U bent hier

Art & Design - Atomium Museum

Buitentrap van het Art & Design Atomium Museum, Ateliers Jean Nouvel & MDW Architecture © ADAM – Christophe Licoppe / Belfocus

De rekbaarheid van plastiek

 

Van een transparante Chesterfield uit de jaren 1960 tot een bioafbreekbare stoel uit het begin van deze eeuw. In het Art & Design Atomium Museum (ADAM) op de Heizel verwondert de bezoeker zich over zoveel plasticiteit.

 

Het Art & Design Atomium Museum (ADAM) is ondergebracht in het sobere Trade Mart van John Portman. Op grijze dagen gaat het glazen gebouw bijna op in de Heizelvlakte, en daarom helpt de blikvanger van Jean Nouvel om de ingang van het ADAM te lokaliseren. De spiegelende buitentrap lijkt van opzij bekeken wel op de opengesperde kaken van een draak. De Fransman koos voor de Belgische driekleur, een plastiekachtiger oranje had waarschijnlijk te veel naar een decennium verwezen. Op 1.500 vierkante meter komt de meer dan 2.000 stukken tellende collectie van de Brusselse privéverzamelaar Philippe Decelle (het Plasticarium) tot haar recht. De scenografie van Lhoas & Lhoas Architects in neutraal hout, staal, aluminium en polycarbonaat laat het kleurrijke plastic schitteren. Sinds de opening eind vorig jaar zijn er enkele iconische stukken bijgekomen: de Prise électrique (1971) in geel en rood van Peter Klasen en de Smoker Banner (1971) van Tom Wesselman keerden terug van expo’s over popart in l’Espace ING (Brussel) en het Tate Modern (Londen). Het ADAM moet vanaf 2018 een van de pijlers van het NEO-project op de Heizel worden.

 

Het museum staat vol zitmeubelen: mogen we eens neerzijgen in de opblaasbare Chesterfield (1968), wiegen op de schommelstoel Dondolo (1967) van Cesare Leonardi en Franca Stagi, Decelles favoriete stuk? Nee, dit is een museum en de stukken mogen niet aangeraakt worden. Toch wil het ADAM over enkele maanden een materialotheek ontwikkelen waar de bezoeker de verschillende plasticsoorten - al eens met de textuur van huid - zal kunnen betasten.

 

Sommige stukken waren nooit bedoeld als gebruiksvoorwerp. Het zeer - allicht - plastische materiaal wekte natuurlijk de belangstelling van kunstenaars. César (Baldaccini) maakte sculpturen van samengedrukt plastic, Victor Vasarely schilderijen van plastic. De Femme canapé (1968) van Nicola L. wordt op het internet soms bij meubilair, soms bij sculptuur ingedeeld, wat bij veel van dit antropomorfische design het geval is. Het museum met kunst en design in zijn naam kiest niet. Op de extra 1.000 vierkante meter exploreren tijdelijke tentoonstellingen, conferenties en workshops de grenzen. Nog tot begin februari volgend jaar loopt de biënnale Intersections #4 Belgian Design i.s.m. het Centre d’Innovation et Design van le Grand Hornu (CID) en later volgt een expo over kledij van plastic.

 

Alles van plastic

 

Aan de massaproductie van de kunststoffen (plastics) - wel eens de tweede industriële revolutie genoemd - gingen experimenten met natuurlijke polymeren vooraf. Vandaag worden er nog steeds plectrums van bijvoorbeeld celluloid (op basis van cellulose) gemaakt, maar dan voor het vintage geluid. Het eerste echte synthetische materiaal, fenyl-formaldehyde, beter bekend als bakeliet, werd in 1907 ontwikkeld door de Belgische scheikundige Leo Baekeland. In 1913 volgden formica (denk aan de oude schoolbankjes), in 1930 kleefband. Toen midden de twintigste eeuw gebruiksvoorwerpen uit aardoliederivaten konden vervaardigd worden, kwamen de oneindige toepassingen in zicht. Het materiaal zo licht als hout en zo stevig als metaal, kon door zijn moleculaire structuur bovendien alle vormen en kleuren aannemen. Dat zorgde in de jaren 1960 en 1970 voor een explosie van kleuren in het interieur.

 

Het vrolijke oranje werd symbolisch voor een periode waarin alles mogelijk leek. Op de expo is de mini-discotheek in psychedelisch roze en violet plastic nagebouwd die Cesare Casati en Emanuele Ponzio ontwierpen voor hotel Grifone in Bolzano (Italië). Hun Pillola lamp (1968) in de vorm van een kleurrijke capsule verwijst ook naar het druggebruik in het avant-gardemilieu. In zijn boek The Doors of Perception (1954) schreef Aldous Huxley over geestverruimende middelen als toegang naar kosmische verbondenheid. Dankzij de ruimtevaart kwam de kosmos ook steeds dichterbij, tot in de huiskamer, met televisies in de vorm van astronautenhelmen en ufo-achtige lampen. De aerodynamica had in 1934 de expo Machine Art in het New Yorkse Museum of Modern Art gedomineerd. Propellers en broodroosters kregen dezelfde afgeronde vorm en dat zette zich door in plastieken voorwerpen. Het opmerkelijke plastic bureau van Maurice Calka uit 1970 heeft de vorm van een boemerang.

 

Nieuwe levens

 

Het transparante plastic neemt een opvallende plaats in op de expo. De Ghost Chair (1980) van Rik Mulder is niet meer dan een doorschijnend laken over een denkbeeldige stoel, de roosjesstoel Miss Blanche (1989) in acrylaat (plexiglas is eigenlijk een merknaam) van Shiro Kuramata weegt dan weer 70 kilogram. Een ander thema zijn de thermoplastics, zoals PP (polypropyleen) of PET, die bij verwarming smelten waardoor ze gerecycled kunnen worden.

 

De stoel Universale (1967), het eerste verzamelobject van Philippe Decelle, werd zelf afgedankt op straat gevonden. Colombo stelde in 1968 het manifest van het antidesign op. Ontwerpers verdienden volgens hem een plaats naast architecten en stedenbouwkundigen. Colombo fantaseerde over een plastic badkamer en keuken, tot zelfs in plastic gegoten bedden. Enzo Mari laat in 1968 de tijdperken clashen met zijn collectie plastic vazen in de vorm van klassieke zuilen. Ook het vandaag nog altijd geproduceerde rechttoe rechtaan vaatwerk in melamine van het ontwerperskoppel Lella en Massimo Vignelli (van o.a. het Ford-logo en het metroplan van New York) is aanwezig. Voor het logo op de verpakking gebruikten ze Helvetica, wat bijdroeg tot de populariteit van het lettertype.

 

Door de massaproductie werd plastic het meest democratische materiaal, maar als goedkoop (wegwerp)materiaal ook het zwarte schaap van de consumptiemaatschappij. Ooit stond de bic, de balpen van Marcel Bich uit 1953, symbool voor de wegwerpmaatschappij, maar vandaag is dat vooral de plasticzak, de beelden van de plasticsoep in de oceanen laten niets aan de verbeelding over.

 

Vandaag wordt er bioafbreekbaar plastic ontwikkeld, maar in de collectie van het Plasticarium ontbreekt het omdat de collectie stopt rond 2000. Om toch een zo compleet mogelijk overzicht te geven, werd samengewerkt met het Franse Centre national des arts plastiques (CNAP), voor de vazen Botanica van Formafantasma, en met het chemieconcern BASF, waarvan een volledig bioafbreekbare stoel te zien is. 

 

An Devroe


INFO

Art & Design Atomium Museum

Open: woensdag t.e.m. maandag van 10 tot 18 uur – Gesloten: dinsdag

Belgiëplein 1, 1020 Brussel – T 02 669 49 29 

Website

www.adammuseum.be