U bent hier

The British Royal Collection - Van Bruegel tot Rubens

Pieter Paul Rubens, Portret van Antoon van Dyck, olieverf op hout, 64,9 x 49,9 cm, The Royal Collection @ 2007, Her Majesty Queen Elisabteh II

 

Eenenvijftig topwerken werden van de muren van Buckingham Palace, Windsor en andere koninklijke kastelen gehaald en pronken een zomerlang in de zalen van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België te Brussel. Een royale geste van de Queen, zoveel is zeker, maar vooral een niet te missen tentoonstelling. Noem het gerust een buitenkans.

 

 

THE ROYAL COLLECTION TRUST 

 

Dat het Brits koningshuis iets met paarden heeft, is algemeen bekend. De belangstelling voor kunst is misschien niet zo uitgesproken, maar zij valt niet te loochenen. De koninklijke verzameling is indrukwekkend, een onschatbaar patrimonium dat in de jongste vijfhonderd jaar werd vergaard en jaar na jaar blijft groeien. Een deel ervan is te bewonderen in de Queen's Gallery, ondergebracht in een zijvleugel van Buckingham Palace te Londen. Het is maar een topje van de ijsberg. Andere stukken van de collectie zijn te zien in de vertrekken van andere koninklijke paleizen voor zover het publiek ze mag bezoeken en verder zijn er nog duizenden kunstwerken in langdurige bruikleen aan musea toevertrouwd. 

 

Af en toe duiken voorwerpen uit de koninklijke verzameling op in tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Een dergelijke ontlening ervaren de curatoren telkens als een buitenkans. Dat was in ons land onder meer het geval met pronkstukken van Fabergé tijdens Europalia Rusland en een schilderij van Van Dijck tijdens de grote overzichtstentoonstelling te Antwerpen in 1999. 

 

Vandaag beheert The Royal Colleerion Trust, voorgezeten door prins Charles, de Koninklijke verzameling. Van Charles is geweten dat hij een kunstliefhebber is en een niet onverdienstelijk aquarellist. Maar als kunstverzamelaar moet hij toch zeker onderdoen voor zijn illustere voorvader Charles I, wiens kunstcollectie beroemd was. Rubens noemde hem de meest kunstzinnige onder de levende prinsen en schonk hem als blijk van waardering zijn zelfportret, een werk dat op de tentoonstelling aanweztg is. 

 

Mooie liedjes blijven echter niet duren en wij weten hoe het Charles I verliep. Cromwell rekende erg radicaal met hem af en voor de verzameling had hij al evenmin veel eerbied. Hij maakte ze te gelde. Tijdens de restauratie werd gelukkig opnieuw aangeknopt met de verzamelaartraditie. 

 

 

KUNST MET EEN VERHAAL 

 

De Royal Collection Trust, die de koningin als dusdanig pas in 1993 in het leven riep, valoriseert zijn patrimonium onder meer door tentoonstellingen, in de Queen's Gallery in Londen of in Hollyroodhouse, de koninklijke residentie in Edinburg. Een rondreizende tentoonstelling is iets uitzonderlijks. En een selectie van Vlaamse kunst uit Renaissance en Barok is een primeur. 

 

De samenstellers hebben duidelijk voor kwaliteit gekozen met namen als klokken: Metsys, Bruegel, Rubens, Van Dijck, om er maar enkele te noemen. De werken zijn navenant. Bovendien staan veel ervan bol van historische meerwaarde, hetgeen niet ongewoon is in dit soort 'privécollecties' (en hier zijn de aanhalingstekens van belang). 

 

Enkele voorbeelden. Een portret van Erasmus uit 1517, een erg populaire voorstelling van de grote humanist aan zijn schrijftafel, geschilderd door Quinten Metsys. We bekijken het met nog meer belangstelling wanneer we weten dat het geschonken werd aan Thomas More. Een ander merkwaardig geschenk is eerder al aangehaald, het zelfportret dat Rubens aan Charles schonk toen die nog Prins van Wales was. 

 

De moord op de onnozele kinderen van Pieter Bruegel de Oude is een topstuk van de tentoonstelling. Bij aandachtig toezien blijkt dat er met de voorstelling iets aan de hand is. De kindermoord is verdoezeld en in plaats van vermoorde kinderen zien wij dieren en vormloze pakken. Toen het schilderij namelijk in het bezit kwam van keizer Rudolf deTweede liet die het onmenselijk tafereel veranderen in een banale plundering, iets dat in de Renaissance als minder shockerend ervaren werd, haast alledaags. Het museum beschouwt de aanwezigheid van dit schilderij als een buitenkans en plaatst dus een aantal werken uit de eigen collectie hier tegenover: De volkstelling te Bethlehem, in dezelfde winterse sfeer, en een niet gecensureerde versie van de kindermoord door Bruegel de Jongere. 

 

 

RUBENS EN ZIJN TIJD 

 

De Rubensselectie is van uitzonderlijke kwaliteit. Slechts één religieus werk, maar drie sublieme landschappen, waaronder de beroemde Boerderij te Laken. Dat zullen ze in het museum met lede ogen zien vertrekken na de tentoonstelling. Van Ruberis als portretschilder onthouden wij vooral een mooi portret van Antoon Van Dijck. Deze is uiteraard goed vertegenwoordigd. Het Engels hof was zijn biotoop. Zijn werken zijn vandaag de onbetwiste pronkstukken van kastelen en landshuizen over heel het Verenigd Koninkrijk. Het museum houdt hier ook een verrassing in petto door zijn Christus geneest de verlamde te confronteren met een Rubens en een Jordaens. Van Dijck was achttien toen hij het werk schilderde en stond toen begrijpelijkerwijze erg dicht bij de meester, net als Jordaens trouwens, en dat laat de vergelijking goed uitschijnen. Boeiend studiemateriaal. 

 

David Teniers de Jongere wordt al te vaak onderschat, niet op deze tentoonstelling, met niet minder dan zeven doeken, evenveel als Rubens. De boerenkermissen en stemmige interieurs liggen in de lijn van de verwachtingen, maar de samenstellers willen ook de religieuze schilder aan bod laten komen met twee werkjes naar Titiaan. Zij willen met name de klemtoon leggen op het feit dat de kerk in de Zuidelijke Nederlanden als sterke opdrachtgever optreedt, een fenomeen dat in het Noorden onbekend is. Wij beschouwen dit als geweten, maar voor een Brits publiek is die wetenschap minder vanzelfsprekend. 

 

 

VERDWAALDE NOORD-NEDERLANDERS 

 

Toch zijn ook de Noordelijke Nederlanden vertegenwoordigd, al was dat niet meteen de bedoeling. Vergissen is menselijk, maar niet getreurd. Het zijn mooie werken. 

 

Twee schilderijen van Maarten Van Heemskerck die zeker niet misstaan in de selectie en verder een intrigerend anoniem werkje dat in de smaak zal vallen. Het is een trompel'oeil van een raam met glas in lood gevat. Erachter staat een jongeman naar de kijker te monkelen. Met zijn rechterhand tikt hij op het raam, terwijl zijn linker op het venstertablet rust. Echt illusionistisch en heel charmant. 

 

Er valt heel wat te ontdekken, werk van mindere goden, bij wier naam we ons nauwelijks wat kunnen voorstellen, zoals De Formontrou, Spierincks of Fruytiers, deze laatste met een aquarel die Hélène Fourment met vier van Ruhens' kinderen voorstelt. Om ons geheugen op de frissen toont het museum een werk van die schilder, maar in een geheel ander genre, met name een groot altaarstuk. 

 

De tentoonstelling Van Bruegel tot Rubens biedt de Royal Collection Trust als een globaal pakket aan. Ze was al te zien in de Queens Gallery van Hollyroodhouse in Edinburg en verhuist in de herfst naar Buckingham Palace. Door werken uit de eigen verzameling te tonen, wil het museum daar geen afbreuk aan doen. Er moeten zeker geen bijbedoelingen achter gezocht worden, geen betweterij, noch opscheppen met eigen rijkdom. Die rijkdom staat buiten kijf, alleen beseft het publiek dat te weinig. Een oud zeer. De enige betrachting was de uitzonderlijke werken die hier tijdelijk zijn nog beter in hun context te plaatsen. Van die vergelijkingen is trouwens niets terug te vinden in de catalogus, een trouwe weergave van het Engelse origineel en gepubliceerd door het Mercatorfonds. Het is een aardigheidje voor het eigen publiek, een toegift die volmondig toe te juichen is. 

 

Rik Sauwen 

 


INFO

 

The British Royal Collection

Nog tot 21 september 2008

Open: van dinsdag tot en met zondag van 10 tot 17 uur

Gesloten: maandag

 

Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België

Regentschapsstraat 3

1000 Brussel

Tel. 02 508 32 11

www.expo-royalcollection.be