U bent hier

Julio Gonzalez Kleine Venus - Michaël Schœnholtz Mannequin

Julio Gonzalez Kleine Venus - Michaël Schœnholtz Mannequin
Julio Gonzalez was de vijftig reeds voorbij toen hij tot de uitdrukkingsvormen kwam die in hun authenticiteit tot de merkwaardigste van de moderne sculptuur kunnen worden gerekend. Op het tijdstip dat de zogenaamde 'avant-garde' van het begin van de eeuw al tot een soort traditie was geworden en dat ook het figuratieve veel uitputtingsverschijnselen begon te vertonen, heeft hij, buiten kunstbewegingen om, met beperkte middelen natuurlijke vormen in de ruimte gestalte gegeven. Hij heeft duidelijk aangetoond wat de sculpturale mogelijkheden zijn van het in drie dimensies 'tekenen' met metaal, ijzer en brons. De vrijheden die hij neemt vloeien voort uit het snedig concentratievermogen om een bepaalde houding, een gebaar, een beweging samen te vatten. Opengewerkt, verfijnd en toch krachtig van constructie doen zijn beelden denken aan figuurtjes die op het punt staan te gaan bewegen. De 'Kleine Venus' is gebouwd op een staaf, een soort been waar onderaan in waaiervorm tenen zijn aangeduid en bovenaan een platte en een ronde staaf zichtbaar is. De ronde staaf is in vier segmenten gebroken en wentelt in zigzaglijn omhoog tot bij het hoofd, dat bovenaan met wapperende haarbos prijkt als een komeet. Een onbetwistbare charme en soepelheid gaan van deze originele ruimtecompositie uit. Er is hier sprake van een zelfde ongedwongen houding van de danseresjes en figuurtjes van Degas, iemand die hij zeer bewonderde. In zijn œuvre wisselen beweeglijke silhouetten en symbolen af met het figuratieve werk. Het meest beroemde in deze laatste richting is 'La Montserrat' van 1937, de jonge boerin met een kind op de arm en een sikkel in de hand, die Gonzalez' binding met zijn geboorteland uitdrukt op het moment van de burgeroorlog. Het oorspronkelijke bij deze kunstenaar bestaat zowel in het zeer persoonlijke doel waar hij zijn middelen naar plooit, als in de nieuwe beeldende kracht die hij schenkt aan het figuratieve in de beeldhouwkunst. Zonder op een directe verwantschap tussen Gonzalez en Schoenholtz te willen duiden, valt bij het werk van deze laatste op dat ook hij met grote sensibiliteit de gegevens van een bepaalde figuratie ruimtelijk tot uitdrukking brengt. Waar dit bij Gonzalez nog met een optimistische en constructieve geest kon, wijst het œuvre van Schœnholtz op de verwording van idealen die in de dertiger jaren nog onaangetast waren. De mens is het hier besproken werk 'Mannequin' straalt niet meer als een Venus, maar zit bekneld in een soort dwangbuis waaruit hij zich slechts met moeite kan oprichten; het hoofd kan alleen nog maar vermoed worden, de handen zijn op de rug bij elkaar geklemd, de benen zijn strak omspannen, ingetoomd door een stoffelijke band. Een kritische instelling, die zich distancieert van het klassieke schoonheidsideaal, wordt niet zonder geestigheid in vorm gebracht. Alledaagse dingen stimuleren Schoenholtz het meest, vooral datgene wat een wrang gevoel veroorzaakt, een gevoel dat te maken heeft met weerspannigheid en hekel. Na een tijdlang in zandsteen te hebben gewerkt, ontdekte hij de eigenschappen van marmer. In vergelijking met zandsteen die een bepaalde warmte uitstraalt, is marmer koud wanneer het gepolijst en geslepen is. Het dwingt tevens tot een grotere eenvoud en kan ook monumentaler werken. Het doet kouder, ijziger aan dan andere steensoorten. Dit gevoel vindt hij bevestigd in de gladde toonbanken van slagers en vishandelaars. Schœnholtz werkt met lichaamsdelen die hij in een gespannen verhouding plaatst tot de omringende en binnendringende ruimte. De compositie, een 'inval van de natuur', vervormt de realiteit niet tot het onherkenbare, maar geeft uitdrukking aan een idee. De afzonderlijke, verwrongen lichaamsdelen worden tot een geheel verwerkt en met een bepaalde zin voor humor plastisch weergegeven.