U bent hier

De installaties van Lieve Van Stappen - Levende herinnering

Lieve Van Stappen - foto: Saskia Vanderstichele

 

Vlakbij het Gentse Sint-Pietersstation heeft Lieve Van Stappen in het achterland van een residentiële wijk een optrekje gevonden dat mogelijkheden biedt. Een gewezen keramiekbedrijf met woonst en zelfs een duiventoren, een restant van een vroegere abdij wellicht. Een beetje van de wereld weg en er toch middenin. 

 

 

LEGE OGEN 

 

Lieve Van Stappen (°1958) studeerde schilderkunst bij Gaspard De Vuyst in Sint-Lukas Gent. Ze houdt goede herinneringen over aan deze bijzonder beminnelijke man zonder pretenties, maar met een grote liefde voor de schilderkunst. Hij was zeer begaan met en had een groot respect voor zijn studenten, een vaderlijke bezorgdheid en belangstelling.

 

Via allerlei workshops en cursussen heeft ze het glasblazen en andere technieken met glas onder de knie gekregen. "Ik deed daar dan dingen die ze echt niet graag hadden, werken met glasscherven bij glas in lood bijvoorbeeld. Ik pas niet in dat beperkte wereldje van de glas-in-lood-kunstenaars. Ik zie me zelf eerder in de wereld van de beeldende kunst en ik gebruik voor mijn werk het materiaal dat ik nodig acht. Soms is dat glas."

 

Na de studies was het zaak om te overleven. Ze werkte in de weekends bij DHL om tijdens de rest van de week haar ding te kunnen doen. Ze heeft het tien jaar op die manier uitgehouden. "Gelukkig had ik een stevige rug. Het is zwaar, gevaarlijk en stresserend werk. De maandag kon ik niets doen." Het viel haar op hoeveel filosofen en kunstenaars daar werkten omwille van die formule. 

 

In die periode bereidde ze haar expositie Empty Eyes (1999) voor. Ze is er ruim drie jaar mee bezig geweest. Ze wilde die tentoonstelling namelijk enkel en alleen in de kapel van het Campo Santo te Sint-Amandsberg brengen, in die ruimte en geen andere. (Het is duidelijk: Lieve weet wat ze wil.) Empty eyes is een uitdrukking die gebruikt werd door hulpverleners in ex-Joegoslavië voor meisjes en vrouwen die dermate veel hadden meegemaakt dat hun blik uitgeblust was, naar binnen gericht. "Er gebeurde daar, met hen, in hen, van alles en tegelijk niets: het mensenleven is te kort om alles te laten slijten," schrijft Marc Ruyters in de catalogus. 

 

In het Campo Santo palmt ze met haar werk de ruimte in. Dat lijkt misschien eenvoudig maar is het niet. De kapel is geen gemakkelijke locatie om er te exposeren, dat weet elke kunstenaar die er ooit te gast was. "Je moet eerst luisteren naar de ruimte vooraleer je iets doet," zegt Lieve Van Stappen daarover. En dat werkt. Ze is niet alleen aanwezig met haar werk in maar ook buiten de kapel. Friese ruiters scheppen een barrière want de kapel is een schrijn dat moet beschermd worden, een schrijn voor herinneringen. 

 

In de buurt van het altaar positioneert ze een aantal kinderkleedjes in glas. "Hier moest ik glas gebruiken, want ik wilde dat ze zweefden en doorzichtig waren." En inderdaad, de glazen doopkleedjes -want dat zijn het eigenlijk -zijn op een etherische wijze aanwezig in die grote ruimte. Ze zijn een beetje als zieltjes, engeltjes. Haar hele installatie is eigenlijk één grote hommage aan de veelal anonieme slachtoffers van tomeloze agressie en geweld. Aan de vrouwen en de kinderen.  

 

Het mannelijke wordt eerder met de agressors geassocieerd. Er zijn glazen spermatozoïden waarvan het voorste deel bestaat uit een kogel. De kinderwereld wordt opgeroepen door glazen tollen, heel erg kwetsbaar als efemere herinnering aan een verloren kindertijd. Die stilstaande tol kan ook vanirasymbool zijn. De ruimte wordt doorsneden door een 'paternoster', eigenlijk een reusachtige, gesmede prikkeldraad, het is een litteken in het lichaam van de ruimte. 

 

Zo werkt ze voortdurend met uitgekiende contrasten. Met harde en zachte, broze en sterke materialen weet ze intense gevoelens op te roepen en mensen te laten stilstaan bij wat ze zien. Op de plaats voor het altaar heeft ze bovenop de buik van een lege witte jurk een doopkleedje gelegd. Het is geboetseerd in klei en afgegoten in plaaster, het ligt op de plaats waar meestal de jongeman ter aarde ligt wanneer hij tot priester wordt gewijd .. Een vrouw die dit zag, vond dit het gruwelijkste van de tentoonstelling. Zij begreep ... 

 

 

DIE ENE BOOM EN DE GROTE OORLOG 

 

Een jaar of zo later was Lieve Van Stappen te gast in de Watertoren te Vlissingen waar ze enkele verdiepingen kon innemen met haar installatie Hors serie. Ze koos voor de minst gegeerde ruimte van het gebouw, die zaal met stevige zwartgeschilderde pilaren en leidingen waardoor dit gedeelte van de watertoren nogal agressief overkwam. Ze omwond de pilaren met windsels die veeartsen gebruiken om verbanden te leggen en maakte op die manier de ruimte weer vriendelijk en kwetsbaar. In een ander deel was er een bruine vlek en - oh, toeval - in de wagen van haar vriend vond ze een vergeten figuurtje uit chocolade. Het had daar al heel wat koude en warmte doorstaan en was vervormd, ideaal om met die bruine vlek te confronteren. Zo ontstond een bijzonder geslaagd geheel dat dus puur tot stand gekomen is door het inspelen op de ruimte. Nog in die ruimte staarden de enorme rode ogen van een albinokonijn de bezoeker via een diaprojectie aan van onder verbandwindels. Een directe confrontatie.  

 

In 2001 wordt Lieve Van Stappen uitgenodigd als artist in residence in het Flanders Fields Museum te Ieper. Conservator Piet Chielens vraagt haar of ze een publieksproject wou opstarten. Zij gaat erop in en vat het zo op dat niet enkel het publiek van het museum maar ook de inwoners van Ieper gecontacteerd worden middels een vouwblaadje. Ze vraagt er naar voorwerpen die rechtstreeks of onrechtstreeks met de Eerste Wereldoorlog te maken hebben en waarmee de eigenaar een emotionele band heeft. Ze vraagt naar herinneringen of anekdoten. 

 

"Ik wilde die vele individuele verhalen in een grotere context plaatsen. Ik verzamelde op die manier de herinneringen van mensen van de tweede generatie, mensen die het gehoord hadden van hun ouders of grootouders. Ze waren opgevoed door mensen die zwaar getraumatiseerd geweest zijn door die oorlog. Ik vroeg hen aan mij hun verhaal te vertellen, soms waren het stukken van zinnen. Meer dan zestig mensen hebben hieraan meegewerkt. Zo heb ik een tentoonstelling gemaakt waar geen werk van mij te zien was, eerder een mentaal beeld van de herinneringen van die mensen. Het was een ontmoetingsplaats voor wat moeilijk gezegd kon worden. De opening was zeer emotioneel."

 

Sommige mensen zagen nu hoe bijvoorbeeld die kleine foto die ze met zorg bewaard hadden, vergroot werd weergegeven. Ze werden op die manier weer met hun moeder, hun vader geconfronteerd. De tentoonstelling was geen weergave van de Eerste Wereldoorlog maar een weergave van herinneringen en hoe die oorlog nu, tachtig, negentig jaar later, in het tweede millennium werd beleefd. 

 

Naast dit publieksproject exploreerde Lieve Van Stappen ook de streek, ging ze actief op zoek naar plaatsen en locaties die van betekenis waren voor de bevolking of die op één of andere manier refereerden naar het oorlogsverleden. Dat waren er vele. 

 

Zo kwam ze ook terecht op een bijzondere plaats ergens in de velden in de buurt van Poperinge: 's Heeren Boompje. "Het gaat hier om een groep lindebomen en populieren die met elkaar zijn verbonden door een meidoornhaag. In de zeventiende eeuw heeft de kerk tussen die bomen een 'koortskapel' geplaatst, waarin het eiken beeldje staat dat de directe aanleiding vormde voor de bouw van de kapel: Christus voor een boom. Een boom zonder takken of kruin -een stam dus, een dode boom zoals op een slagveld." Zo schrijft ze in de catalogus van haar tentoonstelling 'Stambomen' waarmee ze haar residentie afrondde. 

 

Haar plaatsbezoek aan s'Heeren Boompje confronteerde Lieve Van Stappen met het oude volksgeloof dat in bomen geesten huizen -nu in gechristianiseerde vorm -mensen kwamen er nog altijd en hingen allerlei ex voto's in de bomen, hele jurken, lapjes en doekjes waren er te zien. Hier kwamen ze voor troost en vragen om voorspoed en genezing. Het trof haar, net zoals die ene boom die het oorlogsgeweld overleefde en die ze toevallig zag staan en in volle bloei fotografeerde. Rond de thematiek van de boom werkte ze haar tentoonstelling Stambomen uit in een stille ruimte midden het parcours van een soms wat lawaaierig museum vol 'interactieve media'.  

 

 

VONDELINGEN 

 

Haar creaties in glas hebben ook de aandacht getrokken van Tina Oldknow, één van de curatoren van het wereldvermaarde Corning Museum of Glass in de staat New York. Ze werd al drie maal geselecteerd voor publicatie in het jaarlijks verschijnende New Glass Review, en dat wil iets zeggen. Op het jaarlijkse congres, dat door het museum telkens in een ander land wordt georganiseerd, wordt ze in Amsterdam als één van emerging artists world wide gepresenteerd (een beetje tot consternatie in de kringen van de gerenommeerde Rietveldacademie van wie geen enkele student geselecteerd werd). Ze mag twee maand artist in residence zijn in het museum en er naar hartelust experimenteren. 

 

Haar experimenten kan ze later verder zetten in het Musée national du Verre te Sars Potteries waar ze eveneens een tentoonstelling maakt onder te titel Fading Memories. Ze toont er onder meer glazen hersenen en andere lichaamsdelen. Haar tentoonstelling draagt ze op aan Louis Merliaux, de wat in vergetelheid weggedrukte initiatiefnemer van het destijds nog geïmproviseerde museum en de inmiddels gerenommeerde glasstages.

 

In haar expositie (in 2008) in de ondertussen ter ziele gegane Galerie Mercator te Antwerpen toont ze die hersenen weer maar ook een intrigerende video. Op de binnenachterwand van een koelkast toont ze een opname van de glazen hersenen samen met hersenen in ijs. De hersenen in ijs smelten daarin langzaam weg. Er ontstaat een merkwaardig effect doordat de achterwand van de koelkast ook onderhevig is aan ijsvorming en het weer ontdooien daarvan. Het gaat over herinneringen, hoe die verdwijnen en soms terugkomen, veranderen, een eigen leven gaan leiden. 

 

De affiche en uitnodiging voor haar tentoonstelling in het museum Memling in Sint-Jan, het Brugse hospitaalmuseum, koos ze voor een foto van een verweerd bas-reliëf dat te zien is langs de Brugse reien. Het is het beeld van een pelikaan die zich met de snavel in de borst prikt om met het bloed de jongen te voeden. Op dezelfde fotomontage is onder dat reliëf een glazen vogeltje te zien, heel teer, je merkt het amper op. De tentoonstelling komt er op vraag van Joris Capenberghs (toen hij nog conservator van het museum was) en dat paste helemaal in zijn beleid om van dit museum een levend museum te maken met een duidelijke relatie naar de hedendaagse werkelijkheid. 

 

Lieve Van Stappen heeft voor deze tentoonstelling de archieven van het Brugse OCMW doorpluisd maar ook tal van zoektochten gedaan in binnen- en buitenland. Vooraleer ze eraan begon heeft ze de medewerkers van het OCMW-archief gevraagd wat hen het meest getroffen had in die archieven. Dat waren de vondelingen. Er was daar een hele verzameling over vanaf de veertiende tot de negentiende eeuw. Ze is toen alle artikels beginnen verzamelen over vondelingen vandaag, over verlaten kinderen, dode kinderen. Zo was er een kinderlijkje aangespoeld in Oostende. Het kindje kreeg een naam: Wout Xander Aaron. Het waren de namen die toen in Oostende het populairst waren. De uitvaart van het kind is gefilmd door VTM en zal te zien zijn op de tentoonstelling. 

 

"Het woord 'vondeling' is een beladen woord," zegt Lieve Van Stappen, "het is een thema met weerhaken dat een complexe benadering vraagt." Ze verkent het onderwerp met schroom en doortastendheid en komt zo ook terecht bij Moeders voor Moeders en de vondelingenschuif in Antwerpen. "Een vondelingenschuif is de allerlaatste oplossing, daarom nog geen goede, maar nog altijd beter dan een dood kind." Ze doet heel wat opzoekingswerk om op die manier te trachten te kijken met de ogen van een vondeling. Zo is ze uiteindelijk in contact gekomen met de Norcap Foundling Group, "Het is de enige groep die ervoor uitkomt, want vondeling zijn ervaart men nog als een schande." Er is zelfs een Foundling Museum in Londen (beroemd omdat het onder meer een hele verzameling handschriften van Händel bewaart) waar ze de foto's van de tekens die de moeders bij hun kind stopten, als ze het te vondeling legden, kon ontlenen. Wie ooit Dickens heeft gelezen of 0liver zag, kent die tekens. Ook nu nog gebeurt het dat de moeder zo'n teken meegeeft, alleen komt dat meestal nooit bij het kind terecht. 

 

"Er zijn meer vondelingen dan we denken, veel geadopteerde kinderen zijn eigenlijk vondelingen." Lieve Van Stappen heeft opgezocht waar in Brugge in de loop der eeuwen die vondelingen werden gelegd en ze heeft het op een kaart aangeduid. Het is een kronkelende lijn die de stad volledig dwarst. Haar oorspronkelijke plan was om een processie te organiseren die die lijn zou volgen, maar de omstandigheden en de praktische bezwaren waren iets te ingewikkeld. Ze concipieert dus een imaginaire processie in het museum, onder dat prachtige dakgeraamte, met tal van getuigenissen. 

 

Omdat er onvoldoende suppoosten zijn, zullen de archiefstukken helaas niet getoond worden, wel een reeks artefacten en foto's als getuigenissen. Ook een levensgroot beeld Whispering zal ze hier presenteren. Het beeld in wit gepatineerd brons stelt een hoogzwangere vrouw voor, haar baby zweeft in de lucht en fluistert haar in het oor. Het is een hedendaagse madonna die blijkbaar voor moeders die hun kind verloren zeer herkenbaar is. 

 

Hier zal de bezoeker kunnen verwijlen bij het leven en de dood van talloze kinderen, zowel eeuwen geleden als vandaag. De tentoonstelling zal negen maanden duren, de tijd van een zwangerschap.

 

Daan Rau


 INFO

Komende of lopende tentoonstellingen met werk van Lieve van Stappen:

'Moving Archives' 

nog tot 29 augustus 20 I 0, Memling in Sint-jan I Hospitaalmuseom, Brugge

 

'Uit het geheugen. Overweten en vergeten'

nog tot tot 2 mei 2010, Museum Dr. Guislain, Gent

 

'Double face. Le fabuleux destin du quotidien'

van 7 februari tot 23 mei 2010, Mac's et Grand Hornu Images, Grand Hornu