U bent hier

De horizonten van Stijn Cole - Licht en landschap

 

Stijn Cole heeft zijn nieuwe stek gevonden in Seloignes, een dorp in de buurt van Chimay. Bossen en landerijen zijn er overal. Een niet onbelangrijk gegeven voor deze jonge kunstenaar die al een aardig palmares kan voorleggen.

 

 

GALERIE EN CREATIE

 

Stijn Cole (°1978) kreeg zijn opleiding  in Sint-Lucas Gent waar hij eerst reclame en vormgeving  (1997-2000) studeerde om daarna nog beeldhouwen (2000-2002) te volgen bij Philip Van Isacker. Een van de gastdocenten was Honoré δ'O die opdracht gaf tot een groepswerk. Stijn ging aan het werk met twee andere kompanen die inmiddels enige bekendheid hebben verworven. Samen met Titus De Voogdt en Gabriel Rios ondernam hij een wandeling bij zonsopgang langs de ring van Gent. Denkend hoe hij die ervaring in beeld kon brengen, kwam hij op de idee om het licht van de hele dag vast te leggen. Hij deed dat met een gemotoriseerde camera obscura en een rol lichtgevoelig papier. Op die manier realiseerde hij zijn eerste tijdsbalk, een element dat verder nog een grote  rol zal spelen in zijn werk.

 

Net zoals de impressionisten is Stijn Cole gefascineerd door het licht. Hij komt uit een familie waar artistieke belangstelling onderdeel  is van het dagelijks leven. Zijn oom Willem Cole is een conceptueel kunstenaar en ook tijdens de opleiding  beeldhouwkunst is er vooral aandacht voor het conceptuele aspect. Na zijn studies opent Stijn in de woning van zijn oom een galerie. In de korte periode (zes maanden) dat die open is, toont hij er werk van Walter Swennen, Peter Buggenhout, Messieurs Delmotte, Benoit, Gabriel Rios en de toen in Gent wonende Masato Kobayashi. Niet de minsten aan het firmament van de beeldende kunsten. De galerie stimuleert zijn eigen creatiedrang, hij stopt met de galerie en houdt de creatie over.

 

Stijn Cole is ondertussen al opgemerkt tijdens de tentoonstellingen Coming People (curator Hans Martens) en Young  Artists (curator Luc Lambrecht, 2003). In die laatste tentoonstelling 'toont' hij twee tekeningen die naar de muur gekeerd ophangen. Bezoekers moeten dus de bladen optillen om de tekening te kunnen zien. Het zijn tekeningen van landschappen. Wie zou durven denken dat  het landschap niet echt nog een thema is in de hedendaagse kunst, moet dringend musea, tentoonstellingen en kunstbeurzen gaan  bezoeken.

 

 

VERBEELDEN VAN DE TIJD

 

In 2006 nodigt het Museum Dhondt-Dhaenens te DeurIe Stijn Cole uit voor een solotentoonstelling. De Picture this!-exposities dagen de kunstenaar uit om in dialoog te treden met de vaste collectie van het museum, een collectie die eerder de beide Latemse scholen aan bod brengt. "De pistes  waarrond ik nu werk, heb ik toen voor het eerst uitgewerkt," stelt hij. Cole kiest uit de collectie die schilderijen die een uitgesproken horizon vertonen, hij ontdoet ze van de lijsten en hangt ze zo op dat de horizontlijn telkens op zijn ooghoogte komt te hangen. De doeken hangen dus niet op gelijke hoogte zoals dat nu eerder  gebruikelijk is in de musea. De bezoeker kijkt er naar zoals hij anders  naar de horizon kijkt. Binnen Coles presentatie wordt de bezoeker aangesproken door een centraal beeld. Het is gebaseerd op een schilderij van John Constable (The Cornfield, 1826, National Gallery) dat tot zijn essentie is herleid. Het beeld is gevormd door twee horizontale stroken boven elkaar, bovenaan een blue key en daaronder een green key. Het zijn die kleuren die men voor tv-opnamen gebruikt om er beelden of achtergronden over te projecteren. De scheiding  tussen beide kleuren  vormt een denkbeeldige horizon. Stijn Cole ziet beide tonaliteiten als een soort universele kleuren. Zijn geabstraheerd landschap kan iedereen anders invullen en beleven. Hij legt hier een link met het verre verleden, bedt zich duidelijk in een bestaande kunsttraditie in.

 

Een tweede luik in die tentoonstelling had eerder betrekking op het recente verleden. Hij maakte  een reeks foto's van de lucht. Die foto's nam hij om de minuut gedurende een periode van 24 uur en hij verwerkte ze digitaal tot een tijdstrook. Zo krijgt de kijker een beeld van het licht en hoe de lucht  van kleur verandert in de loop van een etmaal. Cole heeft twee opnamebestanden gemaakt. Het ene noemt hij objectief en gaat van 0 tot 24 uur, het andere ziet hij als subjectief en dat loopt van het moment van de geboorte van zijn dochter tot 24 uur later. "Ik wens iets universeels uit te beelden, zo kwam ik tot het verbeelden van de tijd," zegt hij. Het beeld dat we te zien krijgen heeft wetenschappelijke allures, let wel, het pretendeert absoluut niet dat te zijn. Het is ook esthetisch en in zekere zin verrassend en verrijkend.

 

Nog altijd in diezelfde tentoonstelling wou Stijn Cole ook het 'nu' kunnen weergeven en dat deed hij aan de hand van een TL-lamp. De lamp was verbonden met een sensor en gaf op die manier de lichtintensiteit van buiten weer. Ze had in wezen geen enkele invloed op de verlichting binnen in het museum dat overigens voorzien is van glaspartijen en het daglicht ruimschoots toelaat.

 

 

 

COLORSCAPES

 

In datzelfde jaar heeft Stijn Cole een tentoonstelling in het KunstVerein Ahlen in Duitsland. Daar toont hij voor het eerst een boeiende installatie die hij later nog - in gewijzigde vorm - zal hernemen  in het Caermersklooster en het Museum voor Schone Kunsten te Gent. In een verduisterde ruimte schildert hij een hele wand in de twee uitverkoren kleuren, de scheidingslijn ligt op 158 cm, de ooghoogte van de kunstenaar. Via projectie van lichtvlekken suggereert de kunstenaar hier 84 schilderijen uit zes publieke collecties. Het zijn allemaal schilderijen met een vlakke horizonlijn. Op die manier vestigt Cole de aandacht op het feit dat in de gekozen werken de horizonli jn soms zeer laag, soms zeer hoog ligt en dat we door eenvormige ophanging in de musea eigenlijk de kunstenaars onrecht aandoen.

 

De projectie respecteert altijd het reële formaat van het schilderij. Reproducties en catalogi geven meestal een verkeerd beeld doordat de formaten sterk afwijken van de echte werken en alles quasi eenvormig, ongeacht het formaat, is weergegeven. Ook dát element brengt Cole hier naar voor. Het is een installatie die aanzet tot nadenken maar die zonder meer ook puur esthetisch genot weet te bieden.

 

Het is boeiend te ervaren hoe Stijn Cole met tal van media weet om te gaan, zich niet gebonden  weet aan één specifiek medium, iets wat bij heel wat jonge kunstenaars meer en meer gebeurt. Ze zijn multimediaal geworden en dat is een verrijking.

 

"Ik zocht al enige tijd naar een manier om te kunnen tekenen en schilderen," zegt Cole en vertelt hoe hij voor zijn deelname aan de Art Fair Berlin in 2009 een groot werk maakte dat geïnspireerd werd door het digitale landschap dat vele gebruikers van het computerprogramma Windows kennen. Het is de opening, het bureaublad van het programma Windows 98. Het is een landschap dat zich in feite  in Ierland bevindt en Stijn Cole reisde erheen om het te gaan zoeken. Het vinden liep niet van een leien dakje. Dankzij de Ierse toeristische dienst kwam hij op het spoor van de Mount Errigal. Nu nog  hetzelfde gezichtspunt vinden om dezelfde horizonlijn te bekomen als op het computerprogramma. De tocht eindigde met het maken van de finale foto. Van de foto en van het Windowsmodel maakt hij telkens een schilderij. Niet een nabootsing van het landschap als zodanig. Nee, hij onderzocht de digitale kleurensamenstelling van de beide landschappen (digitaal zijn er 256 meest voorkomende kleuren) en schilderde op basis van die digitale gegevens elke tint in een afzonderlijk vak van een groot raster. De toeschouwer ziet dus een opeenvolging van ingekleurde vierkanten van licht naar donker. De beide schilderijen staan tegenover elkaar opgesteld en tonen duidelijke verschillen. Ze roepen opnieuw een landschap op, zonder er echt één te tonen. Stijn noemt ze colorscapes. Op deze manier heeft hij tal van bestaande historische landschapsschilderijen omgezet, net als eigen foto’s van landschappen.

 

 

ALLEEN DE NATUUR BLIJFT

 

In 2010 is de kunstenaar artist in residence in het Museum voor Schone Kunsten te Gent. Hij komt hiermee in de voetsporen van illustere voorgangers als Philippe Vandenberg en Raoul De Keyser. Hij maakt er een schitterende en gesmaakte tentoonstelling Sunset/Sunset die zowel de collectie als het eigen werk in de kijker stelt. Hij gebruikt de boeiende en gediversifieerde ruimten en lichtinvallen van het MSK op een meesterlijke wijze om er zijn punt te maken. Hij toont hoe hij helemaal aansluit bij de traditie maar dat doet op een echt eigentijdse wijze.

 

Dat het landschap hem sterk intrigeert blijkt ook uit zijn tekeningen en de keuzes die hij maakt. Zo heeft hij een reeks landschappen van de Duitse romantische schilder bij uitstek, Carl David Friedrich, omgezet in tekeningen. Ze zijn gemaakt op het exacte formaat van de schilderijen maar elk niet natuurlijk element is geweerd. Personen, kruizen of ruïnes zijn verdwenen, alleen de natuur blijft, elk verhaal  ontbreekt. Het zijn prachtige tekeningen met daarnaast een raster met de aanwezige kleuren in het oorspronkelijke werk. Op die manier laat hij ons op een andere wijze het werk van Friedrich zien en toont hij natuurlijk ook zijn eigen boeiende benadering.

 

Op het moment van mijn bezoek is hij druk bezig met het omzetten van eigen fotomateriaal in tekeningen. De beelden maakt hij in zijn omgeving, er is genoeg te fotograferen en te ervaren. Hij maakt bijvoorbeeld beelden van dezelfde plek maar telkens met enige verschuiving van standplaats. Het scherpt onze waarneming. De tekeningen maakt hij met behulp van een lichtbak, de hulpmiddelen zijn er om te gebruiken en ze doen niets af van het resultaat en het concept als zodanig.

 

Op mijn vraag of hij nooit in de natuur gaat zitten om te tekenen, zegt hij dat die kans er wel in zit. Hij heeft zich een tekentablet aangeschaft, het kan op de computer aangesloten worden en hij is van  plan er komende zomer mee te velde te gaan. "Het resultaat zullen impressionistische tekeningen  zijn waarvan geen origineel exemplaar of vaste afmetingen bestaan. Het is de bedoeling om dezelfde tekening in verschillende groottes en op grote oplage te printen."

 

In september heeft Stijn Cole een tentoonstelling in het West-Vlaamse platform voor actuele kunst  Be-Part een gezamenlijke tentoonstelling met Wesley Meuris, Hans Demeulenaere en Honoré  δ'0. De cirkel wordt gesloten. Voor die tentoonstelling is hij van plan om naar het oerbos in Polen te reizen. De natuur roept niet, ze schreeuwt.

 

Daan Rau


INFO:

Tentoonstellingen met werk van Stijn Cole

• Be-Part, Waregem, Façade / Wesley Meuris, Hans Demeulenaere, Stijn Cole, Honoré δ'O, van 1 september tot 31 oktober 2012

• Beeldenroute Lo-Reninge, zomer 2012

 

www.geukensdevil.com