U bent hier

Constantin Meunier - Buildrager

Constantin Meunier - Buildrager

Het is op eerder toevallige wijze dat Constantin Meunier reeds in zijn prilste jeugd met het kunstenaarsmilieu in aanraking is gekomen. Door het vroege afsterven van zijn vader, Meunier was twee jaar oud, werd zijn moeder genoodzaakt in het onderhoud van haar gezin te voorzien. Zij had een familiepension waar kunstenaars logeerden, wat de aanleg van Meunier zonder twijfel sterk heeft beinvloed. Op zestienjarige leeftijd ging Constantin Meunier in de beeldhouwklas van de Brusselse Academie in de leer, doch eens twintig geworden, verkoos hij de schilderkunst boven het beeldhouwen. Dertig jaar lang zou de kunstenaar in die richting blijven doorwerken : was het de intuitie van een geleidelijk te veroveren meesterschap, zowel technisch als menselijk ? Meunier verklaart over zichzelf in een brief aan een van zijn vrienden : 'op vijftigjarige leeftijd voelde ik in mij ongekende krachten, als een tweede jeugd, en ik ging opnieuw aan de arbeid'. Even voor hij die leeftijd bereikte, werd hij met het Luikse industriegebied in aanraking gebracht. Hij was er aangegrepen geworden door de tragische schoonheid van het stugge arbeidsleven. Hij kwam tot de bevinding dat hem een nieuw levenswerk wachtte. Niet onmiddellijk is het de kunstenaar duidelijk geweest langs welke weg dit kon leiden, maar na enkele jaren, hij was toen vierenvijftig, kwam de resolute doorbraak van de beeldhouwkunst in zijn oeuvre. Hoogovens, mijnstreken, glasblazerijen, de Antwerpse haven, plaatsen waar de arbeider in de sociale ellende van het einde der vorige eeuw werd aangetroffen, werden voortaan herhaaldelijk door Meunier bezocht. Los van deze sociale achtergrond als inspiratiebron kan het ceuvre van de beeldhouwer niet gegroeid zijn en ook niet verklaard worden. Het lijdt geen twijfel dat de plastische kwaliteiten van die taferelen de kunstenaar intens hebben aangesproken, wat eveneens zijn terugkeer tot de beeldhouwkunst rechtvaardigt. Daarnaast staat de grenzeloze bewondering van Meunier voor de kunst der Grieken, waarin schoonheidsideaal en levensechtheid hem begeesteren. Dat is een ander element dat bij de beschouwing van zijn werk niet uit het oog mag worden verloren. Zo zal het olympisch athletisme de arbeider van Constantin Meunier ten grondslag liggen, en in.zekere zin het ontkomen aan een dogmatiserende filosofie van de arbeidersklasse mogelijk hebben gemaakt. Want, hoewel ingegeven door de pathos van ellende en proletariaat, reikt zijn oeuvre verder dan loutere allegorie of symboliek. Men zou de kunst van Meunier een samensmelting van Germaanse romantiek met het klassieke ideaal van de Zuiderse schoonheid kunnen noemen. En meteen had de Belgische beeldhouwkunst een nieuwe impuls gekregen. De invloed van Meunier bleef echter niet binnen onze landsgrenzen beperkt. Vooral in Duitsland, maar ook in Frankrijk en Nederland werd die vernieuwde kunstvorm gewaardeerd. Zijn verdienste was het immers de juiste plastische vorm aan het prototype van de landman, de mijnwerker, de haven- of fabrieksarbeider te verlenen. Dit dubbel aspect van de kunst van Meunier heeft het mogelijk gemaakt zijn oeuvre bij leek en kunstkenner te doen apprecieren. Lang heeft de kunstenaar een levenswerk nagestreefd, dat als het ware van zijn ganse streven een apotheose zou brengen in een 'Monument aan de arbeid'. Het was zijn doel de vier hoofdelementen, aarde en lucht, vuur en water in het onmiddellijke ons omringende leven te betrekken door ze op een of andere wijze te verpersoonlijken in arbeidersfiguren. Hij creeerde verschillende onderdelen, o.m. vier reliefs voorstellende een mijnwerkersgroep, boerenarbeid op een veld met dreigende wolkenhemel, een tafereel bij een oven in een glasblazerij en een scene in de haven. Alhoewel de architectuur van dit monument bij zijn leven nooit een definitieve vorm verkreeg, — de opgave die hij zich stelde was wellicht te complex, — had Meunier het inzicht om tevens vier losstaande figuren hierbij als hoekstukken aan te wenden. Als een van die figuren had hij de buildrager voorzien. De definitieve grote versie van dat beeld dateert uit 1905. Voordien echter had de kunstenaar reeds geruime tijd met dat thema gewerkt : zowel in tekeningen en reliefs als in losstaande figuren. In 1885 ziet men inderdaad reeds de buste van een buildrager tentoongesteld te Brussel en in 1890 te Parijs een klein bronzen beeld 'Buildrager' getiteld, dat door de kritiek zeer lovend werd onthaald. Het is de figuur van een jonge arbeider, in een pauzerende houding met de linkerhand op de heup, de rechterarm en -hand in de zij gestut, tot steun van de last die op het bovenlichaam moet rusten. Het hoofd met dragerskap, is in een licht zijwaartse, zelfbewuste beweging opgeheven en het gelaat met tamelijk diepliggende ietwat starre ogen verraadt in zijn trekken de diepere psychologie van een sociaal gedetermineerd mens. Die arbeider ondergaat zijn omgeving, en toch is er een begin van bewustwording die uit de ganse houding spreekt. Dit werk brengt enerzijds tot uitdrukking wat filosofen circa 1850 zochten te bewijzen, nl. dat, in tegenstelling tot de burger die eerder toeschouwer is in het leven, de handelende arbeider, 'vader van de mensheid' het uitzicht der wereld verandert. En anderzijds vertoont het een ontwaken van het individu met eigen zieleleven en twijfels. Vorm en inhoud van het werk bereiken een innerlijke overeenstemming : met zware schoenen aan de aarde gebonden, een athletisch en evenwichtig opgebouwd lichaam dat onder het werkpak doorstraalt, het ernstige hoofd dat uitdrukking geeft aan de arbeidersproblematiek : een geheel van vormen en plastische rythmen met ethische inhoud. Bij het lichtspel en de zachte glans van de oppervlaktebewerking is weer even de schilder aan het woord. Er is inderdaad toch een zweem van picturaal effect in het werk aanwezig. Deze kunstenaar van 'le bel animal humain', zoals Camille Lemonnier hem noemt — zoeker naar het zuiver en eenvoudig-menselijk aspect, heeft tot de kunst van onze tijd blijvend bijgedragen. De realistische strekking van zijn ceuvre toont wat de thema's betreft, de mens, die zich gaat verdiepen in de wortels van zijn wezen. Men heeft de kunst van Meunier vergeleken met die van de grote Franse hernieuwer Auguste Rodin. Uit het voorbeeld van deze laatste zou Meunier de moed geput hebben om het hem omringende leven plastisch uit te beelden. Zeker vertoont hun kunst ergens enige verwantschap. Beiden breken zij met de traditionele uitbeelding van het menselijk lichaam. Beiden hebben figuren geboet-seerd die door arbeid en smart getekend waren. Maar waar Rodin's ceuvre de diepere emotionele en geeste-lijke drijfkrachten van de mensheid geniaal vat, bleef Meunier binnen de beperkte wereld van het zware arbeidersleven. Zelf was hij bij het uitoefenen van zijn vak een stipt ambachtsman. Wij zouden hier het oordeel van de kunstcriticus Charles Wentinck willen onderschrijven 'De betekenis van Meunier ligt thans zeker niet meer in de vroegere actualiteit van zijn themata. Zij schuilt vooral in zijn vermogen een plastische taal te vinden voor de weer-gaven van zijn impressies. Hij heeft nooit getracht het zachte, stoffelijk-karakteristieke van een hemd of voorschoot te geven. Altijd schiep hij een adaequate, plastische vorm. Ook al dragen Meuniers gestalten individuele trekken, zijn het geenszins onder-individuele massa-mensen, hij verhief ze tot typen ; hij verleende ze een heroiek, die onder het schootsvel een verborgen klassiek element tot uitdrukking deed komen.'