U bent hier

Het sterrenfestival van E.L.T. Mesens - Van ket tot wereldburger

E.L.T. Mesens, La Colomba, 1962, Collectie Verbeke Foundation, Kemzeke, C. Hersovici - Sabam Belgium 2013 - Foto Keystone Press Agency.

 

E.L.T. Mesens domineerde van op afstand het surrealisme in eigen land, liet die beweging opbloeien in Engeland, creëerde kunstverzamelingen op bestelling en collages voor het plezier. Mu.Zee in Oostende frist ons geheugen op en brengt een zomer lang deze unieke persoonlijkheid weer tot leven. 

 

 

de kunst van het ontmoeten

 

Edouard Léon Théodore, altijd samengebald tot E.L.T., Mesens (1903-1971) was een indrukwekkende verschijning: in helder goedzittend pak, minzaam glimlachend, met spottende ogen, als die van Harry Lime in Carol Reeds film The third Man, op wie hij treffend leek. Hij was dichter maar geen veelschrijver, een theoreticus evenmin; hij was beeldend kunstenaar zonder schilder te zijn. Hij was voor alles een begenadigd communicator, een netwerker avant la lettre. Ontmoetingen brachten een vruchtbare samenwerking teweeg, over de grenzen heen. De eerste stappen in de kunstwereld zet Mesens als componist. Het een brengt het andere mee. Zijn ontmoeting met Erik Satie (1866-1925) in Parijs leidt ertoe dat hij ook Francis Picabia (1879-1953) ontmoet en Tristan Tzara (1896-1963). De muzikale connectie ligt ook aan de basis van de ontmoeting met Theo van Doesburg (1883-1931), via zijn vrouw Nelly, een begenadigde pianiste. Zo ontdekt hij de merkwaardige persoon van Kurt Schwitters (1887-1948) en zijn totaal nieuwe benadering van het kunstwerk via toeval en banaliteit. 

 

Mesens ligt aan de basis van de samenstelling van de eerste surrealistische groep in Brussel. Samen met zijn vriend René Magritte (1898-1967) richt hij tijdschriften op met een sterk dadaïstische inslag (Œsophage, Marie). De Franse surrealisten rond André Breton (1896-1966) en Louis Aragon (1897-1982) en de Brusselse kerngroep rond Paul Nougé (1895-1967) en Camille Goemans (1900-1960) wijzen hem aanvankelijk af, maar draaien vlug bij. Er ontstaat een vruchtbare samenwerking tussen Parijs en Brussel, al even vlug verstoord door doctrinaire haarklieverij, waar Mesens zich meestal niet mee inlaat. Het tijdschrift Variétés van Paul-Gustave Van Hecke (1887-1967) – Pégé voor de vrienden – toont in een surrealistisch nummer de Belgisch-Franse samenwerking op haar best. Mesens is er de samenstelleer van; de ietwat gemakzuchtige Van Hecke laat hem graag begaan. In Variétés ontdekken we ook Mesens als beeldend kunstenaar: met collages en fotomontages. Twee van de voedingsbodems voor zijn latere productie; hij heeft immers nieuwe contacten gelegd: met Man Ray (1890- 1976) en met Max Ernst (1891-1976). 

 

 

uitdrager van het surrealisme

 

Mesens is ook kunsthandelaar geworden. De steun van Pégé en van zijn echtgenote modeontwerpster Norine (‘de Coco Chanel van het Noorden’) zijn daar niet vreemd aan. Mesens bewijst een wederdienst door driehonderd werken van Magritte op te kopen wanneer Van Heckes galerie over de kop gaat. 

 

Terwijl de geschiedenis van het surrealisme er een is van dissidenties en verzoeningen slaagt Mesens er in buiten schot te blijven. Zijn positie blijft onaangetast en voor iedereen is hij een gerespecteerd gesprekspartner. Ten bewijze: in 1936 organiseert hij een grote tentoonstelling van het surrealisme in Londen. De Fransen, Breton op kop, werken goed mee. Maar Mesens vergeet de Belgische connectie niet: Magritte krijgt een prominente plaats toebedeeld. Met enige verwondering ontdekken de Britten dat er ook een Engels surrealisme bestaat. Roland Penrose (1900-1984) gaat er voluit voor. Iemand als Henry Moore (1898-1986) zal er even aan nippen. Mesens stelt ook enkele collages tentoon. 

 

In 1937 verhuist Mesens naar Londen, sticht er een kunstgalerie en geeft de Britse surrealisten een stem met The London Bulletin. Andere wapenfeiten zijn het organiseren, met Roland Penrose, van de reizende tentoonstelling van Picasso’s (1881-1973) Guernica door Groot-Brittanië, als steun voor de Spaanse Republikeinen en de hulp aan Kurt Schwitters, die het in de oorlogsjaren niet onder de markt heeft: politiek vluchteling, aanvankelijk zelfs geïnterneerd, na zijn vrijlating totaal berooid en artistiek nietgeaccepteerd.

 

 

mesens en de collage

 

De vroegste collages van Mesens verschenen in het tijdschrift Variétés. Hij bleef het genre trouw beoefenen in zijn Londense jaren. Kwantitatief stelt de productie van die jaren niet zo veel voor. Het is pas in 1954 tijdens de Biënnale van Venetië dat het belang ervan tot hem doordringt. Het Belgisch paviljoen pakt uit met een thematentoonstelling rond Het Fantastische in de Belgische kunst van Bosch tot Magritte. Daar ziet hij dat enkele van zijn collages tentoongesteld werden, samen met oude gravures. Hij getuigt: “Het gaf mij echt een schok dat mijn papiersnippers die ik met engelengeduld had uitgeknipt en op andere stukjes papier had geplakt - zonder de minste symbolische bijbedoeling, wel integendeel - niet uit de toon vielen en dat ze de aandacht trokken evengoed als die zeer oude gravures.” Het is voor Mesens het signaal om zich intens op het vervaardigen van collages toe te leggen. Terwijl het vroege werk nog erg aan Max Ernst, en in mindere mate aan Man Ray schatplichtig was, vervagen die invloeden. Hij legt zich meer toe op het promoten van het alledaagse, het verheerlijken van het toeval. Die ingesteldheid roept herinneringen op aan de chaotische frisheid van de dadaïstische manifesten. Maar er is meer: het verzamelen van waardeloze stukjes bedrukt papier, zoals plaatsreserveringen in treincoupés, verknipte reclamefolders, willekeurige knipsels uit kranten. Mesens brengt ze samen, laat er kleuraccenten mee contrasteren, schept een schijnbare rust in een overigens zeer reële chaos. 

 

Hij verzamelt drukletters, niet uit de onderkast zoals de dadaïsten deden, wel geduldig uitgeknipt, in alle mogelijke kleuren, stijlen en formaten. Hij stelt er The world of plenty mee samen. Wie ongevoelig is voor woordspelingen in meerder talen mist de pointe, natuurlijk. 

 

 

de kunst van het benoemen

 

De humor in zijn titels herinnert aan de grollen die hij samen met Magritte uithaalde in hun tijdschriften van de jaren twintig. Zij waren alvast verantwoordelijk voor de rijke dosis humor eigen aan het Belgisch surrealisme, een fenomeen dat droogstoppels als André Breton nooit hebben kunnen smaken. Een vorm van irritatie hoort bij de surrealistische provocatie. Woordspelingen hoeven niet altijd even fijnzinnig te zijn: la dame au camée lia quoi?, of eerder fonetisch tête d’importun aperçue oh! oh! dundune, zij dragen bij tot een eigen sfeerschepping: nature morte avant la pose

 

Ondanks hun diversiteit, ondanks de branie van sommige titels (au repos des cubistes) stralen de collages van Mesens rust en intimiteit uit. Ligt het aan zijn voorkeur voor heldere kleuren, aan het veelvuldig gebruik van gouache en/ of kleurpotlood, zijn voorliefde voor bescheiden formaten, waardoor hij meer de indruk wekt aan huisvlijt dan aan kunst te doen? Ook die onbestemdheid hoort tot de surrealistische houding. Het neemt niet weg dat hij hierdoor een eigen stijl ontwikkeld heeft, waardoor zijn collages altijd meteen herkenbaar zijn. 

 

 

de kunstWereld aan zijn voeten

 

Het is evident dat een tentoonstelling over E.L.T. Mesens zich niet mag beperken tot zijn werk als beeldend kunstenaar. Mu.Zee wil recht doen aan zijn totaal kunstenaarschap. Daar hoort zowel zijn rol bij als animator van tijdschriften of kunstenaarsgroepen, als de bouwer van de beste tentoonstellingen rond Magritte of Picasso, als een van de herontdekkers van Kurt Schwitters, misschien zijn grootste voorbeeld. 

 

Chronologisch leren we zijn meervoudige gedaanten kennen, zien we hem de kunstwereld verkennen en op zijn discrete wijze beïnvloeden. De Brusselse ket, geboren binnen de vijfhoek en opgegroeid in Molenbeek, brengt de bezoeker in contact met een rijke caleidoscoop aan eersterangs kunstenaars zoals Frits van den Berghe (1883-1939), Man Ray, Joan Miró (1893-1983), Paul Klee (1879-1940), Constant Permeke (1886-1952), Pablo Picasso, Salvador Dali (1904-1989), René Magritte, Yves Tanguy (1900-1955), Paul Delvaux (1897-1994), Giorgio de Chirico (1888- 1978), Francis Picabia, Max Ernst, en niet te vergeten Kurt Schwitters en Marcel Duchamp (1887-1968). 

 

In de kunstwereld was zijn plaats nu eenmaal uniek: een grand seigneur bekleed met een vanzelfsprekende autoriteit, voor wie moeilijke karakters als Peggy Guggenheim (1898-1979), de tirannieke kunsttycoon, of Marcel Mariën (1920-1993), de eeuwige rebel, deemoedig het hoofd bogen. Hij had écht iets van Orson Welles (1915-1985).

 

 

Rik Sauwen

 


info

 

Tentoonstelling

 

Het sterrenfestival van E.L.T. Mesens (1903-1971)

Van 6 juni tot 17 november 2013

Open: dinsdag t.e.m. zondag van 10 tot 18 uur

Gesloten: maandag

 

Mu.ZEE

Romestraat 11

8400 Oostende

Tel. 059 50 81 18

www.muzee.be


OKV-archief

 

De mythologie van het alledaagse. Assemblage in België OKV, 1986, nr. 1

Magritte Museum Brussel OKV, 2009, nr. 3

www.tento.be