U bent hier

Het onzichtbare in beeld - Miniaturenreeks over Sarvavid Vairocana uit de MAS-collectie

Openbaar Kunstbezit Vlaanderen MAS Sarvavid Vairocana
De mediterende ziet voor zich hoe de overledene en alle levende wezens behoed worden voor slechte wedergeboortes dankzij zijn zuiveringsritueel. Papier, natuurlijke pigmenten, MAS, ANTWERPEN

 

Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz erkende op 22 augustus 2018 de in het MAS bewaarde reeks van 54 miniatuurschilderingen over de meditatie op de mandala van Sarvavid Vairocana als Topstuk van de Vlaamse Gemeenschap. Dit besluit onderschrijft de waarde van de vermoedelijk achttiende-eeuwse serie, die in Vlaanderen en wereldwijd als onmisbaar erfgoed wordt beschouwd. Elke miniatuur getuigt afzonderlijk van een hoge artistieke kwaliteit, maar het belang van de reeks schuilt vooral in haar coherentie en uniciteit.

 

De 54 afbeeldingen vormen samen een aanschouwelijke leidraad bij de meditatie op een mandala, een weergave van de kosmos die zowel de uiterlijke als de innerlijke wereld omvat. De opeenvolgende miniaturen tonen hoe de hoofdfiguur, een jonge monnik, mediteert op het kosmische diagram waarin de transcendente god Sarvavid Vairocana centraal staat. Vairocana, de alziende en alwetende belichaming van het onmetelijke licht, is de belangrijkste van de vijf transcendente of dhyani boeddha’s. De aardse boeddha’s gelden als de incarnaties van deze transcendente figuren.

 

Het in de schilderingenreeks afgebeelde meditatieritueel steunt sterk op een visualisatieproces. Bepaalde beelden, zoals voorstellingen van de eenwording met Vairocana en taferelen uit het leven van de Boeddha, worden hierbij achtereenvolgens voor de geest geroepen. De praktijk vereist bovendien ingewikkelde rituele handelingen, zoals het reciteren van spreuken of mantra’s en specifieke handgebaren of mudra’s. Enkel wanneer de mediterende zich strikt aan deze voorschriften houdt en voldoende verbeeldingskracht aan de dag legt, kan hij de tantrische verlichting bereiken. De visualisatietechniek is karakteristiek voor het esoterische vajrayana of Tibetaans boeddhisme.

 

In Tibet wordt Vairocana tot op de dag van vandaag geëerd door de meditatie op zijn mandala en de visualisatiepraktijk op de godheid. Het ritueel wordt er vooral voltrokken als zuivering na een overlijden om de dode naar een hoger bewustzijn of de verhoopte verlichting te begeleiden. Deze meditatieve reiniging sluit aan bij de eeuwenoude Sarvadurgatiparisodhanatantra, het zogenaamde Handboek bij de zuivering van alle slechte wedergeboorten. Dit geschrift heeft aanzienlijk bijgedragen tot het huidige inzicht in de miniaturenreeks, die niet van titels of tekst voorzien is.

 

Een nadere lezing van het Handboek bij de zuivering van alle slechte wedergeboortes heeft recent het opdelen van de serie schilderingen in zes samenhangende groepen mogelijk gemaakt. In de eerste negen miniaturen maakt de protagonist zich klaar voor de meditatie op Vairocana. Deze eerste stap gaat gepaard met eerbetuigingen, offergaven en verschillende voorbereidende handelingen en oefeningen. Een tweede groep, zeven afbeeldingen rijk, toont hoe de mediterende de mandala van Vairocana mentaal reconstrueert. De kosmische constellatie met de godheid als middelpunt neemt hierbij de vorm aan van een paleis. De mediterende verbeeldt zich vervolgens hoe hij Vairocana’s centrale positie in de mandala inneemt. De derde cluster telt dertien miniaturen. Deze groep toont hoe het hoofdpersonage Vairocana’s goede kwaliteiten en eigenheden adopteert. Hiertoe moet hij zich in gedachten vereenzelvigen met de god. De vierde verzameling,die negen  schilderingen verbindt, toont hoe de mediterende scènes uit het leven van de Boeddha oproept. De daaropvolgende zeven miniaturen vormen de vijfde groep. Deze brengt de eenwording van de mediterende met Vajrasattva, de Oerboeddha, in beeld. De laatste groep omvat negen schilderingen. De protagonist zit voor de zuidelijke poort van Vairocana’s paleis, zijn kosmische verblijfplaats. Het lichaam van een overledene wordt er neergelegd en de mediterende voltrekt het zuiveringsritueel om de dode te behoeden voor slechte wedergeboortes. Hoewel het onmiskenbaar om een coherente reeks miniaturen gaat, bestaat er nog steeds twijfel over haar volledigheid. In het vajrayana wordt 108 beschouwd als een heilig getal. Het is dus geenszins ondenkbaar dat ook aan de helft van 108, 54, een bijzondere betekenis wordt toegeschreven. Toch doet de complexiteit van de visualisatiepraktijk op Sarvavid Vairocana vermoeden dat er een aantal afbeeldingen ontbreken. Bepaalde stadia in het meditatieve proces zijn immers opgedeeld in verschillende gedetailleerd weergegeven stappen, terwijl andere klaarblijkelijk een beknoptere behandeling krijgen.

 

Uniek op cultuurhistorisch en artistiek vlak

De Vlaamse scheutist Rafaël Verbois (1885-1979), die van 1910 tot 1939 actief is als missionaris in China, speelt een sleutelrol in de overdracht van de miniaturenreeks naar Antwerpen. Pater Verbois’ diepgewortelde interesse in het boeddhisme en de lokale cultuur drijft hem ertoe een rijke collectie artefacten, objecten en foto’s aan te leggen tijdens zijn missieverblijf. De nauwe banden die hij erop nahoudt met de plaatselijke monnikengemeenschap zijn hierbij een noemenswaardige hulp. De miniaturen krijgt hij van een monnik van het klooster van Wangzimao, in de voormalige Chinese provincie Jehol. De monnik doet afstand van de reeks, die hij voordien in zijn cel bewaard heeft, wanneer hij naar Tibet vertrekt om er hogere studies aan te vatten. In 1977 verkoopt een bijna negentigjarige Verbois de serie op zijn beurt aan de Vriendenvereniging van het Etnografisch Museum Antwerpen. De reeks wordt daarop aan het museum geschonken. Na de sluiting van het Etnografisch Museum Antwerpen in 2009 neemt het MAS de verzameling van de instelling op.

 

Deze informatie maakt het, ondanks haar schaarsheid, mogelijk enig licht te werpen op de obscure ontstaanscontext van de reeks. Het in 1707 door Mongoolse prinsen opgerichte klooster van Wangzimao fungeert tijdens haar bestaan als familietempel. Wellicht gaat de opdracht tot het maken van de miniaturen uit van een van de prinsen. In dit oorspronkelijke kader doen de afbeeldingen vermoedelijk dienst als een visueel hulpmiddel bij zijn onderricht. De schilderingen vergemakkelijken de overdracht van het ingewikkelde en uitvoerige Tibetaans boeddhistische meditatieritueel op Vairocana. In principe wordt de stapsgewijze opbouw van een meditatieproces echter nooit in beeld gebracht. Gewoonlijk draagt een lama, een geestelijke leraar, het ritueel mondeling of schriftelijk over aan een monnik of een ingewijde leerling. Er is vooralsnog slechts een ander manuscript bekend dat zowel een stilistische als een thematische verwantschap vertoont met de Antwerpse serie. Dit manuscript, het Zhenchan neiyin dunzheng xuning fajie jingang zhijing of Vajra-wijsheidshandboek van de diepe meditatie, behoort tot de verzameling van het National Palace Museum in Taiwan. Volgens een opschrift dateert het verluchte handschrift uit 1428.

 

Deze wetenschap verklaart nog niet ten volle het unieke karakter van de schilderingen. Ook als artistieke vrucht van de uitwisseling tussen drie culturen bewijzen ze hun waarde. De Chinese esthetiek en de Tibetaans boeddhistische iconografie van de serie staven de aanname dat de afbeeldingen worden vervaardigd in een Chinees atelier onder het strikte toezicht van een Tibetaanse lama. De Mongoolse gebruikerscontext indachtig, maakt dit de miniaturenreeks tot het ongeëvenaarde voortvloeisel van de kruisbestuiving tussen de Chinese, de Mongoolse en de Indo-Tibetaanse cultuur.