijselijk heb ik besloten de oorspronkelijke inhoud terug in de kruik te deponeren, waar die thuishoort, zodat het verhaal terug compleet is.”

 

Wanneer de Belgische wetgeving inzake het bewaren van de as van overledenen werd aangepast, was dat aanleiding voor wat gesprekken in de huiselijke kring. Het overlijden van zijn vader, die de wens had uitgesproken om gecremeerd te worden, bracht een en ander in een stroomversnelling. De familie vond in de handel geen geschikte urn die overeenstemde met de persoonlijkheid van zijn vader. Het besluit was snel genomen: hij zou zelf een urne maken met de materie die hem het meeste eigen was. “Het werd een kunstwerk uit twee aaneengeschakelde delen, zodat er later ook ruimte zou zijn voor de as van mijn moeder. Ze zouden symbolisch ook na de dood nog samen blijven.” De uitvaartplechtigheid met een kunstwerk in hun midden lokte nogal wat positieve reacties uit en een echtpaar in het dorp wou graag hun eigen urne-kunstwerk laten maken zodat ze er zelf nog bij leven en welzijn konden van genieten. Het zette een trend. Frank Steyaert ontwerpt nu regelmatig urnen. Het zijn functionele kunstwerken. “Ik zoek in de eerste plaats naar een goede vormgeving, trouw aan het eigene van mijn gangbaar artistiek werk. Het anekdotische laat ik achterwege, tenzij een sterk idee als essentieel voor het concept beschouwd kan worden.” 

 

Hij werkt momenteel aan zijn eigen urne. Het is – hoe kan het anders – een schip. De stuurhut is het gedeelte dat de as zal bevatten en dat eruit genomen kan worden. In het vaste gedeelte van het schip komt een blauwe kamer, zijn lievelingskleur, met in goud uitgevoerde erotische tekeningen en een verzameling van persoonlijke spulletjes. In het ruim van het schip, dat verschillende verdiepingen telt, komt een hele lading kisten waarin telkens in miniatuur elementen uit zijn persoonlijke keramiekverzameling worden weergegeven. Het is duidelijk dat Frank niet van plan is binnenkort het tijdelijke met het eeuwige te verwisselen. Hij heeft nog heel wat werk voor de boeg.

 

Onlangs werd Frank Steyaert uitgenodigd voor een tentoonstelling van zijn werk in het Museum Torhouts Aardewerk in de gelijknamige stad. De hele inrichting van het museum met veel vitrines heeft hem ertoe aangezet om opnieuw draaiwerk te gaan maken. Het was ruim twintig jaar geleden dat hij nog de draaitafel had gehanteerd. Het resultaat zal straks ook te zien zijn in zijn huis, museum en galerie in de Tinnenpotstraat. Hij houdt daar twee keer per jaar een tentoonstelling, waarbij hij keramisten van internationaal niveau uitnodigt om hun werk te tonen of delen van zijn toch wel indrukwekkende collectie exposeert. Een bezoek is een unieke gelegenheid om met het werk van Frank Steyaert en zijn collega’s kennis te maken. We moeten het in Vlaanderen helaas stellen zonder ook nog maar één andere keramiekgalerie van internationaal niveau, in Brussel zijn er twee en die moeten het hele land bedienen.

 

Hier zou Design Vlaanderen, dat vroeger als ‘Dienst voor Kreatief Ambacht’ een voortrekkersrol heeft gespeeld toch een belangrijke inbreng kunnen hebben. De Vlaamse keramisten doen het bij internationale wedstrijden nog altijd bijzonder goed, maar dat vindt helaas onvoldoende weerklank in eigen land. Ook musea kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Het is trouwens erg opvallend dat op het hoogfeest van de actuele kunst, de dertiende Documenta te Kassel, ook keramiek zijn intrede heeft gedaan.

 

 

Daan Rau


Info

Tentoonstelling

WAARHEEN DE WIND OOK WAAIT 

Van 4 november tot 9 december 2012

Open op zaterdag en zondag van 14 tot 18 uur en na afspraak voor groepen

 

Galerie-Museum Frank Steyaert

Tinnenpotstraat 16

9000 Gent

www.franksteyaert.net