U bent hier

Anoniem - De geboorte van Christus met engelen en herders

Anoniem - De geboorte van Christus met engelen en herders

Een van de fraaiste, gotische beeldhouwwerken in het Rijksmuseum is ongetwijfeld de hier te bespreken 'Geboorte van Christus'. Deze groep met haar zeer verfijnde snijwerk herkreeg onlangs door een grondige schoonmaak haar oorspronkelijke, luisterrijke kleurenpracht, een rijkdom, die helaas bij zeer veel beeldhouwwerken verloren is gegaan. Het beeldhouwwerk stelt de geboorte van Christus voor. In het midden zit Maria geknield, iets naar links gewend, met gevouwen handen in aanbidding neerkijkend op het naakte Christuskind, dat voor haar op een doek op de grond ligt. Ze draagt een kleed van brokaat en een goudkleurige mantel, waar haar lange, golvende haar onder verdwijnt. Rechts staat Jozef. Hij staart voor zich uit en houdt in de linker hand een kandelaar met een brandende kaars - het is immers nacht ! - en beschut deze met zijn andere hand tegen uitwaaien. Aan een riem, waarmee zijn rode onderkleed is gegord, hangt een mes. Zijn mantel is goudkleurig en zijn kaproen blauw. Aan zijn voeten zit een engel geknield, gekleed in een albe van brokaat èn daar overheen een goudkleurige mantel met groene voering. Zijn krullende haar wappert naar achteren, evenals zijn mantel, alsof hij juist neerknielt om het Christuskind te aanbidden. Links van Maria bevinden zich nog twee engelen, de voorste zit geknield en kijkt vertederd naar het zojuist geboren Kind. Zijn lichtblauwe albe is met goudkleurige pailletten versierd. De achterste engel buigt zich over hem heen en houdt zijn rechter hand vol verbazing tegen zijn borst en de andere omhoog. Zijn dalmatiek is van brokaat. De figuren zijn geplaatst op een met gras begroeide, stenige grond, tegen een rotsachtige achtergrond, waarop een goudkleurig, gevlochten hek staat. Hierachter staan links twee herders en in het midden de os en de ezel, die hun koppen nieuwsgierig over het hek buigen. Om hun vacht weer te geven heeft de beeldhouwer een fijn zig-zag patroon in het hout gekerfd, een patroon dat hij eveneens gebruikt bij de grasmat. De linker herder staart omhoog. Zijn goudkleurige mantel heeft eveneens een groene voering. Zijn ongeschoren gezicht wordt omlijst door een rode, breedgerande hoed. De andere herder lijkt in het geheel niet betrokken te zijn bij de gebeurtenissen, die zich vóór hem afspelen. Hij is naar links gewend en houdt zijn rechter hand aan de riem van zijn weitas; in zijn linker hand hield hij oorspronkelijk een herdersstaf. Hij draagt een dubbele hoofdbedekking: een rode kaproen en daar overheen een goudkleurig mutsje. De bruine koppen van de herders steken fraai af tegen het blanke incarnaat van Maria en de engelen. De rechterkant van het beeldhouwwerk wordt afgesloten door een haard van roze 'marmer', waar een trapje naar toe leidt, en de linkerkant door een houten schuttinkje. Het tafereel is de uitbeelding van Christus' geboorte, zoals de heilige Birgitta van Zweden deze in haar visioen had aanschouwd. Birgitta, omstreeks 1303 te Finstad bij Uppsala geboren, was gehuwd met Ulf Gudmarsson en was moeder van acht kinderen (onder wie de latere heilige Catharina van Zweden). Spoedig na de dood van haar man vertrok Birgitta naar Rome, waar ze een uiterst vroom leven van boetedoening en versterving leidde. Ze stichtte in 1346 een nieuwe kloosterorde. Ze heeft haar visioenen opgetekend, die door haar geestelijk leidsman in het Latijn werden vertaald: Revelationes Sanctae Birgittae. In een van haar visioenen - ontvangen omstreeks 1370 tijdens haar bedevaart naar het Heilige Land - aanschouwde zij Christus' geboorte. Ze zag de Heilige Maagd in de stal, waar ook de os en de ezel waren. Maria had haar schoenen uitgedaan en haar mantel en hoofddoek afgelegd, zodat haar goudblonde haar op haar schouders viel. De oude Jozef bracht haar een brandende kaars en ging weer naar buiten. Met de rug naar de kribbe gekeerd zat Maria in gebed verzonken geknield en baarde zó haar kind. Een alles overstralend licht ging van het naakte Kind uit, een licht, dat het schijnsel van Jozefs kaars geheel teniet deed. Maria aanbad het Kind en engelen zongen. Het kindje strekte, huilend van de kou, zijn armpjes uit en zij nam het in haar armen en wikkelde het in de vooraf klaargelegde windsels. Dit door de H. Birgitta van Zweden ervaren visioen verbreidde zich vrij snel over West-Europa en we zien dan ook, dat van het einde der 14de eeuw af het oudere type van het uitbeelden van Christus' geboorte, waarbij Maria in het kraambed ligt, werd vervangen door de voor het Kind in aanbidding geknield zittende Heilige Maagd. Onze groep wijkt op verschillende punten af van Birgitta's visioen. De haard, bijvoorbeeld, is de enige aanduiding van de stal: de geboorte speelt zich eigenlijk in de open lucht af. Ook is de kribbe weggelaten. Het alles overstralende licht, dat van het Christuskind uitging en dat door veel kunstenaars door een grote stralenkrans rondom het lijfje wordt weergegeven, ontbreekt hier ook. Dit kan echter het gevolg zijn van het feit dat het Kind en de doek, waarop het ligt, in later tijd vernieuwd zijn. Zo zijn er nog enkele verschillen aan te wijzen: in het weglaten of bijvoegen van motieven kon de beeldsnijder zijn eigen fantasie enigszins uitleven. Het tóch gebruiken van een mantel bij Maria stelde hem in staat een prachtig plooienspel aan te brengen, o.a. door het opnemen van de mantel onder haar rechter arm en het uitwaaieren over de grond. Bijzonder aardig zijn de kleine details, waaraan hij blijkbaar vreugde heeft gehad, zoals Jozefs mes (dat door de beeldenschilder of 'stoffeerder' bovendien nog met gouden versieringen is opgesmukt) of de weitas van de herder. De groep is waarschijnlijk in de Elzas ontstaan, een gebied waar ook de herkomst van het stuk heen wijst (part. verzameling te Isenheim). Aangezien dit gebied zeer geleden heeft onder de beeldenstorm en vooral door de latere oorlogen, is er weinig vergelijkingsmateriaal bewaard gebleven om een nauwkeuriger plaats van ontstaan aan te geven. De bijzonder schilder toevertrouwd (of beschilderde hij het zelf ?), hetgeen beeldhouwwerk wijzen echter op een groot kunstenaar, die - aan de stijl van het stuk en de kostuums te oordelen - omstreeks 1470/80 in een van de grote kunstcentra in het gebied moet hebben gewerkt. De beeldsnijder heeft zijn stuk aan een bekwame beeldenschilder toevertrouwd (of beschilderde hij het zelf ?), hetgeen heeft geresulteerd in een prachtige eenheid van kunstig snijwerk en rijke 'stoffering'. Een stuk, dat u in de rustige kabinetten met vroege beeldhouwkunst en voorwerpen van kunstnijverheid in het Rijksmuseum met eigen ogen kunt aanschouwen.