U bent hier

Hiëronymus Bosch - De Heilige Hiëronymus in gebed

Hiëronymus Bosch - De Heilige Hiëronymus in gebed
Hiëronymus Bosch (ca. 1450-1516) 'De Heilige Hiëronymus in gebed', Schildering op paneel, 81 x 61cm, niet gesigneerd, niet gedateerd, Museum voor Schone Kunsten, Gent.

 

Beide bij de aanvang van deze eeuw verworven door 'De Vrienden van het Museum', zijn het twee der allerbelangrijkste werken van Hiëronymus Bosch, 'De Kruisdraging' en 'De Heilige Hiëronymus in gebed' die thans de rechtmatige trots uitmaken van het Museum voor Schone Kunsten te Gent. 'De Kruisdraging' werd reeds in de eerste jaargang van 'Openbaar Kunstbezit' toegelicht door Prof. Valentin Denis.

 

Van het leven van Hiëronymus Bosch weten we niet veel af. Laten wij er alleen aan herinneren dat hij, geboren te 's Hertogenbosch omstreeks 1450 en in diezelfde stad in 1516 overleden, nauwelijks de jongere is van Hugo van der Goes en Hans Memling, tijdgenoot van Gerard David en Leonardo da Vinci, en niet zoveel ouder dan Quinten Metsijs en Barend van Orley. Alles wijst er op dat hij nooit zijn geboortestad verliet, stad waar hij, vermoedelijk in het atelier van zijn vader Anton van Aken zelf, tot schilder werd opgeleid.

 

Zijn voorstellingswereld, stijl en kleurentaal waren nochtans totaal nieuw en door niets in de schilderkunst van het einde der XVe eeuw aangekondigd. De Vlaamse en Hollandse meesters die hem voorafgingen, evenals zijn tijdgenoten schilderden immers allen volgens de middeleeuwse tradities, trouw de lessen van een Van Eyck of een Van der Weyden in praktijk brengend. Hun werk was een daad van devotie en bevatte vrome lering.

 

Hiëronymus Bosch daarentegen doet eerder beroep op de intelligentie dan op het gevoel, op het dogma eerder dan op de devotie, op de angst voor het kwaad eerder dan op de betrachting van het goede. Zonder zich van God af te keren, wendt hij zich toch bij voorkeur tot de schepping, tot de natuur, tot de mens van wie hij eerder de gebreken dan wel de deugden in beeld brengt.

 

En zo hij in zijn vroegste werk door een kennelijk streven naar treffende volume- en materieweergave nog dicht bij de primitieven staat, merkt men toch dat hij weldra deze betrachtingen verlaat en aan zijn composities en landschappen en aan alles wat ze leven doet, een totaal nieuwsoortig uitzicht verleent, onstoffelijk en behorend tot het rijk van de droom, indien niet tot dat van de nachtmerrie.

 

De vraag rijst hoe de schilder tot die onafhankelijke stijl en inspiratie was gekomen. Begaafd met een overstelpende verbeeldingskracht, had Hiëronymus Bosch het geluk geboren te worden en te werken in een provinciestad, contactpunt tussen de Nederlanden en het Duitse Rijk, ver weg nochtans van de grote centra en zelf zonder noemenswaardige kunstbedrijvigheid. Deze situatie werkte zonder twijfel het openbloeien van een œuvre in de hand, geheel vrij van vreemde of plaatselijke invloeden.

 

De kunstenaar schiep geniale werken door uitsluitend in zichzelf te schouwen en enkel uit de visioenen van zijn verbeelding de geest en de vorm van zijn voorstellingen te putten. Door het realisme verder door te drijven, voorbij de grenzen van het visuele, wekte hij de reeds in de oudere miniatuur- en beeldhouwkunst sluimerende aanwezige 'fantastische kunst' en kondigde aldus, zoals men het ook kan zien in zijn 'Kruisdraging' het surrealisme aan en werd hiervan een verre voorloper.

 

Met zijn diep religieuze inslag is het werk van Bosch vooral geïnspireerd te noemen door de XlVe eeuwse mystieken en in het bijzonder door Ruusbroec, van wie de schilder leerde in alles slechts symbolen te zien en alles in symbolen uit te drukken. Deze auteur bracht hem waarschijnlijk in aanraking met het thema der asceten Sint-Antonius, Sint-Hiëronymus en Sint-Aegidius - en vanzelfsprekend ging de voorliefde van de schilder dadelijk uit naar Sint-Hiëronymus - zijn patroonheilige.

 

Deze laatste, die geleefd heeft van 347 tot 420, werd meestal in zijn werkkamer afgebeeld bij het vertalen van gewijde teksten - zo deden het Dürer en Metsijs -ofwel, zoals hier, in zelfkastijding teruggetrokken in de woestijn bij Antiochië. Steeds ziet men in zijn nabijheid de leeuw uit wiens poot de heilige volgens de legende een doorn had verwijderd en die, getrouw en tam als een hond, de heilige uit dankbaarheid zelfs in het klooster was gevolgd.

 

Op het Gentse schilderij stelde Bosch zijn patroonheilige voor, in gebed in het binnenste van een grot op de grond uitgestrekt, met gesloten ogen mediterend over het crucifix dat hij in de armen houdt. De afgelegde mantel en kardinaalshoed wijzen er op dat hij afstand gedaan heeft van alle zelfgevoel en ijdelheid.

 

Bosch plaatste hem niet in de traditionele dorre woestijn maar wel midden in een symbolische en mystieke woestenij, van de rest van de wereld en van het gemakkelijke leven gescheiden door een opeenstapeling van monsterachtige rotsen en door een helse, behekste plantengroei, te midden van slijmerig ongedierte, kleverige reptielen en zich aan de bronnen der tovenarij lavende kikvorsachtigen.

 

Rondom de heilige niets dan symbolen van en toespelingen op het kwaad... Achter hem ligt, als een monster met opengesperde muil, een gevelde boomstronk, het beeld van de duivel, volgens het evangelie 'steeds op verslinden uit', een monster op welks takvormige hoornen een uil en een mees zijn gezeten, het beeld van de strijd tussen goed en kwaad. Voorts, vóór hem, drijvend op het stilstaand en verraderlijk water van een poel, een vreemdsoortige vrucht, een soort van wereldbol of enorme rode aalbes, hol, verscheurd en met doornen doorstoken, beloerd door de leeuw, ongetwijfeld het symbool van de overwinning door de biddende eremijt behaald op de wereld en de ketterij.

 

Een angstaanjagende boom, met in de verbeelding van de kunstenaar ontstane wanstaltige aanwassen - de boom des kwaads - domineert de schuilplaats van de heilige en draagt in zijn takken een enorm nest, waarin de wijfjesraaf een ei uitbroedt onder het waakzaam oog van de raaf, het middeleeuwse symbool van de verstokte zondaar. Maar hoe demonisch en weerzinwekkend al deze helse gewassen, behekste bloemen, verpeste wateren en kruipende, maar met diamanten, parels en flonkerende edelstenen bezette dieren ook mogen zijn, toch bewondert men onweerstaanbaar hun weergaloze plastische schoonheid.

 

Een door de houding van het hoofdpersonage beklemtoonde diagonale verdeelt de compositie in twee zones. De sombere en bewogen zone onderaan lijkt wel de ingang tot de hel: hier huizen kwaad en bekoring. De bovenste daarentegen raakt de hemel, en rust en landelijke kalmte straalt er van af, versterkt nog door de horizontaliteit der verschillende samenstellende onderdelen van dit zonnige landschap, dat, fel contrasterend met het rijk van duivels en kwaadstichters op de voorgrond, een hemelse projectie lijkt, duidelijk onderscheiden van de duistere chaos en een beeld vormend van zielevrede en gemoedsrust, zuiverheid van het geweten en van de overwinning door de heilige op de boze behaald door vasten, versterving en gebed. Hier ademt alles leven, een gezond leven vrij van verleiding en zonder ongeregeldheden, een beeld van een hervonden paradijs. In de schaduw van een dorpskerk, in de weiden, de velden en de wouden, op de wegen en op de heuvels, overal ziet men werkende en rustende boeren, neerhofdieren en het grazende vee, alles, zij het nagenoeg onzichtbaar voor het blote oog, levendig aangeduid en met de schittering van handig neergezette kleurtoetsen opgehoogd. Achter het dorp en de velden waarlangs een heldere en vredige rivier stroomt, doen de zich tot aan de horizont uitstrekkende groenende heuvels denken aan het land van Maas en Rijn rond 's Hertogenbosch of rond Nijmegen...

 

Bij al onze primitieven is het landschap doorgaans een geïdealiseerd gedachtenbeeld, zelfs als het realistisch is in de details. Soms lijkt het ongeloofwaardig met zijn Vlaamse gebouwen te midden van Italiaanse gebergten : slechts een theaterdecor, een achtergrond om de voorstelling mee af te sluiten. Bij Bosch echter worden alle scènes gesitueerd in een landschap van bij ons, dat deel heeft aan de voorgestelde handeling. Zelfs in zijn meest fantastische en imaginaire taferelen blijft het landschap reëel en integrerend deel van het onderwerp; het oog ketst er niet op af maar wordt door vernuftige gradaties naar de horizont geleid.

 

Door vertrouwde plekken in beeld te brengen verhoogde de kunstenaar niet alleen de waarachtigheid van zijn voorstelling maar tevens de overtuigingskracht van zijn lering, van zijn zedeles.

 

Compositorisch evenwicht, harmonie en schittering van het koloriet, poëzie van het landschap in contrastwerking met het visionaire voorplan, dat alles zijn kwaliteiten die 'De Heilige Hiëronymus in gebed' tot één van Bosch' volmaakste scheppingen maken. Door de geest die van dit werk uitgaat en de boodschap die er in ligt besloten, is het ook één van zijn meest karakteristieke.

 

Paul Eeckhout, Conservator van het Museum voor Schone Kunsten te Gent.