U bent hier

Beelden van Johan Creten - Een eigen parcours

Johan Creten, Foto: Saskia Vanderstichele

 

Johan Creten woont nu al een drietal jaar in Parijs, maar is over heel de wereld thuis. Ik ontmoette hem voor het eerst in Galerie Transit te Mechelen. Nu, na vele jaren, treffen we mekaar in het Europees Keramisch Werkcentrum te 's-Hertogenbosch.  

 

 

TONG EN TAAL 

 

Het Europees Keramisch Werkcentrum is een klinkende naam in de kunstenaarswereld. Het biedt beeldende kunstenaars, architecten en ontwerpers van alle slag de gelegenheid om te experimenteren en te creëren in klei en dat in optimale omstandigheden. Een kunstenaar mag een bepaalde periode doorbrengen in het centrum, hij draagt hiervoor wel bij in de kosten. Johan Creten (°1963 SintTruiden) is hier nu voor de tweede keer. Ik tref hem in zijn atelier omringd door enkele reuzengrote eekhoorns. Nergens in Europa vindt hij ovens die groot genoeg zijn om dergelijke beelden te bakken, hier wel. Daarmee is zijn verblijf alhier verklaard. Of toch ten dele. Creten is hier ook om "een beetje mezelf terug te vinden", zoals hij zegt. De man heeft een bijzonder hectische periode achter de rug met tentoonstellingen her en der. Want, laat het duidelijk zijn, misschien is hij in België niet zo bekend, in het buitenland kent men hem des te meer. 

 

Johan Creten is niet wat je een honkvast type noemt. Na zijn studies aan de Gentse academie (schilderen en keramiek) en enkele tentoonstellingen, studeert hij verder beeldhouwkunst aan de Ecole Supérieure des Beaux-Arts de Paris. In Parijs exposeert hij enkele merkwaardige werken bij Galerie Meyer, althans tijdens de dag zijn ze daar te zien. 's Avonds en 's nachts gaat hij met één ervan op wandel, reist hij ermee in de metro. La Langue is een schedelvorm voorzien van een extralange tong. De tong is niet gladjes, maar van holten voorzien en pokdalig. De titel is bewust dubbelzinnig, het kan zowel 'taal' als 'tong' betekenen. Het is een sleutelwerk om de gedachtenstroom en denkwereld van deze kunstenaar te begrijpen. Niets van zijn werk is wat het lijkt te zijn, of beter, naast datgene wat je ziet is er datgene wat je denkt, beleeft en ervaart. Door met bijvoorbeeld La Langue 's avonds en 's nachts in Parijs rond te wandelen lokt hij reacties uit, verbaal of non-verbaal. Zelf zegt hij: "De informatie moet eigenlijk in het object zelf te vinden zijn." 

 

Liesbeth Vanmol wijdde een verhelderende tekst aan La Langue en zegt daarin: "De tong is het scheppingsorgaan van het woord en staat aan de wieg van de taal. De tong rolt in La Langue als een golf uit de schedel, de taal wordt afgestoten door de mens. Het beeld verschuift zijn betekenisdrager en spuwt de taal waarmee we de wereld benoemen uit, om terug te keren naar ervaring, beleving, intuïtie en stilte." 

 

 

ODORE DI FEMMINA 

 

De dood is een blijvend thema in zijn werken. In 1990 neemt hij deel aan de groepstentoonstelling In Transit in. de Gele Zaal en toont er onder meer La Langue maar ook een schedel waarvan uit de mondholte takken vol doornen komen. Woorden kunnen kwetsen. Een jaar later is hij te gast in Sète waar hij artist in residence is in de Villa Saint-Ciair. Hij is er samen met kunstenaars als Jean-Michel Othoniel en Yan Pei-Ming. Het is een belangrijke ontmoetingsplek voor hedendaagse kunstenaars. Het wordt een cruciaal moment in zijn carrière. Zijn activiteit daar resulteert in de tentoonstelling En quarantaine waarvoor hij een zeer uitgesproken locatie heeft gekozen: de ruimten op de havendam van Sète die indertijd als quarantaineplaatsen waren voorzien. De belangstellenden worden er per boot naartoe gevoerd. Hij toont er ook zijn eerste Odore di Femmina. Het is een vorm bedekt met zwarte bloemen. Puur visueel doet het denken aan de voorwerpen die in de zee door mosselschelpen worden overwoekerd zodat je soms nog amper de oorspronkelijke vorm kunt herkennen. 

 

Die tentoonstelling te Sète mocht zich, mede door de historische en ongewone locatie, verheugen op heel wat publieks- en mediabelangstelling. Ook de boottocht was een bijkomende ervaring, iets als de Styx oversteken om naar het dodenrijk te gaan. 

 

De expositie in Sète wordt opgemerkt en bezocht door Christian Bernard, de directeur van de Villa Arson te Nice en ook daar wordt hij uitgenodigd (en later ook in het MAMCO in Genève). Het feit dat ze daar over een oven beschikken, deed hem meteen toehappen. Een tentoonstelling in 1993 was het resultaat. Hij toont er grote keramische sculpturen. Ze lijken redelijk onschuldig. "Maar dat was een politieke tentoonstelling! Een complexe expositie die er heel eenvoudig uitzag. Het waren de jaren van extreem rechts, ook in Frankrijk, en eigenlijk was de tentoonstelling rond die thematiek opgebouwd." Inderdaad. Het zit hem voor een groot deel in de titels. Even enkele opsommen: L'appel (haan), Le prince (kikker en aardbei), Autoportrait en tête de Turc, L'homme parfait (man met bierpul op het hoofd), La vieille France. De dubbelzinnige spanning tussen wat men ziet en de titels blijft niet onopgemerkt. De tentoonstelling is op zich weer aanleiding tot velerlei exposities in Frankrijk en daarbuiten. 

 

 

GRANDEUR IN SONSBEEK

 

In 1994 ontwerpt hij kostuums en decors voor het Nationaal Ballet in Nederland waar het werk gepresenteerd wordt op het prestigieuze Holland Festival. De Vlaamse Gemeenschap koopt werk van hem aan. Creten reist en werkt en doceert en exposeert en bouwt zonder veel blabla in de loop van de jaren een indrukwekkend palmares op. Hij is op de internationale scène aanwezig in diverse steden en musea van de Verenigde Staten, verblijft een tijd in Mexico, neemt deel aan de biënnale van Istanboel waar hij zijn werk toont in die onvergetelijke ruimte van de Yerabatan Cisterne vlakbij de Aya Sophia. Hij krijgt van de Fransen de Prix de Rome en wordt beloond met een verblijf en atelier in de eeuwige stad. Dat mondt dan weer uit in een expositie in de Villa Medicis en in het Musée des Arts dé­ coratifs in het Louvre en later als eerste levende Belgische kunstenaar in het Louvre zelf tijdens Contrepoint 2.

 

JohanCreten weet wat hij wil en geeft zich niet gauw gewonnen. Toen hij in 1992 even in Amsterdam verbleef, stapte hij de Rijksacademie binnen en solliciteerde er naar een plaats als student. Normaal kom je daar enkel na ampel onderzoek en met de nodige dossiers en aanbevelingen. Men deed dus wat lacherig en zegde hem een aanvraag in te dienen. Gelukkig kwam er net een docent langs die belangstelling had voor het werk van Creten. "Ik kreeg het schuurtje in gebruik om er te werken. Ik heb er een matras in gelegd en met een dossier achteraf was ik binnen. Daar heb ik Anna Tilroe leren kennen. We zijn steeds met mekaar blijven communiceren. Voor haar project Grandeur in Sonsbeek heeft ze aan mij gedacht." 

 

Het werk dat Creten op de tentoonstelling in het Park Sonsbeek te Arnhem toont is complex in zijn eenvoud. Het zijn drie bijenkorven en een bakermat. De bakermat is eigenlijk een grote lage mand waarin destijds het kind werd gelegd om het te koesteren of te bakeren. Creten heeft de bakermat laten vlechten door een traditionele mandenvlechter op basis van tekeningen van Breugel. Daarna is de mand in brons afgegoten. De drie bijenkorven zijn echte bijenkorven met een volledige functionerende bijengemeenschap. Over de korven staan bronzen korven die een antropomorf karakter hebben gekregen. Voor de kunstenaar slaan die korven op begrippen als architectuur, hut, koepel, mijter. Het zijn allemaal elementen die hij bij zijn verblijf te Rome heeft ervaren. Door de korven een gezicht te geven wordt de (bijen)gemeenschap verbonden met het individu. Het gaat hier om een 150.000 wilde bijen die de openingen gebruiken om de korf in en uit te vliegen. Het staat als symbool voor communicatie. "Volgens mij heeft dat alles met grandeur te maken," zegt hij beslist, "niet het spectaculaire, maar de intensiteit en de omgeving daar spelen mee, het heeft iets religieus."

 

 

INTERACTIES EN REFLECTIES 

 

Het interessante bij Creten is dat hij zijn werk veelvuldig confronteert met oude kunst, dat er zich een dialoog ontwikkelt als gevolg van bewuste ingrepen van de kunstenaar. Zo verbleef hij in de periode vóór 11 september 2001 in de Verenigde Staten en Canada, er waren afspraken voor een tentoonstelling. De gebeurtenissen in New York legden alles lam. Maar eigenlijk was het voor hem een intens creatieve en heerlijke tijd. Hij kreeg een groot atelier ter beschikking en een appartement. Hij kon voluit werken zonder zich zorgen hoeven te maken. Dat resulteerde in een grote tentoonstelling in het Bass Museum of Art te Miami-Beach, Florida. Hij toont er sommige sculpturen in confrontatie met oude kunst. I am a Good Horse on a Soft Brick is een nogal voluptueuze, geknielde vrouwenfiguur. Ze wordt gepositioneerd voor een paar oude meesters en in de nabijheid van een staande madonna met kind. My little black boy presenteert hij in combinatie met een schitterend oud wandtapijt. 

 

En zo werkt hij ook in het Louvre, in het museum van Mariemont en in het Stedelijk Museum De Lakenhal te Leiden. In plaats van zijn werk op te stellen in aparte, witte ruimten brengt hij ze binnen in bestaande opstellingen. Ze zijn wat als vreemdelingen die in een huishouden worden gedropt maar er wel zorgen voor interessante interacties en reflecties. 

 

In Leiden werd hij aangesproken om er met zijn werk een dialoog aan te gaan met de aanwezige art deca. Hij wou daar niet op ingaan maar verkoos te communiceren met een van de topstukken in de zogenaamde kwabstijl, een evolutie die vooral bij de edelsmeden in de Hollandse zeventiende eeuw opgang maakte. De kwabstijl was gebaseerd op grillige en weke, organische vormen die in gedreven zilver het best tot hun recht kwamen. Voor het Louvre wou hij dan voornamelijk inspelen op de renaissance en het werk van Bernard Palissy, de Franse keramist die bepalend was voor de keramiekkunst in de zestiende eeuw in Frankrijk. "De levende kunstenaars veranderen de blik op de oude kunst," poneert Johan Creten met overtuiging. 

 

 

LOS VAN DE MODETRENDS 

 

En over Sèvres gesproken: de nog steeds bestaande en volop werkende nationale manufactuur trekt, zoals weleer, beeldende kunstenaars aan om zaken te creëren. Zo lieten Louise Bourgeois en de Japanse Yayoi Kusama er hun sporen na. Ook Creten werd gevraagd, alleen hij wou niet zo maar even langs komen met een ontwerpje. Hij wou er de gang van zaken volgen, hij wou er wonen en werken zoals dat indertijd ook het geval was. De directeur, David Cameo, zegde toe. Zijn verblijf aldaar heeft drie jaar geduurd. Het resultaat van dat harde werk is te zien in de expositie Ex Natura in het Musée de la Chasse et de la Nature in de Marais te Parijs. Een zeg maar indrukwekkende tentoonstelling waarover trouwens een boek in de maak is (verschijnt in oktober 2008). 

 

Het zal opvallen dat Creten nog steeds werken maakt die volop aansluiten bij zijn vroegere werk, zijn Odore di Femmina bijvoorbeeld zijn zowat uitgegroeid tot zijn handelsmerk. Talloze torso's (twee tot drie per jaar), ronde en andere eerder vrouwelijke vormen voorzien van rozenknoppen zijn over de wereld verspreid. Het maken van die vormen is voor hem een soort ritueel, een mantra, het laat hem ook toe na te denken terwijl hij op bijna routineuze wijze de rozen maakt. Daar waar het eerst werk zwart en wat dreigend was, is het nu geëvolueerd tot ook aantrekkelijk en oogstrelend, maar toch nog altijd geheimzinnig en mysterieus. 

 

Op het binnenplein van het voormalige stadspaleis waar het jachtmuseum is gevestigd staat nu een bronzen beeld van meer dan drie meter hoog. Why does Strange Fruit always look so Sweet - From Mexico to Paris luidt de titel. "Het heeft mij tien jaar gekost om dat beeld uit te voeren, zowel financieel als mentaal. Ik heb altijd tijd nodig om een beeld uit te voeren." Het is geen verzuchting, het is een vaststelling die de kunstenaar doet. 

 

De beelden die Creten nu aan het maken is in het Keramisch Werkcentrum zijn geïnspireerd op een souvenir, een stukje volkskunst dat hij gevonden heeft in Miami. "Ik ben voor het eerst met de computer aan de slag om het beeld te bewerken, te vergroten, aan te passen. Ik ben zelf benieuwd wat het wordt." Ik ben alvast onder de indruk van de werkkracht en de rustige gedrevenheid die deze man uitstraalt. Dit is geen stuntman die de frontpagina's haalt en dan weer in de vergetelheid verdwijnt. Dit is een authentieke kunstenaar met een heel eigen parcours los van de modetrends, een man die veel te vertellen heeft, aan ons om te kijken en te luisteren.

 

Daan Rau 

 


INFO

 

Tentoonstelling

De tentoonstelling in het Bass Museum of Art was ook te gast in De Garage (Cultuurcentrum Mechelen).

Er werd een interessante catalogus uitgegeven met een overzicht van Cretens oeuvre en biografie. De catalogus is nog steeds te verkrijgen in De Garage en in Galerie Transit te Mechelen aan de prijs van 10 euro.

 

De tentoonstelling 'Ex Natura' in het Musée de la Chasse et de la Nature te Parijs is er nog te zien tot 26 oktober 2008.

Ze kent een vervolg in de Galerie de la Manufacture Nationale de Sèvres van 14 oktober tot 31 december 2008.

 

In het Keramiekmuseum Princessehof te Leeuwarden loopt de solotentoonstelling 'De Gewonden' tot december 2008.

 

Foto's en informatie zijn te vinden op

www.transit.be en www.galerieperrotin.com