U bent hier

Anoniem - Romeins ruitersbeeld

Anoniem - Romeins ruitersbeeld

Het kunstwerk dat in de volgende bladzijden zal worden besproken mag aangezien worden als één van de mooiste produkten van de provinciaal-romeinse beeldhouwkunst in de loop van de jongste jaren in België aan het licht gekomen. Het beeld, thans bewaard in het Provinciaal Gallo-Romeins Museum te Tongeren, werd op 25 oktober 1967 gevonden tijdens opgravingen in het puin van een tempel, gelegen aan de noorderrand van deze stad, het antieke 'Atuatuca Tungrorum'. Het archeologisch onderzoek werd ondernomen naar aanleiding van de bouw van een nieuwe school. Het voornaamste resultaat ervan was de ontdekking van een groots, indrukwekkend tempelcomplex dat één van de voornaamste monumenten moet zijn geweest van het Romeinse Atuatuca. De tempel zelf bestaat uit een vierkante centrale bouw - de cella -omringd door een statige zuilengang, het geheel aangelegd op een verhoog - een podium - te bereiken langs een brede trap. In de cella was een beeld van de godheid opgesteld, terwijl in de zuilenhalle de talrijke ex-voto's door de bedevaarders geofferd, konden worden bewonderd. Doch de aanleg beperkte zich niet tot een naar inheems, Keltisch plan gebouwd heiligdom: aanleunend bij de monumentale, laat-hellenistische en Romeinse architectuur, werd de tempel omgeven door een grootse, op een kunstmatig terras aangelegde zuilenhalle of porticus, waar de talrijke bezoekers rustig konden rondwandelen, palaberen of uitrusten. Het archeologisch materiaal, hoofdzakelijk aardewerk, laat toe de aanleg van het complex enigszins chronologisch te situeren: we staan hier voor een heiligdom aangelegd omstreeks het midden van de 1ste eeuw en monumentaal uitgewerkt in het begin van de 2e eeuw van onze tijdrekening. Ter ere van welke godheid was deze tempel gebouwd? Tijdens de opgravingen werden een aantal fragmenten van godenbeelden ontdekt, die enig licht kunnen werpen op de verering welke hier plaats vond; alle waren spijtig opzettelijk stuk geslagen zodat de identificering niet steeds gemakkelijk was. Naast fragmenten van twee ruiterstandbeelden, waarover verder zal worden gehandeld, kon een beeld van de god Mercurius worden herkend, alsmede dat van een vrouw, misschien van de godin van de vrede, Pax. Het best bewaarde en tevens meest belangwekkende fragment behoort tot een beeldengroep, 75 cm hoog, een ruiter voorstellend, zwevend boven twee neergevelde gestalten, als half-mens en half-dier uitgebeeld, gewoonlijk giganten genoemd. Het gebruikte steenmateriaal is de witgeelachtige fijnkorrelige Jurakalksteen, vooral ontgonnen in Zuid-Luxemburg en Lotharingen. In deze groep zijn dus vier elementen, hoewel sterk ineengestrengeld, duidelijk van elkaar te onderscheiden: ruiter, paard, gigant(1) en gigant(2). Aan de ruiter uitgebeeld als Romeins officier ontbreken het hoofd, de rechterarm, de linkervoorarm, de rechtervoet en het linkerbeen; de man is gekleed in een korte tuniek die tot aan de dijbenen reikt en heeft het bovenlichaam gespannen in een nauw aansluitend, uit horizontale lederen riemen bestaand keurslijf. Over de schouders draagt hij de klassieke Romeinse officiersmantel, boven de rechterschouder samengehouden en breed uitzwaaiend over het paardelijf. Alhoewel de rechterarm volledig is afgebroken, kunnen we de uitgevoerde beweging nochtans enigszins afleiden uit de globale compositie van de groep en meer bepaald uit de houding van paard en ruiter: het breed naar rechts zwenkende bovenlijf van deze laatste verraadt de krachtige inspanning gedaan door de rechterarm, bv. het slingeren van een speer. Instinctmatig trekt de man de leidsels aan van het paard dat het hoofd naar links wendt en aldus enige bewegingsvrijheid bekomt. Een deken dient tot zadel, vastgehouden door de buik- en borstriem. Wat de man juist boven het hoofd van beide giganten slingert, blijft onbekend; doch het gaat er in alle heftigheid aan toe, heftigheid waaraan het steigerende dier, de wapperende manen en de gecontorsioneerde houding van de liggende personages beantwoordt. Over het paard zelf is weinig te zeggen: het is het typische, zwaar gebouwde paard van de Romeinse ruiterij, met strak geheven hals en tamelijk kleine kop; de poten zijn spijtig volledig afgebroken maar we kunnen ons goed inbeelden hoe het dier met een forse sprong de beide giganten overrompelt, met de achterpoten nog even de grond rakend en de voorpoten reeds hoog boven de huilende koppen verheven. Het meest spectaculaire en scupturale element van de ganse groep zijn de beide giganten door de ruiter overrompeld; als het ware rug aan rug geboeid trachten ze de gespierde lijven op te richten. De huilende gezichten verraden de zware inspanning; zenuwachtig kronkelend zijn hun op een anker eindigende zware slangen- of zeemonsterstaarten in elkaar gestrengeld terwijl met een heftige beweging een knots of staf wordt gehanteerd. De spits uitlopende sateroren benadrukken deze demonische verschijning. De compositie van de ganse groep berust op het contrast, op de strijd tussen de wriemelende, pathetisch uitgebeelde wangedrochten en de statige, majestueus daarover heen glijdende ruiterfiguur, een verschijning die eerbied, ontzag en zelfs angst inboezemt. Deze verschijning bezat voorzeker een diepere betekenis voor onze Gallo-Romeinse voorvaderen, betekenis die voor ons thans zeer moeilijk te achterhalen is. Vooraf dient opgemerkt dat de ruiter- en gigantengroep slechts een deel is van een groter monument, nl. van de zgn. Jupitergigantzuilen. Die monumenten waren als volgt opgebouwd: (fig. 1): op een tamelijk zware fundering stond een vierkant voetstuk, soms met afbeeldingen van goden versierd, de zgn. viergodenstenen; op dit voetstuk kon een tweede geplaatst zijn, achtkantig en met de afbeeldingen van de zeven weekgoden; daarboven verhief zich een zuil, gewoonlijk geschubd en op een Korintisch kapiteel eindigend. De bekroning, het geheel overkoepelend, bestond uit de hierboven reeds beschreven ruiter- en gigantengroep. Welke was de diepere symboliek van die voorstelling? Sommigen hebben gedacht aan de symbolische uitbeelding van de overwinning van het licht op de duisternis, van dag op nacht, van leven op dood, van de Romeinen op de barbaren, van christendom op heidendom. We zouden eveneens kunnen denken aan de zege van orde op wanorde, van gezag op chaos. Ons inziens dient de oplossing in deze richting gezocht te worden: de giganten, deze niet nader te identificeren gedaanten half-mens half-zeemonster zouden de wanorde, de duistere ondergrondse machten voorstellen waartegen de Romeinse keizer zegevierend ten strijde trekt. Dat bij sommige monumenten de ruiter een bliksem in de hand houdt en dat bij een groep ontdekt te Alesia, in Frankrijk, de ruiter vervangen is door een arend, schijnt erop te wijzen dat de overwinnaar met Jupiter, de oppergod, wordt gelijkgesteld. Een symbolische voorstelling aldus van het Romeinse gezag dat orde en rust herstelt. Terloops weze aangestipt dat dit type van monument hoofdzakelijk aangetroffen wordt in het West-Romeinse rijk en meer bepaald in Rijn- en Moezelgebied; de groep van Tongeren schijnt tot hiertoe de meest noordelijke te zijn van dit in de Romeinse kunst zeer talrijk vertegenwoordigd motief. Een laatste probleem tenslotte dat gesteld wordt in verband met dit uitzonderlijk monument is dat van de datering. Gewoonlijk worden Jupitergigantzuilen in de 2de en meer nog in de 3de eeuw van onze tijdrekening geplaatst. De archeologische vondstomstandigheden te Tongeren pleiten echter voor een vroegere datum en meer bepaald voor het midden of de tweede helft van de 1ste eeuw. De pathetische uitdrukking, de brede, zwierige en monumentale stijl herinneren aan de laat-hellenistische kunst die in deze periode precies in het West-Romeinse rijk hoogtij viert. Het mooie ruiterbeeld van Tongeren zou aldus het oudst bekende voorbeeld zijn van deze symbolische uitdrukking van het Romeinse gezag en tevens een getuige van het voortleven van de klassieke kunst in West-Europa. Qua vorm, en misschien zelfs qua inhoud, leeft het motief verder in de Middeleeuwse voorstellingen van St.-Michael of St.-Joris in gevecht met de draak.