U bent hier

Kastelen en abdijen in het Brugse Ommeland

Openbaar Kunstbezit Vlaanderen - Steenrijk & begeesterd

 

Het Brugse Ommeland telt meer dan honderd kastelen en acht abdijsites. Dit jaar worden die bijzonder in de kijker geplaatst met tal van activiteiten. Zo zijn er vijf fietsroutes uitgestippeld die al dat moois laten verkennen. Ze zijn gebundeld in een boek met interessante informatie over wat de fietsers op hun rondritten te zien krijgen. Het is ook een kennismaking met markante figuren langs de weg, zoals Modest Van Assche, de abt van de Sint-Pietersabdij van Steenbrugge, bisschop Emiel-Jozef De Smedt, Eugeen Van Oye voor wie Gezelle het gedicht Dien avond en die rooze schreef, Willem van Saeftinghe en Godelieve van Gistel.

 

Het boek van Véronique Lambert is duidelijk veel meer dan een handige gids voor de fietsers. In het eerste deel zet ze de kastelen in het Brugse Ommeland in de geschiedenis. Ze start bij het prille begin van het graafschap Vlaanderen in de negende eeuw, met Brugge als hoofdplaats. De prestigieuze heersers bouwen stoere burchten en vanaf de twaalfde eeuw ook stenen kastelen. Er zijn nog weinig sporen te vinden van versterkingen uit die middeleeuwse periode. Het boek trekt naar de kastelen van Male (Sint-Kruis), Wijnendale (Torhout) en Tillgem (Sint-Michiels), waarvan de oorsprong ver in de tijd teruggaat, om er wat langer stil te staan bij hun rijke geschiedenissen.

 

Vanaf de zestiende eeuw werden de oude burchten letterlijk en figuurlijk opengegooid. Rijke handelaars uit de stad namen de adellijke kastelen over en maakten ze tot riante buitenverblijven. Het Blauw Kasteel in Sint-Kruis en Ter Loo in Loppem zijn vroege voorbeelden van die tendens.

 

In de achttiende eeuw schoten nieuwe buitenverblijven als paddenstoelen uit de grond. De rococo deed zijn intrede, het classisme tekende strakke gebouwen, de tuinen werden aangelegd naar Frans model. Uit deze periode zijn de voorbeelden legio. Onder de noemer ‘Twee maal Versailles bij Brugge’ brengt het boek de verhalen van de kastelen van Male en Rooigem.

 

De Franse Revolutie en de annexatie van de Zuidelijke Nederlanden door Frankrijk betekenden een keerpunt. Rijke burgers kochten voor een prikje geconfisqueerde domeinen op en ze investeerden in zandgronden in het zuiden van Brugge. De nieuwe eigenaars bouwden en verbouwden. De neostijlen floreerden, nieuwe materialen zoals ijzer staal en glas deden hun intrede, waterleiding, sanitair, verwarming en verlichting verhoogden het comfort. Het huidige uitzicht van de meer dan honderd kastelen in het Brugse Ommeland is grotendeels door de negentiende eeuw bepaald. Het boek illustreert dit met tal van voorbeelden.

 

Het tweede deel van het boek is gewijd aan abdijen in het Brugse Ommeland. Na een korte geschiedenis van het abdijwezen houdt de auteur halt bij Ter Doest in Lissewege, de Sint-Pietersabdij van Oudenburg, de abdij van Steenbrugge, de oude en de nieuwe Sint-Andriesabdij, de Priorij Onze-Lieve-Vrouw van Bethanië, de Godelieveabdij in Gistel, en de Sint-Trudoabdij in Odegem en Male.

 

Véronique Lambert vertelt in Steenrijk & Begeesterd op een boeiende manier de meer dan duizend jaar geschiedenis van de kastelen en abdijen in het Brugse Ommeland. Het boek is bovendien mooi geïllustreerd en doorweven met interessante ‘weetjes’, kleine verhaaltjes over bouwheren en bewoners, die leven brengen in al die mooie gebouwen langs de fietsroutes.


Véronique Lambert

Steenrijk & Begeesterd

Kastelen en abdijen in het Brugse Ommeland, 176 blz, € 15.00

Een uitgave van Westtoer en de Provincie West-Vlaanderen