U bent hier

De mozaïeken van de Mardasson te Bastogne - Gebed voor een communist

De mozaïeken van de Mardasson te Bastogne
Fernand Léger, mozaïek voor de katholieke kapel (detail)
 
 
Op de hoogte van de Mardasson, een steenworp verwijderd van het centrum van Bastogne, prijkt het stervormig herdenkingsmonument van de slag van de Ardennen . Op de rand van een sierperk wijst een wit bordje naar een crypte die haast niemand bezoekt en dat is jammer. Want wie de trappen afdaalt, staat oog in oog met wellicht het best bewaard geheim van de Ardennen: drie kleurrijke mozaïeken van Fernand Léger (1881-1955).
 
 
 
EEN OORLOGSVERLEDEN, EEN ZEGEN?
 
 
In Bastogne zijn de gebeurtenissen van de winter 1944-1945 tot in den treure gekend. Zij laten zich inderdaad vereenvoudigen tot een goedkoop scenario met een happy end. De omsingeling door de aanstormende Duitse legers, het kleurrijk antwoord van de plaatselijke Amerikaanse bevelhebber op het Duitse ultimatum (het kernachtig 'Nuts'; de letterlijke vertaling is niet de juiste, wel de vulgaire connotatie ervan), het doorbreken van de belegering door de flamboyante generaal Patton en de hevige gevechten tot halfweg januari 1945; het sprak wel tot de verbeelding. Geen wonder dat de Amerikaanse vraag om de bloedige slag op passende wijze te herdenken hier meteen een gunstige voedingsbodem vond.
 
 
Het project werd met verbazende snelheid uitgevoerd. Tussen het uitschrijven van de architectuurwedstrijd in 1946 en de inhuldiging van het gedenkteken verliepen er slechts vier jaar. Het hadden er zelfs drie kunnen zijn, maar de bouw van een crypte zorgde voor extra inspanningen. Deze was in het bekroond ontwerp van de Luikse architect George Dedoyard niet voorzien. Tijdens de werkzaamheden werd het project bijgewerkt, op uitdrukkelijke vraag van de Amerikaanse ambassade die daarmee inging op een verzoek van de nabestaanden van de gesneuvelde militairen. De godsdienstige ondertoon in deze context is in de Angelsaksische wereld sterker aanwezig dan bij ons. Vermits het monument op de rots gebouwd werd, zou het een te gevaarlijke onderneming geweest zijn om het te ondergraven met een crypte waarop het niet voorzien was. Dedoyard heeft ervoor gekozen om in de helling naar de stad toe, vlak voor het monument, een deel van de heuvel weg te graven. De term graven is hier misleidend. Er waren driehonderd vijftig springladingen nodig om ruim drieduizend kubieke meter rots te verwijderen. De vrijgekomen ruimte werd dan overwelfd. De indruk van de krocht onder het monument bleef behouden en bovendien is de losstaande crypte van buitenaf niet zichtbaar. Van daar ook haar relatieve onbekendheid.
 
 
De Amerikaanse wens zorgde niet meteen voor geestdrift bij de initiatiefnemers, maar Dedoyard, die ook al voor de wereldtentoonstelling van 1930 te Luik gewerkt had, wist hoe hij met lastige opdrachtgevers moest omspringen. Hij vond moeiteloos in zijn Luikse vriendenkring de nodige sponsors, waardoor de bouw van de crypte het budget van het project niet kwam verzwaren. Zo kreeg hij dus ook de vrije hand om een bevriend kunstenaar met de inkleding van de kapel te belasten. Hij koos voor Fernand Léger, een uitgesproken modernist die echter altijd het figuratieve is trouw gebleven.
 
 
 

LÉGER ALS VOLKSE VREDESACTIVIST

 
 
De crypte is opgevat als een oecumenische gebedsruimte voor katholieken, protestanten en joden. De inkleding is tot een minimum herleid: drie onversierde stenen altaren met daarachter een waaiervormige mozaïek. Alles krijgt natuurlijk kleur en zin door de frisheid van Légers beeldentaal. Het is ook duidelijk voelbaar dat de kunstenaar datgene uitbeeldt wat hem het meest aanspreekt, zonder hoogdravend discours. Militaire symbolen ontbreken helemaal en de verwijzing naar de godsdienst is ook vrij summier, maar herkenbaar: een kruis bij de katholieken, een opengeslagen bijbel bij de protestanten en een zevenarmige kandelaar bij de joden. Léger grijpt vooral terug naar de oorspronkelijke intentie van zijn opdrachtgever. De crypte is er gekomen op verzoek van de weduwen van de gesneuvelden. Op die vrouwen zal hij de klemtoon leggen. Ook de manier waarop hij die weduwen uitbeeldt wijkt sterk af van de traditie van door verdriet verteerde, in rouwkleren gehulde figuren. Zijn vrouwen zijn sereen, ingehouden, maar toch niet emotieloos. Hun kledij is alledaags, modieus zonder overdrijving. Enkele onder hen zien wij de armen strekken, reikend naar het ongrijpbare in de achtergrond. Zo merken wij dat die armen meestal bloot zijn en dat shockeert niet. Twee figuren houden een tak in de hoogte, een olijftak wellicht. De symboliek van het geheel wordt zo iets duidelijker: een oproep voor vrede. De vrouwen treuren niet, zij zijn dankbaar. Dankzij de gesneuvelde soldaten leven zij in een wereld die vrede kent.
 
 
Stilistisch zijn de mozaïeken van de Mardasson typerend voor Léger. De klemtoon ligt op de menselijk figuur, een beetje plomp en vereenvoudigd weergegeven, als een soort verwijzing naar de naïeve kunst van Douanier Rousseau die hij bewonderde. De contouren zijn sterk beklemtoond. Léger kleurt niet binnen de lijntjes. Hij werkt eerder met kleurvelden, stralen en wolken die maar zelden met de voorstelling samenvallen. Dat hierbij een gezicht rood, wit of groen gekleurd is, vindt hij niet ongewoon. Integendeel, hij heeft het zelf ervaren, vertelt hij. Tijdens de oorlogsjaren verbleef hij in New York. Terwijl hij daar op een avond met iemand op straat stond te praten, zag hij hoe door de  inwerking van de lichtreclames het gelaat van zijn gesprekspartner voortdurend van kleur veranderde: groen, helrood, wit, zonder dat de conversatie erdoor verstoord werd.
 
 
In twee van de drie mozaïeken werkt hij hoofdzakelijk met stralen die hij waaiervormig achter de altaarsteen laat uitkomen. Binnen het kleurenvlak weert hij elk effect, geen dégradé, geen schaduwen. Ook dat is typisch Léger, net als de voorliefde voor primaire kleuren. Toch werken die kleurvlekken niet verstikkend; er zit speelsheid in het koloriet. En dat heeft veel te maken met de manier waarop de mozaïektechniek hier toegepast werd. De steentjes zijn van ongelijke grootte en niet uniform geglazuurd. Sommige zijn glad en blinkend, andere mat en ruw. De vorm is grosso modo vierkant, niet gekalibreerd, niet helemaal identiek van kleur. Grote en kleine, regelmatige en onregelmatige steentjes zijn lukraak door elkaar gebruikt. Het effect is een soort rusticiteit die erg goed aansluit bij zijn gewild primitief idioom. Fernand Léger, de schilder van de gewone man, en vrouw.
 
 
 

DE SCHOK VAN HET NIEUWE

 
 
Zoals te verwachten was, kreeg de crypte heel wat kritiek te verduren. Verrassend genoeg sloeg die niet op de moderniteit van Légers concept. Zelfs de figuur Fernand Léger bleef buiten schot. Légers inbreng stak alvast schril af tegen de stijl die in de overige godsdienstige gebouwen in het wederopbouwgebied gehanteerd werd. Daar was een verlate vorm van Art Deco nog altijd troef. Zijn realisatie past in de geest van moderne religieuze kunst van kunstenaars zoals Matisse, Cocteau, Foujita, Chagal, en natuurlijk Le Corbusier met wie Léger graag heeft samengewerkt. Ook scheen er niemand aanstoot aan te nemen dat de kunstenaar een notoir communist was. Misschien zagen de criticasters hierdoor de link over het hoofd met de oproep tot wereldvrede waarin de communisten het voortouw genomen hadden, met Picasso's vredesduif als meest populair symbool. Het probleem lag niet op het ideologisch vlak.
 
 
De plaatselijke pers had het moeilijk met Légers voorstellingswijze. In L'Avenir du Luxembourg zeurt journalist Jean Paysan over het feit dat de kleuren niet met de vlakken samenvallen. De figuren doen hem denken aan primitieve Amerikaanse kunst en die sneer is een ongewild compliment, gelet op het prestige van de muralistenkunst van Diego Rivera die Léger ongetwijfeld in Amerika moet gezien hebben. Dat één van de figuren ruggelings wordt afgebeeld is ongehoord, en dan die "kleverige haardos die nooit door de kam van de beschaving werd aangeroerd", een gruwel.
 
 
De grootste tegenstander van de crypte is nochtans de plaatselijke deken. Voor hem is het ongehoord dat er drie godsdienstbelevingen vertegenwoordigd zijn. Enkel de katholieke is toelaatbaar. Wanneer hij hier zijn gram niet haalt, zet hij alles in het werk om het katholiek altaar de ereplaats te laten geven, namelijk in het midden. En zo geschiedt: het katholiek altaar in het midden, links het protestants en rechts het Israëlitisch. Tevreden? Neen, nog niet. In Légers ontwerp is de symboliek niet nadrukkelijk genoeg. Daarin heeft de priester, voor wie het overigens enkel over het katholiek symbool gaat, een punt.
 
 
Zo bekomt hij dat het kruisbeeld groter wordt dan oorspronkelijk gepland en, als enige, in brons voor de mozaïek wordt geplaatst. Léger, de minzaamheid zelve, maakt geen bezwaar. En dan verstomt de kritiek. Alle rekeningen worden immers door de sponsors betaald, door Dedoyards Luikse vrienden.
 
 

 

ONDER DE GROND EN ACHTER SLOT

 
 
De crypte is spijtig genoeg niet vrij toegankelijk. Enkel bij bijzondere gelegenheden gaat het zwaar hek waarmee zij is afgesloten open. De bezoeker moet zich tevreden stellen met een blik van op afstand. Het plaatsen van een tijdschakelaar zou al veel goed maken. Het afsluiten heeft nochtans een heilzame uitwerking want ook hier slaat vandalisme toe. Ongelooflijk maar waar. De zware bronzen plaat in het midden van de kapel is een replica. De oorspronkelijke werd ontvreemd, net als het bronzen kruis dat eveneens vervangen moest worden. Souvenirjagers zijn er in geslaagd om enkele mozaïeksteentjes los te peuteren. Ook die schade werd hersteld. Maar zonder het hek met zwaar hangslot zou in die misplaatste piëteit wellicht het grootste gevaar schuilen.
 
 
Voor het overige hebben de mozaïeken hun eerste zestig jaren goed doorstaan. Dit is vooral te danken aan de vakkennis van architect Georges Dedoyard.
 
Tussen de rotswand en de crypte heeft hij een spouw gelaten. Hierdoor blijven de binnenmuren en de mozaïeken van vochtinwerking gespaard. Vooral bij helder weer schitteren de glazuursteentjes, alsof ze net geplaatst werden. Aan frisheid en directheid heeft Légers boodschap niets ingeboet. Een log hekwerk van brons en smeedijzer kan dat plezier niet vergallen, een plezier voor de fijnproever.
 
 
Rik Sauwen /Foto's: Stad Bastogne
 

INFO

Wie de crypte van de Mardassen wenst te bezoeken kan de sleutel van het hekwerk bekomen bij Mireille Mathieu van de Service Communication van de stad Bastogne, rue du Vivier 58, 6600 Bastogne, tel. 061 240 965 

http://www.bastogne.be 


AFBEELDINGEN:

(De afbeeldingen zelf zijn te vinden in het PDF-document)

 

  • Fernand Léger, mozaïek voor de katholieke kapel (detail)
  • George Dedoyard, monument voor de slag van de Ardennen op de hoogte van Mardasson
  • Fernand Léger, mozaïek voor de katholieke kapel
  • Fernand Léger,mozaïek voor de joodse kapel
  • Fernand Léger, mozaïek voor de protestantse kapel