U bent hier

Barend van Orley - Het laatste oordeel en de zeven werken vanbarmhartigheid

Barend van Orley - Het laatste oordeel en de zeven werken vanbarmhartigheid

'In het bijzonder moet onder beroemde mannen van onze schilderkunst de gedachtenis bewaard blijven aan de zeer knappe schilder Bernardt van Brussel, die een heel bekwaam en begaafd kunstenaar was, zowel in olie als in waterverf, en wiens werk zich kenmerkte door zekerheid van opzet en tekening. Hij is in dienst geweest van Vrouwe Margriete, die in zijn tijd landvoogdes was van de Nederlanden, en hij is ook schilder geworden van Karel V. Te Antwerpen in de Aalmoezenierskapel bevindt zich van hem een Laatste Oordeel, welks paneel hij tevens geheel vergulden liet, opdat alles mooier en duurzamer zou blijken, dat kwam hem ook te pas om de hemel doorschijnend te maken'. In dit bondig overzicht uit het Schilder- Boeck geeft de auteur Carel van Mander ons twee aanduidingen waardoor wij intenser kunnen dialogeren met de wereld van het groot indrukwekkend drieluik van Barent, schilder van Brussel ; aan de ene kant de figuur van de avant-gardekunstenaar uit de eerste helft van de zestiende eeuw en anderzijds de opdrachtgevers, de aalmoezeniers belast met de armenzorg. Barend van Orley droeg in ruime mate bij tot de verspreiding van de toenmalige nieuwe stijl in onze gewesten. Met de landvoogdes en het hof had hij de belangstelling gemeen voor de klassieke oudheid. Met ontzag keek hij op naar de kunstenaars in Italië die toentertijd de toon aangaven. Deze bewondering komt tot uiting in het werk dat wij nu bespreken. Verschillende vorsers hebben de nadruk gelegd op de uitgesproken Italiaanse invloeden. Zo brengt men de figuren op de voorgrond in verband met Signorelli, de Apostelen en Christus met de Disputa in de Stanza della Segnatura van Raphaël en het Kruis met Fra Angelico. De renaissance-invloeden bereikten onze kunstenaars vooral door de prenten van Marcantonio Raimondi. Van groot belang was ook de reeks van tapijten in 1517-1520 geweven te Brussel naar ontwerpen van Raphaël. Het was een opdracht van Paus Leo X en afgebeeld werden de Handelingen van de Apostelen. De zittende bedelaarsfiguur uiterst rechts op de voorgrond is ontleend aan de voorstelling met 'De Genezing van de Lamme' uit deze reeks. Waarin verschilt nu echter deze noordelijke renaissancestijl -sommige auteurs spreken bij voorkeur van het maniërisme -met de kunst van de Vlaamse primitieven uit de voorgaande eeuw ? Wat is nu het nieuwe bij Barend van Orley ? Twee kenmerken vallen onmiddellijk op : de behandeling van het naakt en de vormgeving van de architectuur. De gestalten van de personages zijn forser dan in de voorgaande periode, de kunstenaar besteedt grote zorg aan de anatomische juistheid, de houdingen worden soms bepaald door de contrapost. De architectuur van haar kant houdt geen enkel verband meer met de laat-gotiek die nochtans op dat ogenblik links en rechts ontleent de kunstenaar aan een werk dat hij enkele jaren vroeger maakte,nog lang niet uitgestorven was. (Men moet trouwens maar eens goed de lijst van het schilderij bekijken !). De kunstenaar roept een modelstad op, een ideale omgeving met prachtige huizen. Opvallend zijn de zuilen, de bassementen, de kroonlijsten. In de achtergrond rechts is de oude vestingtoren voorzien van een bovenbouw volgens nieuwe normen. (Dat zal later in verschillende steden inderdaad plaatsgrijpen). De open-architectuur links en rechts ontleent de kunstenaar aan een werk dat hij enkele jaren vroeger maakte, het beroemde Job-retabel, nu in het museum te Brussel. Dit architectuurdecor is van grote invloed geweest op de afbeelding van de werken van Barmhartigheid, in de kunst over het algemeen en zal vaak hernomen worden tot in de volgende eeuw. Denk maar aan de gelijknamige schilderijen van de Franckens. Kenmerkend voor Barend van Orley is zijn zoeken naar een geordende compositie. Wij spraken reeds van de apostelen op de wolken. Wel hier komt dat streven duidelijk tot uiting. Figuren die op wolken zitten zien wij reeds veel vroeger. Denk maar aan het prachtige Laatste Oordeel, geschilderd door Rogier van der Weyden dat zich bevindt in het hospitaal te Beaune ! Doch hier bij Barend van Orley is de groep gevangen in een grote boog die de zijpanelen verbindt met het middenstuk en terzelfdertijd een grote dieptewerking verleent aan het geheel. In dit groot schilderij treffen ons verder nog vormkenmerken eigen aan het maniërisme van de zestiende eeuw : het overdreven vluchtende perspectief en de drukke theatrale bewegingen van de personages. Een en ander heeft men willen verklaren door de grote geestelijke en politieke onrust van deze periode. Met het maniërisme kunnen wij ook nog verbinden het zoeken naar uitgesproken tegenstellingen, zoals hier het dynamische van de personages tegenover het statische van de architectuur en het onbewogene van het voorplan, waar naast elkaar opgesteld zijn als in een stilleven, een houten kan, een korf, een spade. Contrasterend zijn ook de naakten met de geklede personages, het rijke decor van marmer met de bedelaars gehuld in lompen. Maar dit wordt bepaald door de inhoud van het schilderij. Door Carel van Mander weten wij dat het schilderij bestemd was voor de Aalmoezenierskapel. De Heer E. Geudens vond een document dat de gegevens van het Schilderboek bevestigde en ons tevens volledig inlicht over de bestelling in 1518 en de wijze van betaling. De schilder vroeg hiervoor 600 florijnen, de armenkamer beschikte voor dit doel slechts over 100 florijnen zodat met de kunstenaar een akkoord werd afgesloten om het saldo te betalen op termijn. De aalmoezeniers stortten hiervoor persoonlijk elk jaar een bijdrage. Het schilderij werd afgeleverd in 1524-1525. Uit het voorafgaande kunnen wij nu afleiden dat het schilderij verband moet houden met de armenzorg, waarmede de aalmoezeniers werden belast en begrijpen wij ook de aanwezigheid in het werk van de portretten van de schenkers. De armenzorg komt in dit werk tot uiting door de afbeelding van de Zeven Lichamelijke werken van Barmhartigheid met het Laatste Oordeel. Het samenvoegen van deze twee onderwerpen gaat terug op de tekst uit het evangelie van Mattheus XXIV : 30, 31 en XXV : 31. Het is het verhaal van 'Het laatste oordeel', de Mensenzoon verschijnt op de wolken des hemels, er zijn de engelen met de bazuinen, de goeden worden gescheiden van de slechten... Dan zal de Koning zeggen tot hen die aan zijn rechterhand staan : 'Komt gezegenden van mijn Vader, neemt bezit van het rijk, dat voor U is bereid van de grondvesting der wereld af. Want ik was hongerig en gij hebt mij te eten gegeven ; ik was dorstig...' en zo worden de lichamelijke werken van barmhartigheid een na een uitgesproken. Het schilderij van Barend van Orley heeft dus een zuiver moraliserende bedoeling. Het wil de gelovigen tot medelijden aansporen. Vandaar de realistische schildering van het pauperisme van de 16e eeuw, de ouden van dagen, de lichamelijk gehandicapten, de blinden, de kreupelen, de behoeftige moeders met hongerige kinderen. Wij kunnen ons nu moeilijk voorstellen hoeveel armen er toen waren. In dezelfde periode zal de humanist Vives te Brugge een werk schrijven over de hervorming van de armenzorg. Ook Luther en Erasmus zullen de wantoestanden aanklagen. Men wil vooral de armenzorg toevertrouwen aan de stedelijke overheid. De werken worden in het schilderij dan ook beoefend door de leden van de armenkamer. Men kan hier echter nog niet beweren dat de werken van barmhartigheid volledig om zich zelf worden uitgebeeld. Daarvoor is de verbinding met het Laatste Oordeel nog veel te duidelijk. Daarvoor zijn de details nog te kerkgebonden : let op het heiligenbeeld boven de deur, de Mariaprent aan de muur, de rozenkrans aan de bedstijl, het kruisbeeld met de kaars. Op de keerzijden van de zijpanelen zijn heiligen afgebeeld die de goede werken beoefenen, zoals de H. Elisabeth, de H. Laurentius, de H. Stephanus, of doen denken aan de bazuinen van het Laatste Oordeel zoals de H. Hiëronymus. Het werk van Barend van Orley dat wij hier voor u commentarieerden behoort zowel naar vorm als naar inhoud tot de belangrijkste schilderijen uit de zestiende eeuw in de Nederlanden. Het is tevens een van de mooiste voorstellingen van de zeven lichamelijke werken van barmhartigheid die bekend zijn.