U bent hier

Constant Permeke - Een excentriekeling in Jabbeke

Constant Permeke
Constant Permeke, De bedelaar, 1931, houtskool op papier, 178 x 119 cm

 

De Vier Winden, het huis van Constant Permeke in Jabbeke , is vandaag een zeldzaam en goed bewaarde kunstschrijn. Je vangt hier flarden op uit het dagelijkse leven van de kunstenaar, zoals vissen en boogschieten. In tegenstelling tot zijn vele sombere schilderijen, baadt de woning in een zee van licht.

 

 

STEENOVEN
 

Op de rotonde van de Gistelse Steenweg en de Permekelaan in het West-Vlaamse Jabbeke staat de beeltenis van Constant Permeke. Het bronzen borstbeeld is een afgietsel van het exemplaar dat in de tuin staat van het naburige Permeke Museum. De Vier Winden, zoals het huis van Permeke heet, is misschien wel het grootste van deze landelijke gemeente. Je kunt het in elk geval nauwelijks ontlopen. Wanneer Permeke in 1929 zijn riante woonst laat bouwen, staat hij op het hoogtepunt van zijn carrière. Vandaag is het bakstenen huis volledig met wilde wingerd begroeid en situeert het huis zich in de Jabbeekse 'Zwienhoek'.

 

Permeke voelt zich thuis in deze groen regio. Omstreeks 1925 borstelt hij in zijn gekende forse stijl beemden en velden. Thema's als boer en akker krijgen in deze periode vaste vorm binnen zijn oeuvre. Ook komt hij vaak met zijn gezin naar Jabbeke op vakantie om uiteindelijk in 1928 een stuk grond van twee hectare te kopen voor 4.950 euro. In ruwe lijnen tekent hij met een stok in de aarde de contouren van zijn toekomstige woonst. De Nieuwpoortse avant-gardistische architect Pierre Vandervoort laat hij het grondplan verder uitwerken.

 

Het vierkante bakstenen gebouw valt op door zijn sober modernisme en is geïnspireerd op het huis van de cineast Henri Storck dat Permeke in Oostende heeft gezien. Omdat het huis georiënteerd is naar de vier windstreken, werd het De Vier Winden genoemd. Het gebouw zonder dak wordt smalend door de Jabbekenaren 'de steenoven' genoemd, en ook vragen de dorpelingen zich af hoe hij het landhuis kan betalen 'met zo'n klein penseeltje'.

 

 

DANSEND LICHT
 

De kunstenaarswoning is nagenoeg intact gebleven en meer dan een bezoek waard. Zeker als er wat zon in de lucht zit. Op de gelijkvloerse verdieping halen grote ramen het omliggende groen en het dansende licht gretig naar binnen. Licht en nog eens licht verstrooit zich in de logische organisatie van het grondplan. Wie het landgoed bezoekt, ervaart het als één groot atelier.
Geen kamer is onbezet gebleven. Nagenoeg elke ruimte ademt kunst en je zou voorwaar de architectuur bijna uit het oog verliezen. Geenszins klinkt het verwonderlijk dat Permeke wou dat zijn huis een museum zou worden. Na zijn dood zorgt zijn familie ervoor dat het huis open staat voor het publiek. In 1960 wordt het gebouw en tuin door de provincie West-Vlaanderen aangekocht. Zo blijft een belangrijk gedeelte van het oeuvre van Permeke bij elkaar. Een omzeggens unieke collectie van 150 kunstwerken waaronder 80 schilderijen en nagenoeg alle beeldhouwwerken.

 

De op elkaar volgende ruimtes op de gelijkvloerse verdieping zijn georganiseerd rond een kloeke monumentale traphal. In de ontvangstruimte pronkt een zitbank van neef en oogappel Emiel Veranneman. Als kind brengt hij zijn zomervakanties dikwijls door in het huis van zijn oom. Van Permeke leert hij het belang van de authenticiteit en van de spontane, natuurlijke kracht in artistieke creaties. In 1998 wordt de onthaalruimte door Emiel Veranneman heringericht. Hier ontdek je een kast vol Afrikaanse beelden waarvan Permeke expressiviteit en vereenvoudiging ontleent. Tijdens een wandeling door het huis ontdek je minder bekende aspecten van Permekes leven en werk. Zo zijn veel meubelen door Permeke zelf ontworpen. Ze verraden zijn voorkeur voor een strakke moderne vormentaal zonder tierelantijnen.

 

 

SEBASTIAANSGILDE
 

Intrigerend zijn de vergeelde foto's in de vitrinekasten. We zien Permeke uitgedost in maatpak en klak een kiekje nemen tijdens een familiale uitstap in de duinen. Interessant zijn de foto's van de bouwwerken van De Vier Winden. De familie Permeke bezocht volgens het onderschrift op 18 maart 1929 de bouwwerf. Op de prent is te zien hoe mevrouw Permeke lachend een hoeksteen metselt. Ze heeft er kennelijk lol in. Andere foto's tonen een poserende kunstenaar met zijn markante stoere kop tussen boeren, burgers en buitenlui. Hij houdt van het buitenleven. Zo is hij een verwoede visser en boogschieter. Zelfs wordt hij keizer van het Sebastiaansgilde. Het zijn deze achtergelaten prenten die een bescheiden inkijk geven in een restant dagelijks leven. Niettegenstaande beschouwen de Jabbekenaren hem als een excentriekeling. En het kan niet anders of er wordt geroddeld over de aantrekkelijke jonge vrouwen die voor hem poseren.

 

Struinend van de ene kamer naar de andere proberen we vat te krijgen op de kunstenaar, zijn omgeving en zijn kunst. Beelden als Marie-Lou, hier mooi opgesteld in de traphal, werpen een minder bekend licht op de carrière van Permeke die op zijn vijftigste het artistieke roer omgooit en zich waagt aan een voor hem compleet nieuwe discipline: de beeldhouwkunst. Van beeldhouwtechnieken kent hij immers niets en met behulp van een boer uit de streek krijgt hij langzaamaan het vak onder de knie. Permeke is dan wel een realist, stelselmatige verbreekt hij de vormelijke schoonheid van zijn forse en brute creaties. Voor zijn beelden gaat hij op een tamelijk agressieve wijze te werk. Van de in klei geboetseerde figuren, maakt hij een gietvorm om ze vervolgens af te gieten in gips. Daarna kwetst hij moedwillig en instinctief zijn gipsen figuren, slaat met hamer en beitel een arm of been af. Je vindt in het museum voorbeelden te over van dergelijke gehavende beelden. Zo geeft Permeke zijn Christuskop een platte neus. Volgens kenners vernietigde Permeke minstens een 40-tal beelden.

 

 

CRISISJAREN
 

In de aangelegde tuin van het Jabbeekse museum bevinden zich drie grote sculpturen. Een van zijn meesterwerken is Niobe, een liggend naakt rustend op knie en ellebogen. Omdat gips weinig geschikt is voor buiten, giet Permeke het beeld in kunststeen. Na zijn dood laat bankier en mecenas Maurice Naessens de kolos in brons gieten voor een bankgebouw in Brugge. Ook Marie-Lou krijgt in het Middelheim een bronzen pendant.

 

Permeke weet goed te anticiperen op de crisisjaren. Nadat zijn belangrijkste broodheren in 1931-1932 failliet zijn gegaan als gevolg van de economische crisis, wordt op enkele maanden tijd 10 jaar geschiedenis te grabbel gegooid. De verzamelingen van De Ridder, Van Hecke en Schwarzenberg en de collecties van hun galerijen worden per opbod en zonder limiet aan de man gebracht. Uit die tijd stamt het tweede gebouw naast zijn huis dat de kunstenaar met de hulp van enkele buren-landbouwers bouwt. Op het moment dat hij zich als kunstenaar vernieuwt en begint te beeldhouwen, richt hij in dat bijgebouw ook een atelier in waar hij zijn grote gipsen boetseert. De bak met klei staat er nog altijd. In tegenstelling tot zijn schilderijen oogsten zijn beelden maar weinig succes.

 

 

DRIFTIG GEEL
 

Schilderen en tekenen doet Permeke het liefst op de eerste verdieping van De Vier Winden. Hier geniet hij intens van het uitzicht over het landschap. Nog steeds staat de tekentafel sinds zijn dood onaangeroerd tegen het raam. Je ziet de tuin en aanpalende velden en je kunt hier voor even in de huid van de kunstenaar kruipen. Temidden van deze mooie grote lichtrijke ruimte staat een machtige potkachel op een zinken plaat en kraakt de plankenvloer als vanouds in de ijle stilte. Verder liggen naast de schildersezel aangebroken verftubes, penselen en pigmenten en een met kleuren doordrenkt palet. Drie monumentale houtskooltekeningen sieren een wand van het atelier: De boer met schop, De zaaier en De bedelaar. Ze demonstreren het ruwe en bonkige mensbeeld binnen het oeuvre.

 

Heel fascinerend is het uit de band springende schilderstuk Geel naakt, dat hij een jaar voor zijn dood, in 1951, schildert. Het driftige geel tegen een blauwe achtergrond zet het doek in lichterlaaie. Is het een ultieme poging geweest om na jaren duisternis het licht weer te doen schijnen? Je zou het bijna geloven, wanneer je dit gloedvolle werk naast het sombere en de duistere diepte van Grote Marine (1928) houdt.

 

Philip Willaert

 


ILLUSTRATIES:

Permeke was een verwoed visser

Constant Permeke, De bedelaar, 1931, houtskool op papier, l78 x 119

Bijgebouw met frontaal zicht op Grote Marine, 1928

Met de familie op stop in de duinen

Constant Permeke, Marie-Lou, 1938


INFO

Provinciaal Museum Constant Permeke

Open: van 1 april tot 30 september van 10 tot 12.30 uur en van 13.30 tot 18 uur

Open van 1 oktober tot 31 maart van 10 tot 12.30 uur en van 13.30 tot 17.30 uur

Gistelsesteenweg 341

8490 Jabbeke

Tel. 050 81 12 88

www.west-vlaanderen.be/musea