U bent hier

Dat andere deel van de collectie

Het onzichtbare depot

 

Musea voeren een gevecht tegen de tijd, tegen het vergaan der dingen. Dat men zijn uiterste best doet voor het behoud van Het burgersalon van James Ensor is voor eenieder vanzelfsprekend. Maar, dat alles wat niet illuster is en aan het oog onttrokken ook een adequate bejegening vraagt, is minder evident.

 

 

TIEN KEER MEER ACHTER DE SCHERMEN

 

 

Het depot is een wereld op zich. Om u een idee te geven: naar schatting één tiende van alles wat een museale instelling in huis heeft, ontwaart u tijdens een bezoek. De rest huist in het depot. Voor het Louvre zijn de cijfers ronduit hallucinant: 35.000 stukken uitgestald, 300.000 opgeborgen. Naar Vlaamse normen zijn dit extragalactische cijfers. Maar wat in Parijs geldt, is bij ons evenzeer aan de orde. Men kan nuchter vaststellen dat zich achter de publieke toonzalen nóg tien musea bevinden. In acht genomen dat de getoonde collectie normaliter bestaat uit de beste en representatieve werken, is het aannemelijk dat de aandacht voor het depot van een iets andere aard is.

 

De tweede kerntaak volgens de deontologische code van ICOM - dit is het niet-gouvernementele  International Council of Museums - luidt: behoud en beheer van de collectie. Het heilige credo is hier dan ook terecht: ken uw collectie! Collectieregistratie is al enkele jaren het modewoord in het beleid van overheidswege. Het is het vervaardigen van een fiche voor elk object, een paspoort voor het kunstwerk met daarin: een benaming, de naam van de maker, een datering, een beschrijving, een conditierapport, de wijze waarop het verworven werd, een inventarisnummer en een afbeelding. Maar dit kan een afschrikwekkend titanenwerk behelzen. De verzamelwoede van sommige museale instellingen was gedurig aan de gang vóór collectieregistratie pertinent werd geacht. Het stockeren  van objecten in het depot zonder registratie zorgt voor een labyrintisch kluwen. Een dergelijk depot is ontoegankelijk want ook de kennis van wat zich waar bevindt is essentieel. Het subsidiebeleid van de Vlaamse regering werpt haar vruchten af: de scepsis of onwil lijkt omgebogen. Het accent is actueel verschoven naar collectieadministratie wat wil zeggen dat alle functies afgestemd op elkaar moeten zijn. Daarmee trekt men de actieradius van de registratie open naar het hele museum.

 

Wat in het depot belandt is altijd een tijdsgebonden keuze. Enkel wat representatief is voor de collectievisie en wat in esthetisch opzicht uitblinkt, haalt de tentoonstellingsruimte. Objecten wier documentaire waarde groter is dan hun kunstzinnige, of waarvan men meerdere exemplaren in reserve heeft, of die in materieel opzicht onherstelbaar te lijden hebben gehad, reizen richting depot. Ook de prozaïsche reden dat er veelal geen plaats is, speelt mee.

 

De inrichting en de manier van opbergen is afhankelijk van de aard van de collectie en van het soort object. Omwille van die specificiteit ligt het initiatief in het kamp van de musea en is een kant-en-klaar handboek onbestaande. De normen voor de infrastructuur en de klimaatbeheersing gelden daarentegen universeel. Alles staat in het teken van de preventie en het proactief handelen: een constante temperatuur,  regeling van de luchtvochtigheid, geen rechtstreeks invallend zonlicht, controle van ultraviolette en infrarode  stralen, bescherming tegen stof,  airconditioning, beperkte zuurheidsgraad  van de omgeving, het insectvrij houden. Actieve of curatieve conservatie vindt plaats tijdens het onderhoud van het object, zoals het reinigen en hervernissen van schilderijen. Bij het binnenkomen in het depot wordt een object onderzocht op infectie -door schimmel of insecten - en wordt dan in quarantaine behandeld. Afstoting van depotstukken gebeurt slechts in sommige gevallen. Omwille van het tijdsgebonden aspect van keuzes vergt dit een uitzonderlijke motivatie. Doch plaatsgebrek noopt tot dergelijke procedure. ICOM speelt hieromtrent een wat afradende rol.

 

In een calamiteitenplan, een soort draaiboek met alle mogelijke rampscenario's,  dat elke werknemer in zijn bezit heeft, is te lezen wat bij  gevaar te doen staat. Het is duidelijk dat depotverantwoordelijken bij voorkeur professioneel geschoold zijn.  Zij  alleen kunnen  kunstwerken naar behoren manipuleren. Als onberispelijke kruideniers zijn zij risicobeheerders die nu eens hun kunnen als goede huisvader etaleren, dan weer een ingrijpende politieagent spelen.

 

 

DE GEVARENZONE

 

Voldoen aan de normen inzake behoud en beheer wil zeggen: de middelen hebben en ze inzetten in een volgehouden systematiek. Artefacten die op stoffige zolders, in wakke achterafzaaltjes of doodleuk in de kantoorruimten verkommeren zijn immers nog altijd realiteit. Nagenoeg elke instelling heeft infrastructurele troebelen. Musea die hun zalen klimatologisch niet de baas kunnen, kunnen dat begrijpelijkerwijs ook niet voor het depot. Dat de depotwerking maatwerk is, maakt het nog ingewikkelder. Multimediale hedendaagse kunst die bestaat uit allerhande materialen vergroot zelfs die specificiteit.

 

De terechte jammerklacht dat er een tekort aan plaats en middelen is, is niet van de lucht. Kerken, het OCMW, kloosters, heemkundige kringen, theaters, banken of privé-verzamelaars met een collectie zitten gewoonlijk in nog slechtere papieren. Erfgoedbewaring is niet hun kerntaak waardoor het hen ook aan deskundige kennis kan ontbreken. Samenwerken ledigt de noden. De stedelijke musea van Antwerpen spelen hierin een heuse voortrekkersrol.  De krachten werden er gebundeld toen men in 1999 een kazerne verbouwde tot een centraal museumdepot. Opgedane kennis, financiën, ruimte en visie werden samengebracht. Museumverantwoordelijken van elders kunnen nu aankloppen en genieten van de opgedane expterise.

 

Naast concreet handelen is het kweken van een duurzame visie essentieel. Onder druk van de politiek, de media, museale bestuursorganen en het publiek is het zwaartepunt van de museale werking naar tijdelijke blockbusters verschoven. De evenementiële expositie wint het bijgevolg van de statische collectie en het onzichtbare  depot. De centen moeten cito presto opleveren. Toch is de lange termijn cruciaal: zonder het adequate beheer van het echte kapitaal, zijnde de collectie en het depot,  kan men de boeken sluiten. Het ontwerp van het Vlaamse cultureel­ erfgoeddecreet geeft een goede voorzet. Het stipuleert dat de provincies een regisserende rol moeten opnemen. Men delegeert want vanuit Vlaanderen de versnipperde lokale depots coördineren is zinloos.

 

 

LUXEDEPOTS

 

Het Provinciaal Open luchtmuseum in Bokrijk toont hoe het nog anders kan. Zij bouwden met de steun van de Vlaamse Gemeenschap een state of the art kijkdepot dat in Vlaanderen  zijn gelijke niet kent.  Qua  bewaartechniek is het bijzonder knap: een thermocel reguleert bijvoorbeeld de controle op houtaantastende  organismen via natuurlijke methoden die mens noch milieu schaden. De museumbezoeker kan het depot betreden en vanachter een glazen wand de werking gadeslaan. De Europese Commissie ijvert voor een maatschappelijk  draagvlak inzake erfgoedconservering, middels gerichte informatie verstrekking. Deze captatio benevolentiae lijkt weldadig te zijn voor het museummanagement,  met als doel het vertrouwen van de klant, en de stimulering van een visie die op de lange termijn gespitst is.

 

Minder geldverslindende alternatieven dienen hetzelfde doel: opendeurdagen en erfgoeddagen, tijdelijke toonmomenten rond het depot, publicaties, het uitlenen van een deel van de collectie en digitale ontsluiting. In het zog van de collectieregistratie zagen databases  op publieke websites het licht. Twee treffende voorbeelden zijn MovE, de samenwerking van musea in Oost-Vlaanderen en Beeldbank Brugge van de Brugse erfgoedcel.

 

Edoch het is buiten Vlaanderen dat men de maat aangeeft die wij dan naderhand volgen. Een uitzonderlijk voorbeeld betreft het Museum of Science & Industry nabij Manchester. Hun collections centre is een unieke mengeling van archief, depot en publieksruimte dat men gerust kan bezoeken terwijl men de vaste collectie links laat liggen. Het vraagt persoonlijkheid, luciditeit, professionaliteit, visie en middelen om het depot te laten draaien. Als dit belangrijke radertje niet soepel werkt, dan stokt vroeg of laat de hele museummachine.

 

Matthias Depoorter


INFO

 

Provinciaal Openluchtmuseum Bokrijk:

http://wwwl.limburg.be/bokrijk/html/

 

Centrale depot Antwerpen

http://museum.antwerpen.be/

 

Museum of science & industry:

http://www.msim.org.uk/collections/using-the-collections/collections-centre