U bent hier

Jean-Baptiste Corot - Steengroeve te Fontainebleau

Jean-Baptiste Corot - Steengroeve te Fontainebleau

'Steengroeve te Fontainebleau' is het werk van één der voornaamste Franse landschapschilders uit de 19de eeuw. Corot werd in 1796 te Parijs geboren. Na de middelbare school wordt hij door zijn ouders - die zelf een modehuis hadden - bij een stoffenhandelaar in de leer gestuurd. Corot die er niet veel voor voelt toont zich inschikkelijk, een karakteristiek die men altijd bij hem terugvindt. Na de dood van zijn oudere zus wordt aan de zevenentwintigjarige een rente toegekend. Plots vrij van materiële bekommernissen krijgt hij nu de mogelijkheid uitsluitend te schilderen. Dat gebeurt rond 1823, in Frankrijk op politiek gebied een onzekere tijd, op kunstgebied een periode waarin verschillende richtingen naast elkaar bestaan. Er zijn vooreerst de kunstenaars die, tot ver in de 19de eeuw, de 'officiële stijl' of het academisme vertegenwoordigen en de klassieke richting van Ingres verder zetten, echter zonder zijn bekwaamheid. Hun werk wordt bepaald door het verstand, de onderwerpen halen ze uit de antieke meestal Romeinse geschiedenis, het accent ligt op de tekening, de klare kalme opbouw van het werk waarin de kleur een secundaire plaats krijgt. In hun tijd zeer succesrijk geldt hun werk tegenwoordig als voorbeeld van gekunsteldheid en slechte smaak. Rond 1820 dringt de Romantiek door met vertegenwoordigers als Géricault en Delacroix. Als reactie op de overheersing van het verstand in het classicisme wordt voortaan het impulsieve in de menselijke natuur, het gevoel, benadrukt en als voornaamste creatieve stimulans beschouwd. Ook eigentijdse thema's worden nu onderwerp van het werk, b.v. de 'Franse Revolutie van 1830' door Delacroix. In die werken overheerst een stormachtige beweging waarbij de kleur primeert. Met de ontwikkeling van het romantisch gevoel komt een uitgesproken interesse voor het landschap, niet langer, zoals vroeger, bedoeld als decor voor landelijke scènes maar om de eigen schoonheid. Die interesse voor het landschap treft men ook buiten Frankrijk. In Engeland zijn de belangrijkste vertegenwoordigers Constable en Turner. Het gaat hen vooral om duidelijke observatie van de natuur waarvan ze de fysische wetten bestuderen. Constable is één der eerste die het atelier verlaat om in de vrije natuur te schilderen. Engelse landschappen waren reeds in 1824 te Parijs op de Salon - in die tijd de belangrijkste tentoonstelling voor schilders - waar Corot ze leerde kennen. Anders georiënteerd zijn de Duitsers. Meer dan getrouwe natuurobservatie interesseert hen het eigen gevoelsleven. Hun werken vertonen een elegisch lyrisch karakter, qua stemming is Corot met hen verwant. in Frankrijk zelf tenslotte treft men eveneens een groep landschapschilders aan. Vol afkeer voor de officiële kunst verenigde zich rond 1830 een groep kunstenaars, later bekend onder de naam 'de school van Barbizon' naar het dorpje Barbizon in de omgeving van Fontainebleau. Corot maakte nooit deel uit van die groep ; toch zijn er verwante eigenschappen : innig natuurgevoel, zin voor het intieme karakter van het landschap. Corot onderscheidt zich echter van die groep waar hij zich een meer uitgesproken toonschilder toont. Niet vanaf het begin nochtans vertonen zijn werken die vervloeiende toetsen en het licht, bijna transparent kleurengamma waarvoor hij later beroemd werd. Als zevenentwintigjarige, toen de beslissing dus was gevallen dat hij schilder zou worden, ging hij in de leer bij Bertin, een classicistisch schilder. Onder zijn invloed schildert Corot landschappen die hij zoals Bertin stoffeert met bijbelse of mythologische onderwerpen. De zin voor klare opbouw van de compositie die hem hier wordt bijgebracht, blijft hem altijd bij. Met de financiële steun van zijn ouders en op aanraden van Bertin onderneemt Corot in 1825 een reis naar Italië waar hij 3 jaar zal blijven. Naast een bezoek aan het Noorden vertoeft hij vooral te Rome en in de campagna errond. Liever dan in musea rond te kuieren en klassieke sculpturen te kopiëren, schets hij in de vrije natuur. Deze schetsen zal hij later in zijn doeken verwerken. Terug in Frankrijk in 1828 vestigt hij zijn atelier te Parijs. Zo blijft het voortaan : de winter brengt hij door in zijn atelier en in de omgeving van Parijs, gedurende de zomer doorkruist hij Frankrijk, onderneemt ook verdere reizen o.m. naar Zwitserland, Holland, België. Ook Italië zal hij nog tweemaal bezoeken. Tussen de jaren 1828 en 1890 wijzen de titels van zijn doeken op interesse voor de Parijse omgeving, b.v. : voor Ville d'Avray waar zijn ouders een buitenverblijf bezitten, of Fontainebleau waar hij zo graag in de bossen rondzwerft. Dit geldt eveneens voor het hier besproken werk. Het onderwerp is een goed voorbeeld van wat onder intiem landschap dient verstaan : de belangstelling van de schilder geldt een vertrouwd klein aspect van de natuur. Het grootste gedeelte van het doek wordt ingenomen door steenblokken, op de achtergrond enkele bomen, een streep lucht. In het midden, vooraan, bevindt zich een gebogen personage, achteraan nog enkele figuren. In de compositie is, niettegenstaande een eerste indruk van willekeurig verspreide stenen op de voorgrond, toch een grote zin voor een vaste opbouw waar te nemen. Corot 'componeert' zijn landschap ; hierin sluit hij nog aan bij de classici, bij wie hij, zoals vermeld, zijn vorming kreeg. Bij het zien naar de vertolking van het onderwerp door de schilder, treft dadelijk dat het hem uiteindelijk niet te doen is om een realistische weergave. Corot vertrekt van de werkelijkheid, maar hij is romanticus en wil subjectieve gevoelens uitdrukken. 'Ik schilder zowel met mijn hart als met mijn ogen' zei de schilder. Overduidelijk wordt dit hier geïllustreerd : zijn liefde voor de natuur, zijn ontroering voor de schoonheid ervan gepaard met een zekere melancholie. Hij gaf niets om mondain gezelschapsleven maar verbleef het liefst in de natuur : zonsopgangen en -ondergangen, de weerspiegeling van het licht in het water, een lichte nevel als een geheimzinnige omhulling, allemaal aspecten die niet ophielden hem te boeien. 'Niet naar papa Corot zien maar naar de natuur' zei hij tot zijn leerlinge Berthe Morisot. Het was zijn wens zo onbevangen tegenover de natuur te staan als een kind. De op het voorplan schetsmatig aangeduide figuur tussen de verbrokkelde stenen geeft aan het werk een melancholische sfeer. Zo 'n personage komt dikwijls voor en is te belangrijk om alleen als stoffering te worden aangezien. In zijn tijd kreeg Corot wegens dergelijke schematische werkwijze de naam, zijn werken niet te voltooien. Later heeft men in dergelijke figuren dikwijls het zelfportret van de schilder menen te zien ; b.v. de in een bootje gezeten man met rode muts, in het zeer mooi doek : 'Brug te Mantes' (Parijs, Louvre). Deze eenzame figuren zijn een symbool van de geïsoleerdheid van de kunstenaar. Corot was vrolijk, goedaardig, maar begrip vond hij niet. Zijn familie toonde voor zijn zonderlinge, weinig zelfzekere houding, voor zijn schilderijen die niemand kocht, slechts ontgoocheling. Hij zou geen goede echtgenoot zijn, schreef hij in een brief toen zijn eerste amoureuse geschiedenis een slecht einde nam. Hij bleef vrijgezel ; over de diepere oorzaak is men het oneens. Ook de kritiek had tegenover zijn werk zeer lang slechts een minachtende houding. Dat onbegrip welk hem innerlijk vereenzaamde moest vanzelfsprekend uitdrukking vinden in zijn werk. Al deze stemmingen krijgen plastisch uitdrukking door middel van de techniek ; hierin karakteriseert Corot zich als een groot toonschilder ook genoemd valorist of Tonmaler. De toonschilder hecht, in tegenstelling met de kolorist, minder belang aan de kleur, maar werkt met toonwaarden, dit zijn gradaties van licht en schaduw in de kleur. Zo ontstaan zeer subtiele nuances in de tonen, hier b.v. goed na te gaan in de uitbeelding van de aarde. Wanneer Corot begint te schilderen is de eerste indruk dat het objekt op hem maakt van groot belang : l'émotion initiale. Zijn bekommernis bestaat erin die ontroering mede te delen. Hij gaat synthetisch te werk : het wezenlijke wordt met een paar lijnen weergegeven, dan brengt hij donkere en lichte partijen aan, waarna alles verbonden wordt met toonwaarden. Het werkje hier is bijna volledig opgebouwd rond de tonen van okerbruin en groen die vol subtiele nuances vervloeien en waarop de zeer lichte grijsblauwe lucht is afgestemd. Corot is terecht beroemd om de behandeling van de lucht, zo wordt b.v. in het werk 'Het toilet' een atmosferische lichtheid verkregen als gevolg van de transparente zilverkleurige tonen. Bij een juist gevoel voor harmonie in de toonverbindingen komt een zeer vlotte vrije penseeltrek, goed te volgen in het groen tussen de steenblokken, in de golvend zonnige aarde, in het vibrerend licht dat alles omtovert. Door deze zeer lichte wijze van schilderen en het grote belang dat gehecht wordt aan het bindende licht, wordt Corot als voorloper van het impressionisme beschouwd. Dit is nog duidelijker in zijn later werk, b.v. in het doek 'Monnik met cello' (Hamburg, Kunsthalle) van 1874, waar alles één licht-vibratie is en alle contouren worden verdoezeld. Corot was eveneens figurenschilder, deze werken echter kreeg gedurende zijn leven niemand te zien. Ook veel portretten zijn bekend. In die van kinderen wordt raak hun onschuld en oprechtheid weergegeven, b.v. de treurende jongen in 'Kind met grote hoed' (Parijs, Priv. Verzameling). Vooral leden van zijn familie hebben voor de portretten model gestaan, Corot schilderde er ontroerende portretten van, o.m. de dromerige kwetsbaarheid van zijn nichtje 'Octavie Sennegon' (Parijs, Priv. Verzameling), of de jeugdige frisse vitaliteit van een andere nicht 'Marie Louise Sennegon' (Parijs, Louvre). Gedurende zijn lang leven werkt de kunstenaar steeds met dezelfde eenvoud en oprechtheid. Ook de latere werken getuigen van zijn diepe levensliefde, zijn innige natuurgebondenheid en sensibiliteit. De roem die hem op het einde van zijn leven te beurt valt, verandert niets aan zijn levenswijze. Reeds lang welgesteld geeft hij niet om materieel bezit maar toont zich steeds vrijgeviger, ook tegenover jonge kunstenaars die hij graag helpt. Corot sterft op negenenzeventigjarige leeftijd te Parijs. Hij leefde en werkte steeds volgens één van zijn geliefde uitspraken : 'Confiance et Conscience'.