U bent hier

Emile Claus in het MSK Gent - De boer op met Claus & Co

Emile Claus, Meisjes in het veld, 1892, pastel op papier, 71 x 53 cm, Museum voor Schone Kunsten, Gent @ MSK GENT

 

De nieuwe lente brengt een nieuwe tentoonstelling in het MSK Gent. Emile Claus en het landleven confronteert de meester van het 'luminisme' met tijdgenoten die zich door hetzelfde thema lieten inspireren.  

 

 

EEN THEMATISCHE CLAUS ALS PRIMEUR 

 

Emile Claus (1849-1924) is levenslang een publiekslieveling gebleven. Ook bij collega's lag hij goed in de markt. Hij was vlot in de omgang, spiritueel en minzaam. Geboren observator en voortreffelijk communicator: bij kunstenaars ligt die combinatie niet voor de hand. In het Museum voor Schone Kunsten van Gent was hij zowat kind aan huis en enkele van zijn mooiste werken maken deel uit van de vaste collectie. Dit museum brengt nu de tentoonstelling Emile Claus en het landleven om de meester van het 'luminisme' eens vanuit een andere invalshoek te benaderen. Anders uitgedrukt: Claus in confrontatie met tijdgenoten die hetzelfde thema belicht hebben. Zal hij ons nu weer weten te charmeren? En zal die charme ook afstralen op zijn collega's? 

 

Curator Johan De Smet is er niet op uit om van de tentoonstelling een 'Claus-festival' te maken, noch een herhaling van de grote retrospectieve van 1997 in het PMMK te Oostende, waar uitzonderlijk veel schilderijen, groot en klein, te bewonderen vielen. "Het waren er toen misschien wel een paar te veel," stelt hij achteraf vast, "en het is niet echt zinvol weer eens hetzelfde te doen. Het thema van het landleven, inclusief een confrontatie met tijdgenoten biedt perspectieven die verrassend genoeg totnogtoe amper aan bod gekomen zijn."

 

Het uitgangspunt is de aanwezigheid van het plattelandsleven in het werk van Claus, waaruit moeiteloos een zestal thema's werd gedistilleerd. In tweede instantie werd dan uitgekeken naar hetgeen tijdgenoten, en vooral geestesgenoten hiermee aanvingen. Resultaat, een compacte selectie van honderd veertig werken, die minder voorspelbaar uitvalt dan men a priori zou denken. Dan mogen thema's zoals het dorp, de rivier, de winter, het veldwerk of sociale typeringen - een term die minder stigmatiserend is dan hetgeen vroeger als boerenkoppen werd bestempeld - voor de hand liggen, de gehelen die zo ontstaan scherpen toch de aandacht. Johan De Smet: "Het is heel plezierig werken, omdat een aantal zaken zeer helder naar voor komen. Zoals de iconografische benadering van het onderwerp, die dicht aanleunt bij de fotografie. De verwantschap met de foto's van Léonard Misonne is opvallend, maar niet enkel bij Claus, ook bij Constantin Meunier of bij Louis Pion." 

 

Het is opvallend hoezeer Claus het onderwerp als neutraal observator benadert, zonder morele noch didactische bijbedoelingen. Anderen zijn meer geneigd een boodschap mee te geven, bij de ene al meer nadrukkelijk dan bij de andere. 

 

 

L'ART SOCIAL OF L'ART POUR L'ART 

 

Johan De Smet: "Claus stond dichter bij het onderwerp omdat hij zijn eigen omgeving, bijna zijn eigen milieu, in beeld bracht. Hij was geen boerenzoon, maar hij was op het platteland opgegroeid, terwijl de meeste andere kunstenaars uit de stad kwamen. Voor hen was dit een vreemd milieu, iets exotisch, voor Claus was het alledaags en zo stelt hij het ook voor." 

 

Bij Léon Frédéric of Constantin Meunier, in mindere mate bij Henry Van de Velde of Willy Finch, hangt er in de buitenlucht een beergeur à la Gezin Van Paemel, een aanklacht tegen hard labeur en sociaal onrecht. "Dat ligt in de lijn van Edmond Picards pleidooi voor l'art social tegen l'art pour l'art," stelt Johan De Smet: "Claus stapt niet mee in dat discours. Je zou hem eerder met het laatste associëren, maar stelling neemt hij niet."  

 

Meisjes op blote voeten lopen langs een gouden korenveld. Met een zeker sérieux dragen zij hun klompen tegen de borst gedrukt. Het linker meisje inspecteert trouwens of er niets scheelt met de riem van een van de klompen. Een mooi tafereel, in helder tegenlicht, waar geen zweem van aanklacht noch verheerlijking te bespeuren valt. Zijn het misschien dezelfde meisjes die wij in een ander beroemd schilderij als communicanten uit de kerk zien komen? Ook hier wil Claus geen inleving met zijn onderwerp betonen. Je kan redelijkerwijs aannemen dat de meisjes een mooie dag beleven. Best mogelijk, maar voor de schilder zijn het twee heldere verschijningen, die door een speling van de laaghangende zon onwaarschijnlijk lange, gebroken schaduwen op een muur werpen. Ook dat is merkwaardig, en herkenbaar.  

 

 

DE LEIE, NATUURLIJK 

 

Keer op keer brengt Emile Claus dat ene niet zo lange deel van de loop van de Leie in beeld, jaar in jaar uit. Johan De Smet: "De rivier bekleedt een aparte plaats in de ervaringswereld van de plattelandsbewoner. Het is dikwijls de verste grens van zijn biotoop. Wat ligt er achter de bocht, stroomafwaarts of stroomopwaarts, hij maakt er zich niet druk over." Enkel de avontuurlijke geest zal het uitzoeken en zodoende vervreemden van de gesloten gemeenschap. 

 

Claus gaat niet tegen die denkwijze in. Hij geeft ze weer, zonder meer. De andere oever wenkt en, ondanks het veerpontje, wordt zij maar zelden betreden.  

 

Meer nog, de overkant is dikwijls een andere wereld. Zoals in dat prachtig schilderij De picknick waarin dorpelingen, half geamuseerd, half onbegrijpend, kijken naar een groep stedelingen die hun luxueus pleziervaartuig verlaten hebben en zich op de andere oever vermaken. Aan deze kant, dorpelingen liggend of staand in het hoogopgeschoten gras, aan de overkant elegante stedelingen slenterend over zorgvuldig getrimd gazon of zittend rond een tafel met kraakwit kleed. Het is een tafereel waarin twee werelden naast elkaar leven. Het water dat hen scheidt is te diep en dat heeft haast iets geruststellends. Van aanklacht geen spoor te bekennen, enkel rake observatie. 

 

Dit en andere incidenten doorbreken de routine: een boot die voorbijvaart of door haast expressionistisch voorovergebogen lichamen wordt gesleept. Een banaal gegeven zoals het oversteken van de rivier door een halfgewillige kudde koeien geeft aanleiding rot een schitterend werk. Van de gestreste beesten, half wadend, half zwemmend, is alles te verwachten en dat geeft de compositie weer. Geen spiegelgladde Leie zoals zij meestal wordt voorgesteld, maar een klotsende, borrelende poel; aan de oppervlakte een aantal logge ruggen en gehoornde koppen en dat alles in contrasterende, dikaangezette accenten weergegeven. Alleen in de achtergrond komt alles terug tot rust. De Leie stroomt majestueus de bocht om; koeien op de oever zijn alle commotie vergeten.

 

Het tafereel wordt van op het water weergegeven. De schilder staat recht in het schuitje van de koewachters; het jongentje naast hem is er niet helemaal gerust in. In werkelijkheid ging aan dit schilderij veel studiewerk vooraf, grotendeels op het water, met alle moeilijkheden van dien. En ja, Claus de causeur heeft echte en vermeende incidenten in dit verband tot ware indianenverhalen aangedikt. Het werden de anekdotes die iedereen wat graag wilde horen en die, onder meer door Cyriel Buysse, werden vastgelegd. 

 

Uiteraard is het landschap het thema dat alle andere overspant. Zelfs het tafereel waar twee mannen fuiken in de rivier aan het inspecteren zijn dient zich aan als een Leiezicht waarin een rij knotwilgen de compositie domineert, ondanks de aanwezigheid van het vissersbootje als horizontaal accent op de voorgrond. Ook in het populaire doek De Ijsvogels ligt de klemtoon op de bevroren rivier. De schaatsers zijn een herkenbare aanvulling. Maar de ijspret waarvan je kan aannemen dat die onlosmakelijk met het thema verbonden is, van Avercamp tot Spilliaert en Ensor, komt hier niet aan bod. Gek genoeg, zijn de verkleumde figuren niet aan het schaatsen, zij verlaten stuk voor stuk het ijs. Het is alsof de schilder te laat gekomen is! 

 

 

CLAUS & CO 

 

Je vraagt je af wat de confrontatie met andere artiesten meebrengt. Er is heel wat meer Claus in hen te vinden dan op het eerste gezicht blijkt dat er heel wat meer Claus in hen te vinden is. Soms houdt dit gewoon verband met het onderwerp dat zichzelf opdringt. Een lichtweerkaatsing op de Leie, een expressieve bocht in de rivier, avondlicht over de velden, het laat je als schilder niet onverschillig. 

 

Bovendien treffen wij in de tentoonstelling sterk verwante geesten aan, zoals Théodore Verstraete, Albert Baertsoen of Georges Buysse. Altijd een plezier om hen naast Claus enthousiast met het licht te zien spelen. Maar het is ook boeiend te zien wat mensen met een andere achtergrond, zoals Jan Toorop of de oersymbolist William Degouve de Nuncques, ervan maken. Zelfs de intimist Georges Lebrun laat zijn reserve varen en wordt even een Leieschilder. 

 

Een echte verrassing is de aanwezigheid van de Amerikaan Robert-Hatton Monks, die uit bewondering voor Claus helemaal uit Parijs naar Deurle komt om ter plaatse dezelfde onderwerpen te schilderen. 

 

Als de tentoonstelling één misvatting rond Emile Claus rechtzet, dan is het wel dat het landleven als thema met het vroege, meer realistisch oeuvre samenvalt. Er zijn voldoende 'luministische' doeken aanwezig om die stelling te ontzenuwen. Het boerenbestaan maakte deel uit van zijn leefomgeving, net als de bomen en het water van zijn Leiekronkel. Het is een kleine wereld die hij met warmte heeft vastgelegd, een gevoel dat hij bij velen blijft opwekken. De kunstenaars zijn hem alvast daarin gevolgd en het publiek heeft de boodschap moeiteloos begrepen.

 

Rik Sauwen 

 


INFO

 

Emile Claus en het landleven

Van 21 maart tot 21 juni 2009

Open: dinsdag t.e.m. zondag van 10.00 tot 18.00 uur

Gesloten: maandag

 

MSK Gent

Citadelpark

9000 Gent Tel.

09 240 07 00

www.mskgent.be